Banner

The Horrors

V

8.5
Freek Lauwers - 28 september 2017

Als je in Engeland al vijf platen lang meedraait mag je rustig van jezelf stellen dat je een gevestigde waarde bent geworden. De muziekwereld is er – meer nog dan elders – een kolkend woelwater van elkaar in razend snel tempo opvolgende bands-of-the-week en de daarbij horende kortstondige hype. Jonge beloftevolle bands worden er net zo snel neergesabeld als opgehemeld.

Negen op de tien werd wie tien jaar geleden verklaarde dat The Horrors anno 2017 nog aan het hoogste firmament zou meedraaien dan ook op hoongelach onthaald. Met hun grappige pseudoniemen, gothic-uiterlijk en gammele garagerock mocht de band rond frontman Faris Badwan dan best entertainend zijn, een lang leven leek The Horrors niet meteen beschoren.

Maar in plaats van te verglijden in liederlijkheid, egoproblemen te ontwikkelen en al de verkeerde keuzes te maken die zoveel jonge bands maken, pakte The Horrors het wel slim aan. De band omringde zich met mensen als videokunstenaar Chris Cunningham en Geoff Barrow van Portishead, werd alom bejubeld voor tweede plaat Primary Colours en bouwde met het verworven krediet een eigen studio die de nodige artistieke vrijheid met zich meebracht.

De band kon volop experimenteren en zich verliezen in nachtelijke studiosessies en zijprojecten allerhande. Het werd een erg productieve periode voor de band waarin ze zich in hun vak bekwaamden, muzikaal metier opbouwden én het zonder producer deden. Het leverde met Skying en Luminous twee degelijke langspelers op die echter nooit helemaal het niveau haalden van Primary Colours.

Misschien is het wel daarom dat de band voor hun vijfde besloot om er met de beslagen ambachtsman Paul Epworth toch weer een producer bij te halen. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen: de songs op V klinken groots, majestueus en oerdegelijk. Neem nu de naar Gary Numans neigende synthesizerpop in opener “Hologram”, de combinatie van slome electrodub en sixtiespsychedelica in “Press Enter To Exit” of de industriële shoegaze in “Machine” of “World Below”: het woord perfectie zou een brug te ver zijn, maar dan ook maar één luttele brug.

Van de overstuurde dromerigheid in “Ghost”, over de onderkoelde disco in “Point Of No Reply” en de lome, aan Massive Attack herinnerende, beats in “Weighed Down” tot het gitaargedreven “Gathering”, er staat geen enkel nummer op V dat zou misstaan in pakweg de nachtmix van Radio 1.

De bijna zeven minuten lange afsluiter “Something To Remember Me By” verdient zijn eigen alinea. Het is met zijn lieflijke synthesizerarpeggio’s, stuwende ritmesectie, clever ingezette productietrucs en catchy zanglijn een van de beste songs die de band al de wereld instuurde. Een nummer best served tijdens een lange nachtelijke autorit met het volumepedaal flink ingeduwd.

We zijn nu tien jaar na hun debuut Strange House en kijk: de band uit Southend-On-Sea draait niet alleen nog steeds mee, maar mag zich stilaan zelfs de status van dé vaandeldrager van de postpunkrevival toe-eigenen. Terwijl Bloc Party nog slechts een schim is van zijn toenmalige beloftevolle zelf, Arctic Monkeys zowat een Amerikaanse rockband is geworden en Franz Ferdinand blijft teren op oude successen, verpopten Badwan en zijn bende zich van een van jeugdige arrogantie overlopende en op gimmicks en imago terende band of the week tot een volwassen rockband met songs die op de radio staan als een huis, een sound om stadions mee te vullen en een song book die het stilaan verdient om met u aangesproken te worden.

E-mailadres Afdrukken