Banner

Peter Jacquemyn x 3

In Memoriam: Global Village / Non é Prohibito / Cloud Chamber

Guy Peters - 06 december 2017

Beeldhouwer, tekenaar en bassist Peter Jacquemyn is nog altijd een van onze best bewaarde geheimen en tegelijkertijd ook een van onze sterkhouders. Jacquemyn componeert met materie: het hout dat hij te lijf gaat met de kettingzaag en beitels, of innig omarmt en vervolgens met strijkstok en vingers bespeelt, is een gesprekspartner, een opponent én een brok natuurlijk potentieel. Drie recente(re) releases waarop hij te horen is in goed gezelschap illustreren ’s mans (nog altijd onderbelichte) veelzijdigheid en liefde voor de aanraking.

Gunda Gottschalk, Xu Feng Xia & Peter Jacquemyn - In Memoriam: Global Village (El Negocito Records)

Je kan moeilijk spreken over Jacquemyn zonder het over Peter Kowald (1944-2002) te hebben. De basgigant was niet alleen een cruciale schakel in de ontwikkeling van de Europese vrije improvisatie, maar ook Jacquemyns mentor en een van degenen die hem naar de vrije muziek lokte. Kowald was ook een bruggenbouwer, een figuur die mensen bij elkaar bracht, ook al hadden die soms compleet verschillende achtergronden. Dat is ook wat gebeurde met deze drie muzikanten, stuk voor stuk satellieten rond planeet Kowald. Een van diens projecten was Global Village, een regelmatig van bezetting wisselend gezelschap dat een tijdlang bestond uit hem, Xu Feng Xia (op de Chinese guzheng, een 21-snarig instrument dat verwant is aan de Japanse koto en, dichter bij ons, de zither-familie) en Gunda Gottschalk (viool/altviool). Met dit trio stapt Jacquemyn in Kowalds voetsporen, om samen met twee zielsverwanten een ode te brengen aan de meester.

Zelfs bij een eerste oppervlakkige beluistering valt op dat het album een enorme variatie kent. Vrije albums zijn daar zelden van verstoken, al kunnen ze net door die spontane insteek ook een indruk van ondoordringbaarheid wekken. Dat is hier geenszins het geval. De stukken zijn doorgaans kort, kennen sterke onderlinge verschillen qua temperament, densiteit en instrumentatie, en kregen titels die je als luisteraar regelmatig al op weg helpen. “Intro” klinkt ook zo, als een voorstelling van de drie hoofdrolspelers, die voorzichtig en aarzelend hun aanwezigheid kenbaar maken, alsof ze de luisteraar eerst willen laten wennen aan de (nu nog) zachte individuele klankkleuren voor het register helemaal opengetrokken wordt.

De stukken die genoemd zijn naar de drie voornamen van de muzikanten, zijn solostukken. “Gunda” laat een intimistisch, zoekend en aarzelend geluid horen: een reeks van aanzetten, vaak gedempt of grillig van textuur. “Peter” is pittig en daadkrachtig, met een bas die door een hardhandig gebruikte strijkstok klinkt als een nest horzels. Dit is uitgesproken assertieve muziek, rijk in tonen en harmonieën, een muzikale kleurenweelde. In “Feng Xia” worden de klanken van de guzheng onophoudelijk verbogen, met een even desoriënterende als filmische folklore als resultaat, en een stem die eerst klinkt als een voice-over, maar snel bezwering uitwasemt.

En dat is nog maar het begin. In “Ladies Dialogue” is het vingervlugge gepluk van Jacquemyn de scheidsrechter bij de conversatie tussen de driftig op elkaar inpikkende vrouwen. “All Sing” gaat van start met diepe ritualistische keelzang van de bassist. Feng Xia reageert met lange, soms pulserende klanken, en Gottschalk met een excentriek hoorspel van amechtig gekir en Phil Minton-achtige wartaal. “Rain On The Roof”, een van de absolute hoogtepunten, is daadwerkelijk een meerstemmige, percussieve plensbui die gaandeweg aan reikwijdte wint, terwijl “Brij” uitpakt met een dikke puree van metaalgekletter en houtgeratel.

Het is duidelijk dat het er bij momenten behoorlijk uitdagend en excentriek aan toe gaat, maar uiteindelijk word je ook wel beloond, of gerustgesteld, met het mooie “In Memoriam”, dat een contemplatieve ingetogenheid heeft, ondanks de muzikale golfvorm. Met deze muzikanten zit je in de flank van de vrije muziek in z’n meest pure en veeleisende vorm, maar het transparante geluidsbeeld — met Jacquemyn die links en rechts geflankeerd wordt door twee zulke individuele stemmen, — en de veelheid aan tactieken maken van In Memoriam: Global Village een verrassend toegankelijk album.

Duo Periculoso (Gunda Gottschalk & Peter Jacquemyn) - Non é Prohibito (El Negocito Records)

De verbazing die je soms te wachten staat in de vrije muziek, wordt mooi geïllustreerd door dit album na het vorige te beluisteren. Maakten we bij het trioalbum de bedenking dat het er allemaal vrij goed in ging, dan is dit een veel taaier beestje. Ten dele omdat het instrumentarium wat vernauwt, maar vooral ook omdat de lengte van de stukken hier verdubbelt. Je kan nog altijd spreken van een enorm breed dynamisch bereik doorheen het album, maar het gebeurt veel meer in de diepte, want aan het oppervlak is dit een veel massiever en homogener album. Het is bovendien ook bedoeld als uitdieping van het in 1999 verschenen E Pericoloso Sporgersi, destijds het eerste duoalbum van Gottschalk en Jacquemyn, een staalkaart van maar liefst zeventien improvisaties.

Op dit album vinden we zo zeven stuks, genaamd “Viaggio I-VII”, met een duur tussen vijf en zestien minuten. Dat geeft de muzikanten veel ruimte om te proberen en te variëren, maar dus ook om geduldig in bepaalde zones te blijven hangen, waardoor er een grotere inspanning gevergd wordt van de concentratie bij de luisteraar. Dat begint al met het eerste deel, waarin het snelle gepluk op viool contrasteert met het grovere basgeschraap, dat samen leidt tot een schijnbaar warrig spel van contrasten, een wirwar van geluiden die heen en weer gekaatst worden met een soms benauwende intensiteit en fysieke suggestiviteit. Dat wordt zo mogelijk nog sterker in de verf gezet op “Viaggio II”, waarin Jacquemyn de aanval op het hout heeft ingezet met ontzet gekraak en gezaag.

Daardoor voelt het soms ook aan als een spel, een strijd van aanrakingen, dat de spanning deels oplost door uit te monden in een dialoog van roterende bewegingen met een dwingende, hypnotiserende kracht. Sleutelstuk “Viaggio III” zet in een kwartier het complete boeltje te kijk, op laag én hoog volume, met koppige, zelfs autistische herhalingen en een totale vrijheid. Er duiken flarden op die weggeplukt lijken uit folk- of zigeunermelodieën, en heel even lijkt Jacquemyn te verdwalen in kamermuziekoorden, maar plots zijn ze ook vertrokken en voel je ondanks die tegenstellingen een gemeenschappelijke koers. Het wringt wel, maar het botst niet, en heel even krijg je één stem te horen die spreekt voor twee.

De twee hebben de speelzone dan uit de doeken gedaan en belichten volgens verschillende aspecten, de ene keer met samenspel dat aansluit bij hedendaagse muziek, en later met een grillige free-for-all vol staccato-accenten (heel even lijken ze te knipogen naar Herrmanns score voor Hitchcocks Psycho) of een nadruk op geluiden die je binnen de klassieke wereld nooit uit die instrumenten zal horen komen. Waar In Memoriam: Global Village eigenlijk een ideale introductie tot het werk van Jacquemyn is, is Non é Prohibito een geschikte kluif voor wie zich écht wil vastbijten, of bereid is mee te gaan, in een (nog) grotere uitdaging.

Peter Jacquemyn & Stefan Prins - Cloud Chamber (ChampdAction)

Deze release verscheen al een tijd geleden, maar leek ons relevant, zeker omdat het duo zaterdag 9/12 nog eens samenspeelt.

De overtreffende trap, verschenen via multidisciplinair platform ChampdAction. Een dialoog van contrabas en live-elektronica van meer dan twee uur, verdeeld over een studioluik en een concertluik. Waren de vorige releases volledig akoestische affaires, dan komt de bas hier in aanraking met de wereld van de elektronica. Al is “in aanraking komen” ook alweer zo’n duffe omschrijving voor wat zich hier afspeelt. Prins, zelf componist en improvisator, voor zijn doctoraat verbonden aan de Universiteit van Harvard en artistiek co-leider van het Nadar Ensemble (en nog veel meer), is geen artiest die genoegen neemt met het scheppen van een kader waarin Jacquemyn kan gedijen, laat staan een fundament waar die laatste op kan bouwen. Dit is geen gemakzuchtig hipsterbandje.

Integendeel, eigenlijk is dit ook een vorm van hardcore improvisatie, waarbij Prins voortdurend in dialoog gaat met de bassist. Als we het goed hebben niet zomaar door een vorm van live-behandeling waarbij het spel van Jacquemyn in realtime bewerkt en teruggekaatst wordt, zoals wel vaker te horen is binnen de hedendaagse elektroakoestische muziek, maar door te volledig te vertrekken vanuit de mogelijkheden van zíjn instrumentarium. Van enige terughoudendheid is geen sprake, want net zoals de bassist regelmatig stuntwerk uithaalt dat het instrument soms meer schade lijkt toe te brengen dan goed te doen, zo is ook Prins’ aanpak soms ronduit agressief, met suizende, sissende, ruisende, flitsende klankgolven die hier en daar naar contactgestoorde noise neigen, met “Altocumulus Lenticularis Duplicatus” als compleet doorgeslagen voorbeeld.

Op zich al iets dat de oren doet spitsen, tot je je plots bewust wordt van hoe goed hij er ook in slaagt om Jacquemyns spel, bijvoorbeeld met hulpstukken (metalen blikjes, e.d.), te imiteren. Dat lukt hem zó goed, dat je er soms het raden naar hebt waar het ene instrument begint en het andere ophoudt. Geen passief reageren, maar actief interageren. Het botst, ruist en bruist, stuitert en stottert, suggereert meer dan eens een compleet systeemfalen. En waar het studioluik nog verdeeld is in zeven stukken, krijg je tijdens het liveschijfje maar twee stukken voor de kiezen. De muziek ademt daar ook meer, met Jacquemyn die z’n volledige register opentrekt en Prins die iets voortbrengt dat afwisselend klinkt als abstracte geluidskunst, plunderphonics (met een flard Beethoven), tape-experiment, turntablism en een aanval op een contrabas.

Klinkt op papier misschien vermoeiend, en dat ís het ook, maar dit is dan ook niets voor gezellige avonden met de vrienden. Dit is bovenal een release die zich enkel op z’n eigen voorwaarden laat beluisteren, en wie daarvoor openstaat én er nog de tijd voor wil vrijmaken, die wordt beloond met een verbluffend spektakel voor de oren.

Stefan Prins en Peter Jacquemyn staan 9/12 in Les Ateliers Claus. Meer info over die avond HIER.

E-mailadres Afdrukken