Banner

Kamasi Washington

Heaven & Earth

7.0
Bart Van Put - 09 augustus 2018

Oei, de moeilijke tweede is er!

The Epic, het fantastische debuut van Kamasi Washington sloeg in 2015 in als een bom en katapulteerde de imposante saxofonist uit Inglewood stante pede naar de hoogste regionen van het jazzpantheon. Meer nog: door Washingtons vele samenwerkingen als sessiemuzikant met grote namen als Thundercat, Flying Lotus, Ryan Adams, Run The Jewels en misschien nog het meest met Kendrick Lamar, raakte zijn naam bekend ver buiten de jazzwereld. Het legde hem alvast geen windeieren: Washington en zijn band toerden de afgelopen jaren de hele wereld rond en speelden op de meest uiteenlopende festivals.

De livereputatie van Washington en zijn fantastische band bevestigde het nog meer: deze kerels zijn hier om te blijven. Geen wonder trouwens, want Kamasi omringde zich steevast met jeugdvrienden waarmee hij opgroeide en al tientallen jaren samen speelde. Je hoorde dat trouwens al op The Epic. Hier waren geen inderhaast bijeengetrommelde sessiemuzikanten aan het werk, maar een hecht ensemble dat elkaar feilloos aanvoelde en perfect de balans wist te slaan tussen nederige onderwerping aan de compositie en exuberante uitspattingen van technisch meesterschap.

Het is daarom zeker geen overstatement om te verklaren dat de opvolger van The Epic een van de meest geanticipeerde jazzplaten van 2018 was. De EP Harmony Of Difference vorig jaar was een tijdelijk zoethoudertje, maar het echte werk kwam in de vorm van Heaven & Earth. Wederom een imposante dubbelaar van meer dan twee uur. Dat is een half uur minder lang dan The Epic, maar als je wil kan je nog steeds de tegelijkertijd verschenen EP The Choice er achteraan plakken.

We houden het gemakshalve bij Heaven & Earth, want geloof ons: daar is al meer dan werk genoeg aan. Je moet het Washington gunnen dat hij alvast niet de gemakkelijkste weg heeft gekozen. The Epic kon bijna beluisterd worden als een jazzanthologie van bebop, latin, spiritual, gelardeerd met likjes soul en funk. Die variatie was een van de redenen om de ellenlange rit van begin tot eind met plezier uit te zitten. Deze plaat kiest ervoor om zich meer te focussen op het spirituele aspect van Washingtons oeuvre. Als groot bewonderaar van John Coltrane is dat geenszins verwonderlijk.

Openingstrack van Earth, het eerste deel van het tweeluik “Fist Of Fury” klinkt alvast vertrouwd in de oren. Het is te zeggen: je krijgt dit keer geen muilpeer rond de oren zoals bij “Change Of The Guard” indertijd, maar eerder een subtiele por tussen de ribben. Want “Fist Of Fury” lijkt dan wel een mak beestje met zijn gezapige latin groove, mooie maar ingehouden zang van zowel koor als leadzangers en begeesterende, maar weinig explosieve piano- en saxsolo’s. De boodschap is duidelijk: “Our time as victims is over. We will no longer ask for justice. Instead we will take our retribution”. Die por tussen de ribben mikt dus toch op het middenrif. Die komt aan.

Bebop-tweeluik ”Can You Hear Him” en “Hub-Tones” (een compositie van Freddie Hubbard) heeft al wat meer schwung in de mars. Die eerste met een beestige spaced out keyboardsolo en Washington die naar het eind van het nummer het energieniveau voor de eerste keer deze plaat naar een hoogtepunt stuurt. Bij “Hub-Tones” zijn het de blazers die met de pluimen gaan lopen, maar het is drummer extraordinaire Ronald Bruner Jr. die met een korte, maar geniale drumsolo op meesterlijke wijze het denderende slotakkoord inzet. De zintuigen staan weer op scherp, de adrenaline stroomt weer door de aderen.

En dan… Dan gaat Earth vreemd genoeg sluimeren. “Connections” heeft met zijn funky gitaarlijn wel een air van lekkere seventies blacksploitation, maar kabbelt de rest van zijn zeven minuten maar wat verder. Ook “Tiffankonkae” en “The Invincible Youth” (ondanks de veelbelovende vrij geïmproviseerde intro) zijn in hetzelfde bedje ziek. Niet dat de composities of het spelniveau ondermaats zijn, maar het bezadigde tempo en de technisch virtuoze, maar weinig écht begeesterde solopartijen maken het moeilijk om dit drieluik in de armen te sluiten.

Ook “Testify” dreigt in te dommelen, maar gelukkig is er de wonderschone stem van Patrice Quinn die de meubelen redt en van deze compositie een echte song maakt. Afsluiter van Earth, “One Of One” kan dan weer bekoren met zijn hardbop-baslijn, vlammende sax- en trompetsolo’s en knap geconstrueerde spanningsbogen (dat koor!). Halfweg de plaat en zowaar enige gemengde gevoelens. Dan moet de spacey kant van de plaat nog komen. Ai ai ai …

Want het mag duidelijk zijn: Heaven toont een meer spirituele en daardoor ook minder toegankelijke kant van Washingtons muzikale leefwereld. Dat wordt meteen duidelijk bij “The Space Traveler’s Lullaby”: er wordt meer gebruik gemaakt van strijkersarrangementen, het koor blijft gedurende het hele nummer aanwezig, er wordt minder nadruk gelegd op soleren, maar meer op sfeersetting en de compositie als geheel. Het maakt van deze openingstrack een uitzonderlijk knap, emotioneel en intiem moment. Vooral wanneer Washington zijn saxofoon a capella laat weerklinken, krijgen we instant Coltrane-kippenvel.

De wenkbrauwen worden wel even gefronst bij de eerder cheesy vocoder-vocalen in “Vi Lua Vi Sol”, maar de rest van het nummer houdt zich dankzij een hecht gevlochten structureel geheel zonder veel moeite staande. “Street Fighter Mas” drijft voort op een lekker funky basmotief, een mooi gezongen thema en een warme trombone- en trompetsolo. Ook de eerder beperkte lengte van net geen zes minuten zorgt ervoor dat zowel band als luisteraar bij de les blijven.

“Song For The Fallen” is met zijn twaalfenhalve minuut dan weer het langste nummer op deze plaat. Helaas trappen we weer in de gezapige val van het vakkundige, maar weinig begeesterde meanderen van solo naar solo, zonder de luisteraar bij het nekvel te grijpen. “Journey” doet dat dan weer wel dankzij wederom de prachtige, zalvende zangpartij van Patrice Quinn, die zich ondanks haar sporadische inschakeling tot de grote ster van dit dubbelalbum mag rekenen. “The Psalmist”, een compositie van trombonist Ryan Porter, heeft een vrolijke, funky upbeat bebop-vibe die duidelijk het speelse in Washington en de band naar boven haalt. “Show Us The Way” haalt de epische grandeur van The Epic weer naar boven en vergeet gelukkig niet om ook de begeestering uit dit soort composities volledig uit te spelen (dat koor op het eind!). Heaven wordt op een prachtige manier afgesloten door “Will You Sing”, waar ook hier weer het koor een glansrol speelt, maar ook de instrumentatie zich meer dan uit de slag trekt.

Het is dus wel degelijk een moeilijke tweede geworden. Over het talent en zowel componist(en) als uitvoerders gaan we evenwel niet discussiëren: dat staat nog steeds buiten kijf en Kamasi Washington kan zonder al te veel problemen op zijn troon in het moderne jazzpantheon blijven zitten. Maar is Heaven & Earth daarom ook de ultieme triomf geworden die velen van ons hadden gehoopt? Nou, niet helemaal. Daarvoor blijven een aantal nummers net iets te veel aan de oppervlakte. En hoewel het moeilijk is om een “all killer, no filler”-plaat van zulke epische proporties te maken (op The Epic waren er ook een paar mindere momenten), geven we toch toe dat we bij herbeluisteringen onze vinger een paar keer meer dan ons lief is naar de skiptoets glijdt. Een wat rigoureuzere songkeuze, of het inkorten van enkele nummers zou hier al veel geholpen hebben.

Maar toch zijn er meer dan genoeg hoogtepunten die deze plaat méér dan de moeite waard maken. Straffe composities, begeesterd soleerwerk, dat fantastische koor en een overall gevoel van epische grandeur zijn al langsom aan hét handelsmerk van Washington geworden en staan hier ook weer als een majestueus paleis. Een meesterwerk als The Epic is Heaven & Earth niet geworden. Maar een onwaarschijnlijk lekkere pot jazz, dàt moet je Kamasi Washington en de zijnen niet leren. Gelukkig maar.

Kamasi Washington is donderdag 9 augustus headliner op Jazz Middelheim.

E-mailadres Afdrukken