Banner

Iceage

Beyondless

8.5
Jeroen Verschakelen - 10 mei 2018

Het vierde album van het Deense Iceage klinkt zonder twijfel melodieuzer dan hun eerdere werk: niet alleen maakt zanger Elias Bender Rønnenfelt zich minder schuldig aan allerlei gehijg en andere vocale pijnigingen, maar bovendien beukt de band met Beyondless de deur naar nieuwe genres open.

Dankzij Rønnenfelts nieuwbakken muzikaliteit ontwaart de luisteraar op Beyondless voor het eerst subtiele gelijkenissen tussen ’s mans donkere stemgeluid en dat van een zekere Richard Ashcroft, al neigt single “The Day The Music Dies” nog eerder naar garagerock dan naar de radiogevoelige britpop van The Verve. De triomfantelijke blazers van “Pain Killer” lonken dan weer vooral naar Bowie, terwijl het geweldige “Under The Sun” nog best als psychedelische trashfolk bestempeld kan worden. Om nog maar te zwijgen van het countrygeurtje aan de ironische honky-tonk in “Thieves Like Us” en de hitsige ritmes van “Catch It” die op schaamteloze wijze met The Velvet Underground & Nico aan partnerruil doen. Op Beyondless lijkt Iceage zijn hoogsteigen British Invasion door te maken, met alle boeiende kruisbestuivingen tussen Amerikaanse en Europese invloeden van dien.

Weg zijn de neurotische punk van de eerste twee albums en de slepende, apocalyptische rammelrock van doorbraakplaat Plowing Into The Field Of Love. “We can’t stop killing/And we’ll never stop killing/And we shouldn’t stop killing/Hurrah!” klinkt het bijna euforisch in de van energie bulkende opener “Hurrah”, terwijl de titeltrack een postpunkparel is die een zelfs voor Iceage ongehoorde culminatie van melodie en razernij laat horen. “But if you think I’m that pillar that you needed/Believe me dearest, it ain’t me” croont Rønnenfelt terwijl de noise hem om de oren vliegt.

Tekstueel gezien tracht de zanger opnieuw uit te pakken met zijn uitgebreide vocabularium, al bezondigt hij zich hier en daar wel aan verbaal spierballengerol door het spuien van goedkope oneliners die eerder in de meer voorspelbare CSI Miami-afleveringen zouden thuishoren (“Unravel and come undone/Plead the Fifth on all accounts” of “We’ve got ourselves a hostage situation/With well-developed Stockholm syndrome”). Dat de man aan een knoert van een Messiascomplex lijdt, was overigens al duidelijk in “The Lord’s Favorite” op Plowing Into The Field Of Love en dat toont hij hier weer met het hooghartige “Lord, do you need a savior/Have you lost the steering wheel again?”. Op Beyondless lijkt Rønnenfelts narcisme echter stilaan te ontsporen in een soort amoureuze doodsdrift: zowel in het met Sky Ferreira ingezongen duet “Pain Killer” als in het intense “Take It All” -- nochtans een van de meest ingetogen en melodieuze nummers die Iceage ooit schreef -- lijkt hij een gekwelde smeekbede te lanceren om letterlijk door de liefde geconsumeerd te worden.

Misschien wel het beste voorbeeld van de waanzin die Iceage drijft: de sardonische bigbandjazz van “Showtime” met zijn “A bright young singer is the lead of the show/He is as handsome as he’s talented, oh!”. Rønnenfelt zingt het alsof hij het over zichzelf heeft, om zijn rijzende ster vervolgens voor een volle theaterzaal een kogel door het eigen hoofd te laten jagen. Een leger aan decadente blazers kan ternauwernood voorkomen dat de groep zichzelf tot een rock-’n-rollcliché van zelfdestructivisme bombardeert.

Is Beyondless dan van het goede te veel? Ja, maar larger-than-life worden, was nu eenmaal de godverdomde lotsbestemming van Iceage. Dat ze die roeping schaamteloos vervullen, meneer.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Iceage