Banner

Frank Vander linden

Nachtwerk

8.5
Philippe Nuyts - 22 januari 2018

“Ik dacht aan een vrouw / Zo verscheen ze bij mij / Ik dacht aan de kou / Die ze wegnam bij mij / Ik dacht aan de wind / Die alles verspreidt / Ze is nog een vrouw / Maar niet meer van mij.”
Pijnlijk eerlijk, nachtelijk schoon en aan het einde haalt de troost het van de mistroost: Frank Vander Linden heeft misschien wel de plaat van z’n leven gemaakt.

Wanneer zelfs op showbizzsite.be staat dat je als koppel uit elkaar gaat, weet je dat de scherven van je gebroken hart op de openbare weg liggen. Een nachtmerrie voor de op privacy gestelde Vander linden, die met de ironie in z’n teksten al 25 jaar een firewall voor z’n privéleven opwerpt. De breuk vorig jaar was echter een virus dat die beschermmuur wegvrat. De plannen voor deze soloplaat bestonden weliswaar al een tijd voor de breuk -- de vorige dateerde al van 2009. Alleen belandde hij onverwacht op de pechstrook van de liefde. En geen betere pechverhelping dan songs maken. Het schrijf- en opnameproces liep parallel met herstel en hervonden geluk. Vandaar dat de troost het haalt van de mistroost op Nachtwerk.

De schrijfsessies liepen trouwens voor een deel samen met die voor de recentste De Mens-plaat. Daarop waren nummers als “Oh wat ben je mooi (als je weer wegloopt)” en “Schip Aan De Horizon” ook al borstels die de scherven bij elkaar poogden te vegen. Maar de milde afstand die die songs, en talloze andere meer weemoedige nummers uit 25 jaar De Mens kenmerkt (tijd voor een Spotify-playlist daarvoor, trouwens), verdwijnt hier als het zonlicht bij valavond. Het lijkt alsof Vander linden bij u in de kamer staat te tokkelen, als een goede vriend die z’n verhaal kwijt wilt. Het enige wat u moet doen, is luisteren, instemmend knikken en af en toe de glazen whisky bijvullen. Neat trouwens.

Vander linden toont zich openhartig en bijgevolg kwetsbaar als nooit tevoren, hij buigt en plooit het Nederlands daarbij zoals een clown ballonnen. Onze taal als soulmate, het blijft een uitzondering. Vander lindens teksten doen het meer dan ooit zonder opsmuk (metaforen, knipogen, woordspelingen) en zijn daardoor van een bedrieglijke eenvoud waardoor ze knalhard binnenkomen. Ze slaan en zalven tegelijk. Aan het einde wint het tweede, mede door de directe woordkeuze. Dit is een schrijfcursus voor al wie tekstdicht in onze taal.

Een paar voorbeelden. “Er zit een gat in alles wat ik hier bekijk / Mijn schaduw maakt zich los van mij / De zomer zindert, maar het zonlicht laat me koud / Er is hier echt wel een groot gebrek aan jou” uit “Gebrek Aan Jou”. “De avond is te jong / Om nu al te besluiten / Dat niets je helpen kan / Ze houdt van iemand anders / Dat zat er aan te komen / Verdraag het als een man / Draag het als een man” klinkt het in het gelijknamige nummer. En in “Gezegend Met Geluk” is een liefdesbreuk een koude hand: “En daar stonden we dan / Met ons hoofd in de wind / En we liepen rechtop / En we maakten een kind / Gezegend met geluk / Overspoeld door de liefde / En ik weet niet waarom het dan fout is gegaan.” En zo kunnen we nog even doorgaan.

In dat laatste nummer begeleidt een bijwijlen troosteloze piano het nummer als is het het donkerste moment van de nacht. De begeleiding is de plaat lang spaarzaam: akoestische gitaar maakt de hoofdmoot uit – speelde Vander linden ooit beter trouwens? Atmosferische klanken houden het licht brandend zoals in het huis op de hoes. Het is een nog uitgebeender geluid dan op zijn vorige, titelloze maar evenzeer intimistische soloplaat. “Draag Het Als een Man” had bijvoorbeeld zomaar op Richard Hawley’s Truelove’s Gutter kunnen staan.

Beide platen zijn bloedverwanten. Dat zegt wat. Ook over de thematiek. Waar Hawley het op een bepaald moment heeft over doorploeteren (“Soldier On”), doet Vander linden dat ook. Na elke nacht wordt het ook weer dag. Of zoals hij zelf beter verwoordt: “Net voorbij de horizon schijnen nieuwe lichten.” Slotnummer “Weet Jij Hoe Het Moet” klinkt zo al een pak lichtvoetiger. Er is berusting (“In deze harde wereld vol onbeholpen levens zit jij misschien wel met dezelfde vraag”), pijn is immers even universeel als zuurstof. Die nieuwe liefde in het leven van Vander linden zit er allemaal wellicht ook wel voor iets tussen. Dat ze maar nooit op de showbizzsite verschijnt.

Vander linden is “tekstdokter” in bijberoep en schaaft zo al eens mee aan de lyrics van andere Nederlandstalige artiesten. Op Nachtwerk gebruikt hij onze taal zelf als een medicijn op een manier die weinigen hem dat nadoen. Geen toeval dat een van de nummers “Trotse Pijn” heet. Pakkende prachtplaat.

E-mailadres Afdrukken