Banner

The Mechanics

The Mechanics Are Dancing In Your Head

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 24 november 2017

Zeventien maanden geleden trad Eric Thielemans voor het eerst naar buiten met The Mechanics. Twee maanden later maakte de band deel uit van ’s mans dag op Jazz Middelheim. Nu is er ook het album dat Ornette Colemans Dancing In Your Head (1977) als referentie neemt, maar zichzelf ook gretig het onbekende in pleurt. Dat is niet vrij van gevaar, al is dat een risico dat je natuurlijk erbij neemt. Als maker en als luisteraar.

Fijne band ook, met naast Thielemans ook gitaristen Rudy Trouvé en Jean-Yves Evrard, bassist Mauro Pawlowski (die, als we het goed hebben, ook het vaakst z’n strot gebruikt) en als vijfde man joker Roman Hiele (elektronica, toetsen). Diens rol is soms moeilijker vast te pinnen tussen het tegendraadse bricoleren van z’n oudere kompanen, maar het is duidelijk dat zijn bijdrage in sterke mate mee de wispelturige santeboetiek van The Mechanics Are Dancing In Your Head bepaalt. En als Thielemans al de oorspronkelijke aanstoker was van The Mechanics, dan is geen sprake van een vanity project, want alles voelt hier aan als een collectieve opstoot van bandeloosheid die vooral de clichés mijdt.

Wie een jazzplaat verwacht, of zelfs een freejazzvehikel, is er dan ook aan voor de moeite, want dit is een bonte, dwarse, bij eerste beluistering zelfs wat onsamenhangende daad die kinderlijke spontaniteit koppelt aan grenzeloos onderzoek en deconstructie aan momenten van luciditeit. Nochtans wordt Coleman niet helemaal opgegeven, want hij wordt geëerd met samples en biografische informatie in opener “Ode Aan Ornette” en “The Randolph Denard Stump” (genoemd naar ’s mans eerste voornamen) en het onverwoestbare, jubelende thema van Dancing In Your Head dat elke Ornette-liefhebber al tientallen keren floot of neuriede, passeert hier in verschillende versies, van relatief getrouw tot min of meer herkenbaar en compleet verbasterd.

De opener maakt met z’n brommende contactgepruttel overigens meteen duidelijk dat niet gedaan wordt aan oppervlakkige/behaaglijke schoonheid. Dit is een album dat kraakt, botst en ruist, sist en scheurt, alsof de weerbaarheid van het materiaal en de naden ertussen getest worden. Het is muziek die constant balanceert op de grens van de implosie, maar die ook uitpakt met noisy rollende grooves met punchy bas (denk Nomeansno) en twee gitaren die even vrij rond elkaar scheuren en huilen als die van Nix en Ellerbee dat veertig jaar geleden deden. Niet zozeer verwant in sound, wel in geest. Soms is het ook niet duidelijk of de muziek aan de kook wordt gebracht, dan wel ontspoort en voortdurend wordt een tweespalt aangehouden. Tegelijkertijd hoekig én repetitief, lawaaierig én etherisch, rommelig én gefocust. Inclusief aanmoedigingskreten alsof John Lee Hooker zich naast Sun Ra nestelt.

De rekbaarheid van dat bekende thema kan misschien best aangetoond worden via het een-tweetje “Les Mechaniques” en “British Airways”: het eerste start bij een kind en zet vervolgens in op een bijna-exotisch minimalisme dat Thielemans als onverstoorbare groovebox naar de voorgrond duwt, het ander met gepiemel dat klinkt alsof iemand te vroeg op de RECORD-knop duwde. Nochtans levert die haast onbehouwen rauwheid ook bijzondere momenten op. Zoals “Druids Shaker”, onze persoonlijke favoriet, waarin een schuchter zoekende gitaar (maar godverdomme, zo mooi dwalen en tegen muurtjes botsen dat dat is), rinkelende en ritselende percussie en talloze raadselachtige effecten een intrigerende, onvolmaakte spookwereld boetseren. Of “Powercut Blues”, dat The Ex, no wave, James Brown en dronkemansgewauwel in dansend evenwicht houdt als tollende borden op zwiepende witte stengels.

The Mechanics Are Dancing In Your Head voelt niet aan als een bewuste oefening in epateren of lelijkheid, maar speelt het spel wel volgens z’n eigen grillige regels, waardoor “The Randolph Denard Stump” twee gedaantes aanneemt: eentje ingetogen en dromerig, en eentje met overtsuurde betonmolenblues. Het verhaal van de Texaan met plastieken sax in twee kleuren, knalgeel en bloedrood of zoiets. En tot slot is er “Out Of Love Town”, die zich zowat profileert als single van dienst. Weerspannig, vol stemmetjes en met het gedoe van een muzikale doe-het-zelf-zaak op de achtergrond, maar ook met de meest conventionele structuur. Een song. Maar laat er geen twijfel over bestaan: de tijden dat dit spul overdag op de radio belandde, liggen al lang achter ons.

The Mechanics Are Dancing In Your Head is dan ook te grillig voor volk dat doorgaans heil zoekt op de grotere festivals en de bonkige concertzalen van het land. Dit is even compromisloos als onvoorspelbaar. Dit is peuteren, wringen, verruïneren, bricoleren, uit elkaar halen en opnieuw in elkaar steken, desnoods op een manier die niet meteen steek houdt, maar die wél aantoont dat het boeltje op losse schroeven zetten een zucht van verademing doet uitstoten.

Release concert: 30 november in De Studio (Antwerpen). Daarna: 1 december in de 4AD (Diksmuide), 14 december in La Conserve (Leuven), 15 december in Paradiso (Amsterdam) en 16 december in de AB (Brussel).

E-mailadres Afdrukken