Banner

Franz Ferdinand

Always Ascending

6.0
Philippe Nuyts - 09 februari 2018

Bloc Party, Maxïmo Park, The Cribs, The Futureheads, The Libertines, The Fratellis, Razorlight, Kaiser Chiefs, The Kooks: begin jaren 2000 tierden ze even welig als tienerzwangerschappen daar in de UK, de postpunkgroepjes. Vijftien jaar later allemaal tussen de plooien van de tijd verdwenen als korrels in een zandloper. Ontspringen die dodendans vooralsnog: Editors en deze Franz Ferdinand, die dit voorjaar beide een nieuwe gooi naar blijvende relevantie doen.

Het is des te opvallender dat beide bands een soortgelijke gedaanteverwisseling ondergingen in die queeste naar eeuwige jeugd: de voornaamste architect van hun sound vervangen door twee nieuwe bandleden. Bij Editors leidde de defenestratie van gitarist Urbanowicz tot een finale omhelzing van een donkerder synthgeluid. Bij Franz Ferdinand wordt hun DNA, dat uit de gitaar van Nick McArty vloeide, vervangen door Dino Bardot en producer Julian Corrie op synths.

Het zorgt voor een natuurlijkere vervelling dan bij Editors. Er was op Tonight uit 2009 al geflirt met synths (denk aan een van hun sterkste singles “Ulysses”), en tegelijk ook het dub-experiment Blood. De dans-georiënteerde plaat die ze in 2015 samen met Sparks maakten, vond meer weerklank dan hun vorige reguliere Right Thoughts, Right Words, Right Action, dat echter een niet in te tomen spelplezier en een bescheiden return to form verraadde. Zo kon de band wel even verder. Totdat bleek dat de reacties betrekkelijk schouderophalend waren bij het grote publiek. En de schrik om ook als een zandkorrel tussen het lijstje bovenaan te belanden, werd te groot.

Vandaar: het roer om. Met die twee nieuwe leden trok de band naar Parijs, waar de helft van Cassius, Philippe Zdar, de veertigers een meer dance-gericht glitterjasje wou aanmeten. Met eerder productiewerk voor bands als Phoenix, Chromeo en Two Door Cinema Club een uitstekende keuze, al had Zdar nog een flinke ruk of twee extra aan dat roer mogen geven. Nu is Always Ascending halfslachtig, wat het grootste euvel blootlegt: het gebrek aan goeie songs, waar de voorganger uit 2013 wél in grossierde.

Wanneer de band ten volle haar geëvolueerde sound omarmt en dat koppelt aan een hook en vondst of twee, staat het nieuwe discojasje hen als gegoten. Zoals in openings- en titelnummer en niet toevallig eerste single “Always Ascending”, waarin het hoekige punkgitaartje van weleer een snedig discolikje is geworden. Dat de band dáár tien jaar geleden niet opgekomen is. Waarvan akte meteen daarna in “Lazy Boy”, dat een perfecte glitterbrug slaat tussen “Take Me Out” en de Franz Ferdinand van 2018. Rotcatchy, nikszeggende lyrics die met tandpastalach en knipoog worden gemurmeld door Kapranos: alle (ex-)bandleden van hun generatiegenoten vijftien jaar geleden tandenknarsen.

Maar dan is het al uit met de fun. Alsof de band de volgers van het eerste uur niet té hard voor het hoofd wil stoten, gaat de versnellingsbak meteen van zes naar drie. “Paper Cages” schokt en stuitert voort, niemand lijkt echt te weten waar de song heen moet, en de trukendoos van Zdar geeft niet thuis. Dat doet ze wel in “Finally”, maar met gyproc alleen bouw je geen huis. Hun onverschilligheid slaat finaal toe bij “Louis Lane” en vooral “Huck And Jim”, waarin Kapranos het op een misplaatst pseudorappen zetten als een nonkel Dirk die zich op dat ene trouwfeest weer te hard wou bewijzen.

Pas aan het einde herpakken plaat én band zich, maar dan zijn de TL-lampen op het feestje al lang weer aan. Op “Glimpse Of Love” komt de glitterbol niettemin naar beneden, “Feel The Love Go” (niet toevallig ook weer vooruitgeschoven als teaser) is wat er gebeurt wanneer sound, song, idee en enkele perfect gecaste en getimede vondsten (die sax!) samenkomen. Slotnummer “Slow Don’t Kill Me Slow” bewijst dan weer dat een goeie song zonder opvallend geëvolueerd geluid ook overeind blijft. Met dank aan de bloedmooie outro, dat wel. Een melancholische Franz kan dus werken, maar op een volledige bedachtzame plaat van hen wacht ook weer niemand.

Op een plaat met een zweem van impact van het verschroeiende debuut dan weer wel. Dichter dan met Always Ascending zijn ze er sinds 2004 niet bij geweest, maar dichter zullen ze er aan het duffe middenrif van de plaat te horen ook niet meer geraken. Gemiste kans. Met de juiste setlist kan de band weliswaar een plekje opeisen op het blijkbaar nu ook al verjongende TW Classic en er duchtig ten dans spelen. Maar voorts dreigt de enige hippe hashtag voor Franz Ferdinand een uit de context gerukt #Timesup te worden.

E-mailadres Afdrukken