Banner

Spencer The Rover

The Late Album

8.5
Marc Goossens - 03 oktober 2017

Spencer The Rover heeft net een nieuw album uitgebracht. In de ideale wereld zou u nu stoppen met lezen en naar de dichtstbijzijnde platenzaak hollen in de hoop nog snel een exemplaar te kunnen bemachtigen van de gestaag slinkende voorraad. Zo ver zijn we vandaag nog niet. Maar wat niet is, kan nog altijd komen; zeker wanneer opper-Spencer Koen Renders eindelijk loon naar werken krijgt en deze mooie en warme, melodieuze popplaat de weg vindt naar zoveel mogelijk huiskamers.

Je moet het ze nageven: Spencer-fans zijn niet alleen erg loyaal, ze zijn ook erg geduldig. Zeven jaar hebben ze immers gewacht op de opvolger van The Accident (And Other Love Stories), dat vanuit alle windstreken heel wat terechte lof kreeg toegezwaaid. Niet dat Renders sindsdien op zijn lauweren heeft gerust. Hij sloot zich aan bij The Love Compartment (de Leuvense groep rond Tom Van de Goor die in 2015 met Coconut And Crab een 24-karaatspopplaat uitbracht en een radiohit scoorde met “New Amerika”) en werd intussen ook vast bandlid bij Buurman. Daarnaast schreef en schaafde hij in alle rust aan nieuw materiaal voor een volgende Spencer-plaat.

The Accident, de vorige worp dus, betekende in de eerste plaats muzikaal een koerswijziging voor de band: waar Renders en de zijnen op de eerste twee cd’s nog excelleerden in aanstekelijke pop en singer-songwriterwerk waarin de gitaar centraal stond, kwam het materiaal van The Accident grotendeels tot stand aan de piano. Op The Late Album gaat de band verder op die ingeslagen weg.

De aankleding van de nieuwe songs doet geregeld denken aan late Beatles en aan de meer gelaagde, zonnige pop van The Beach Boys (en zeker van Brian Wilson Presents Smile). In andere nummers sluimert dan weer de invloed door van de symfonische pop die in de jaren zeventig overwaaide vanuit het Verenigd Koninkrijk (zo doet instrumental “Late Overture” wel wat denken aan ELO) of van meer hedendaagse artiesten als The Divine Comedy en Ben Folds. In nog andere songs horen we echo’s van de sprookjesachtige chamber pop van Mercury Rev.

Die “klinkt als”-referenties zeggen natuurlijk niet alles. Neem echter de arrangementen weg en je houdt nog altijd vintage Spencer The Rover-songs over waarin melodie, harmonie en tekst op de eerste plaats komen, en die Koen Renders desnoods ook in zijn eentje ten gehore komt brengen in uw woonkamer. Bovendien mag de aanwezigheid van al die blazers en strijkers u in geen geval tegenhouden om deze plaat een kans te geven. Hoewel er in haast elke song wordt geput uit een breed instrumentarium, is er geen enkele die ten onder gaat aan overdaad of bombast.

De langspeler als geheel ademt zelfs eerder een intieme sfeer uit. Dat komt voor een deel door de slimme arrangementen, maar ook door de inbreng van geluidenkunstenaar Gerrit Valckenaers. Hij tovert klanken uit versleten instrumenten, stukken metaal en werktuigen. Ze verklanken niet alleen het tikken van de tijd, ze vormen ook het bindmiddel tussen de songs en creëren op sommige momenten zelfs -- net doordat ze zo alledaags en herkenbaar klinken -- een behaaglijke, gemoedelijke stemming.

Zoals The Accident over liefde en toeval ging, loopt er ook hier een rode draad doorheen het songmateriaal. Niet alleen vloeit het ene nummer naadloos over in het andere, de liedjes op deze plaat gaan allemaal op de een of andere manier over tijd en dood. Geen nood: het maakt van The Late Album zeker geen uitsluitend zwaarmoedige bedoening met trage, donkere songs. Hoewel er “maar” negen tracks op de plaat staan (maar wel negen goéde), is er wel degelijk voldoende variatie qua stijl en sfeer.

Die sfeer is soms inderdaad weemoedig of nostalgisch (“The Sound”, het instrumentale “Grandma’s House”), maar die kan al snel overvloeien in dromerig of zelfs sprookjesachtig (zoals in opener “The Doctor’s Waltz” en “The Cuckoo”). Dat kwam ook al tot uiting in de twee singles die al verschenen -- het beklijvende, melancholische “Everyone Must Die” en het hupse, onweerstaanbare “Late March” -- maar het zijn zeker niet de enige songs met hitpotentie. Ook “Time Rag” (dat zijn naam alle eer aandoet) en “The Doorbell” -- een romantische komedie in zakdoekformaat -- smeken om een plaatsje op de heavy rotation-lijst van de radiostations.

In mei al werd The Late Album integraal uitgevoerd in Het Depot in Leuven. In vol ornaat, dus niet alleen met band, maar ook met strijkers, blazers, een mannenkoor én een prominente plek op het podium voor Gerrit Valckenaers. Ondergetekende werd er bepaald lyrisch van, zoals u hier kan lezen. Maar hoewel vandaag -- bijna vier maand later -- het verrassingseffect van die eerste kennismaking allang is weggeëbd, blijft onze conclusie stevig overeind: dit album is alwéér op alle vlakken een sprong voorwaarts en markeert een nieuw hoogtepunt in een muzikale loopbaan die inmiddels een kwarteeuw overspant.

En nu allemaal hop, naar de platenwinkel!

Spencer The Rover speelt het integrale album op 24 oktober in de Leuvense jazzclub La Conserve, mét The Sleepy String Quartet, The Medical Emergency Wind Ensemble en Gerrit Valckenaers.

E-mailadres Afdrukken