Banner

Sleep

The Sciences

8.0
Jurgen Boel - 09 mei 2018

Weinig bands hebben zo'n interessante achtergrond als Sleep. Gedebuteerd als kwartet, zag de band zich na de release van debuut Volume One (1991) gereduceerd tot trio wanneer gitarist Justin Marler besloot als monnik in te treden in een Grieks-Orthodox klooster. Opvolger Sleep`s Holy Mountain (1992) werd met recht en rede onthaald als een mijlpaal binnen het stoner/doomgenre, waarna de band zich aan een groots project waagde, wat meteen ook ongewild hun zwanenzang inluidde en hen voorgoed de geschiedenis in katapulteerde.

Na het succes van Sleep`s Holy Mountain konden ze immers op aardig wat interesse van labels rekenen, die leidde tot een betere platendeal en meer geld. De groep zag het groots en zou een plaat opnemen die slechts één nummer bevatte van maar liefst een uur lang. Het concept: een ode aan de riff en het weedgebruik (dat Sleep grote liefhebber van marihuana was, mocht allesbehalve verrassen). Het label zelf was minder opgetogen met hun ambities, zodat het album op de plank bleef liggen en de band zelf ontbond. De volgende jaren zouden er maar liefst vier versies van het album uitgebracht worden: een promokopie, een bootlegversie, het bekendere maar niet geautoriseerde Jerusalem (1999) – de song is er opgedeeld in zes nummers – en de ruim zestig minuten durende versie Dopesmoker (2003), die volgens de band het dichtst aanleunde bij de originele opzet.

Hoewel Sleep ten tijde van de release van hun derde album gesplit was en respectievelijk de bands Om (ritmesectie Al Cisneros en Chris Hiakus) en High On Fire (Matt Pike) opgericht hadden, bleef de groep tot de verbeelding spreken. Wanneer ze in 2009 terug samenkwamen voor sporadische optredens, was de hoop op nieuwe songs groot, al zou er pas in 2014 een eerste verschijnen: “The Clarity”, dat gratis te downloaden was en nieuwe drummer Jason Roeder (Neurosis) introduceerde. Vervolgens trad er een nieuwe windstilte op, totdat de band op 20 april (4/20, een aanduiding voor weed) geheel onverwachts The Sciences online plaatste en er werd bekendgemaakt dat Jack White's label Third Man Records in zou staan voor de release.

Start het album nog ietwat onverwacht met de gelijknamige song, louter gedreven door gitaar en feedback, dan wordt vanaf “Marijuanaut`s Theme” meteen duidelijk dat Sleep niet de neiging heeft om zijn meer dan twintig jaar oude geluid (bijna vijftig als we rekening houden met zijn invloeden) ook maar een beetje te wijzigen, laat staan dat Cisneros opeens iets anders zou bezingen dan de geneugten van marihuana of de glorie van Black Sabbath. Toegegeven, niet alleen de titel zelf, maar ook tekstflarden als “smokesuit as home/ Traverse galactic sea - inhaler of the rifftree/ (…) Through the hashteroid fields - a transmission yields - now riff” of “Sojourns the lone stoned soul - Marijuanaut loads a new bowl/ Behold as he enters the clearing – Planet Iomma nearing” balanceren zo hard op het randje van de parodie dat het nauwelijks nog ernstig te nemen is, maar daar staat dan weer tegenover dat Matt Pike nog steeds de zwaarste regionen van de gitaarriff opzoekt, terwijl Roeder perfect de plek van Hiakus overneemt als het op logge drums aankomt.

Nadat de spits is afgebeten, dringt het trio meteen door tot de kern van de plaat met drie nummers die moeiteloos de tienminutengrens overschrijden. Werd Tommy Iomma nog gehuldigd in “Marijuanaut”, dan laat ”Giza Butler” er weinig twijfel over bestaan dat Black Sabbath-bassist “Geezer” Butler een onverbloemde ode krijgt waarbij niet alleen de onvermijdelijke marihuana- en Sabbath-referenties opduiken, maar ook met de nodige knipogen verwezen wordt naar Frank Herbert`s Dune. Meer nog dan op de andere nummers van het album laat Sleep hier horen hoezeer ze door Black Sabbath beïnvloed is in haar geluid. De pompende bas en drum vormen een sonische pletwals waarboven een slepende gitaar de riff eindeloos laat grommen en bijten. Niets nieuws onder de zon dus, maar als de vorige albums al iets bewezen, dan is het wel dat Sleep als geen ander haar nummers zo weet op te bouwen en te variëren dat de vijf minuten gemakkelijk overschreden worden vooraleer de luisteraar zich ook maar bewust is van de tijd.

In het toepasselijk getitelde “Sonic Titan” geeft louter de bassolo aan dat de song zich al geruime tijd ontspint tot een slopend meesterwerk dat zelfs naar Sleepnormen het tempo geregeld terugschroeft en misschien wel de beste gitaarsolo van de laatste twintig jaar bevat. Ook in “Antarticans Thawed” duiken giganten op, met een Cisnero die elk woord afbijt alsof het vastgevroren was terwijl de song zichzelf ook uit een ijselijke cel lijkt te bevrijden en ongenaakbaar blijft beuken en bijna een kwartier lang aan eenzelfde tempo voortjakkert. Het instrumentale “The Botanist” tot slot mag het album afsluiten, maar laat in tegenstelling tot het titelnummer alle instrumenten aan bod komen en neemt al na de eerste minuut zwaar gas terug waardoor een dromerige sfeer ontstaat die sterk gekleurd wordt door een solerende Pike, alvorens de ritmesectie het laatste woord krijgt.

Het heeft een kleine twintig jaar geduurd vooraleer Sleep nog eens nieuw album opgenomen had (Dopesmoker had in 1996 of daaromtrent het leven moeten zien), maar dat is aan The Sciences alvast niet te horen. Nog steeds is Black Sabbath de belangrijkste invloed waarbij Sleep het allemaal nog wat zwaarder, luider en vaak trager maakt. Toch kan deze grootvaders van de sludge/doom moeilijk verweten worden dat ze niet meegegaan zijn met de tijd, de band heeft zich immers altijd in een door weeddampen omgeven variant van de vroege jaren zeventig bevonden. The Sciences haalt weliswaar niet het niveau van Sleep`s Holy Mountain noch is het even ambitieus als Dopesmoker maar ze blijft wel trouw aan Sleep`s oude credo: “Drop out of life with bong in hand - Follow the smoke toward the riff filled land.”

Sleep speelt op 27 mei in de AB.

E-mailadres Afdrukken
Tags: sleep