Banner

CO2

10/80

Guy Peters - foto's: Foto: Archief Geert Vandepoele - 03 juli 2017

Feest bij CO2. In 2007 nam gitarist Tom Van Overberghe het initiatief om voor het eerst onder die naam een concert te spelen met zijn vader, saxofonist Cel Overberghe. Nu worden het tienjarige bestaan van CO2 én de tachtigste verjaardag van Cel gevierd met 10/80.

Daarmee wordt duidelijk dat CO2 de dingen op z’n eigen tempo doet. Een jaar of vijf geleden was er Intersections, waarop vader en zoon zich gesteund wisten door bassist Paul Van Gysegem en drummer Giovanni Barcella. Op 10/80 maken twee andere muzikanten hun opwachting: bassist Peter Jacquemyn voegde zich bij het duo tijdens een concert in Café Bato Batu (Antwerpen) in 2013, terwijl de opname uit 2014 in Ateliers Mommen (Brussel) gebeurde met drummer Dirk Wauters. Daarmee kan je gerust stellen dat het album bevolkt wordt door een paar centrale spelers van de Belgische vrije muziek, een verhaal dat een halve eeuw geleden startte met volk als Van Gysegem, Overberghe, en diens schoonbroer Fred Van Hove.

“Bato Batu” neemt met een duur van 38 minuten al een forse hap voor z’n rekening en laat een trio aan het werk horen dat rustig z’n tijd neemt voor een exploratie van texturen, contrasten en interacties, waarbij vooral de dosering opvalt. Cel Overberghe is nooit een dominante driftkikker geweest op de sax en maakt ook hier ruim plaats voor de bassist en gitarist, die daar graag gebruik van maken. Jacquemyn pakt zo meteen uit met een breed arsenaal uit zijn bagage, met een intens gebruik van de strijkstok en de kenmerkende keelzang. Vrij en abstract, zoals gewoonlijk, en met een even vertrouwde, fysieke aanpak. Het is een voortdurende strijd van man en materiaal.

Tom Overberghe biedt weerwerk met gitaarwerk dat vaak iets heeft van een wentelende klankmassa, vol excentrieke effecten die het ene momenten herinneren aan Sonny Sharrocks fabuleuze soloplaat Guitar (1986) en het andere aan een spacey klankengenerator of zelfs op hol geslagen lunapark. Cel valt dan weer op door een eerder introspectieve of zelfs contemplatieve aanpak, met zacht aangeblazen commentaren en korte gedachtensprongen die een ongeforceerde, warme statigheid hebben. In contrast met het meer ongedurige spel van zijn kompanen leidt het tot een zacht wringende, maar nergens vijandige spanning.

Het stuk moet het niet hebben van een eenduidige structuur of climaxwerking. Dat maakt het misschien niet evident voor minder getrainde of ongeduldige oren, maar het is wel knap om te horen hoe de drie erin slagen om een stabiele continuïteit aan te houden, ondanks de voortdurende transformaties, met momenten die meer naar woelige, emotionele freejazz neigen, maar ook naar pure abstractie, zoals met het snerpende metaalgebruik van Jacquemyn en de excentrieke gitaareffecten die een complete ontregeling van conventies suggereren.

“Mommen” klinkt daarna anders. Cel zit hier iets lager in de mix en Tom iets hoger. Al kan dat ook te maken hebben met het feit dat die laatste aanvankelijk een iets minder sterk in effecten badende stijl hanteert. Het cruciale verschil is natuurlijk de aanwezigheid van Wauters. Die geeft de andere twee meer ruimte, maar zorgt met zijn drukke fond van gekletter en donderende basdrum ook voor een hogere nervositeit en snellere interactie. Dat lijkt ook z’n effect te hebben op het saxspel: dat klinkt hier gejaagder en rauwer, bijt soms van zich af als een in het nauw gedreven dier.

Ook hier krijg je niet te maken met een massieve stroom van geluid, maar een verschuiving van volume en densiteit, met Wauters die even een exotisch percussiespel opbouwt en Tom die zich te buiten gaat aan een feest van gierend, zwalpend gejammer, alsof hij de rol van tweede sax op zich wil nemen. Het leidt een paar keer tot een nerveuze climaxwerking vol kringelende lijnen, druk gekletter, nukkige saxlijnen en amper onderdrukte kreten, afgerond door een slaapdronken wandeling en een laatste trommelslag.

Door de associatieve aanpak, de originele texturen, schurende contrasten en lange duur van de stukken, is dit geen muziek die zich zomaar in een hokje laat plaatsen. Geen hap, slik, weg, maar een volgehouden intentie om betekenis te zoeken door een proces van zoeken en proberen, vallen en (vooral) opstaan. “When people believe in boundaries, they become them,” zei freejazzicoon Don Cherry eens. Woorden die nu misschien luider dan ooit weerklinken, op allerlei niveaus. Als we het hebben over muzikale grenzen, of die van de verbeelding en de creatie van het moment, dan kan je niet anders dan vaststellen dat daar bij CO2 nog altijd geen sprake van is. 10/80 is een overtuigende jubileumplaat met een open vizier.

E-mailadres Afdrukken
Tags: CO2