Banner

Marker

Roadwork 1 / Roadwork 2 / Homework 1

Guy Peters - foto's: Julia Dratel - 11 september 2018

Voor een componist-improvisator als Ken Vandermark is ontwikkeling het hoogste goed. Veel meer dan een momentopname, een stand van zaken, is een opname dan ook een stap in een proces dat aanhoudt zolang een band als creatieve eenheid kan vernieuwen en zichzelf heruitvinden. Als Wired For Sound (2017) al een intrigerend en verfrissend visitekaartje was van een nieuwe band, dan is deze onlangs verschenen release perfect om de voortdurende beweging van Marker in de kijker te zetten.

In de liner notes bij Provoke van zijn kwartet Made To Break omschreef Vandermark de gehanteerde strategie van die band als “problem solving in real time”, waarbij het probleemoplossende vermogen vooral ging over het vermijden van vooraf vastgelegde of voorspelbare structuren. Het is met Made To Break dat Marker een en ander gemeen heeft. Het zijn beide navolgers van eerdere projecten als Spaceways Inc. en Powerhouse Sound, die de (vrije) improvisatie samenbrachten met elementen uit verschillende rocktradities (postpunk, noiserock, funk/soul), maar natuurlijk ook die combinatie van akoestische en elektrische elementen, de energie van de punk en een opvallende liefde voor ritme. Voor gitaristen Andrew Clinkman en Steve Marquette, toetseniste/violiste Macie Stewart en drummer Phil Sudderberg is die stilistische schizofrenie duidelijk een vanzelfsprekendheid. De albums zijn ook opgedragen aan uiteenlopende figuren als Muhal Richard Abrahams, Irma Thomas en Marion Brown, om er slechts enkele te noemen.

Meer nog dan die combinatie van invloeden is de modulaire organisatie van de muziek een gedeelde factor voor beide bands. Organisatie, inderdaad, want ook improviseren is keuzes maken. En wat Marker net als Made To Break onderscheidt van projecten die de kaart van de volledige vrijheid trekken, is het aanhoudend integreren van doorgecomponeerde cellen, vaak op maat van specifieke instrumenten of bandleden. Die modules hebben echter geen vastliggende plaats of volgorde, waardoor het afwisselen ervan verschilt van sessie tot sessie. Het betekent ook dat je sommige stukken meerdere keren hoort terugkomen op deze release, maar dan op andere plaatsen. De ene keer in de kop van een suite, de andere als finale. De stukken zijn er dus, maar hoe ze aan elkaar geknoopt worden, gebeurt al improviserend, waarbij er volop ruimte is voor elke muzikant om al improviserend zijn stempel te drukken op het verloop.

Drie concertopnames uit januari en februari van dit jaar worden hier gebundeld, waarbij Roadwork 1 & 2, opgenomen in New Orleans en Atlanta, verwijzen naar het tourgebeuren en de derde in de chronologie, Homework 1, verwijst naar een opname in thuisstad Chicago. Opener “Accordéon”, de eerste van tien stukken tussen 13 en 23 minuten, kan meteen gelden als typevoorbeeld van de variatie in stijlen en transformaties die de band in petto heeft. Het is een komen en gaan van solomomenten en collectieve interactie, die compleet vrij, maar ook retestrak kan zijn. Zo duikt er een onweerstaanbare funkgroove in op van de soort die je ook kon horen bij Powerhouse Sound en krijg je vervolgens een parcours via hysterische chaos, solo textuuronderzoek, kamermuziek-achtige voorzichtigheid en opvallende contrastwerking (bijvoorbeeld met Stewart en Vandermaerk met lang aangehouden golven op viool en klarinet versus het stekelige prikken van de andere drie).

Vandermark studeerde oorspronkelijk film en maakt er geen geheim van dat hij ook bij dat medium inspiratie opdoet om muziek te organiseren. Het is dan ook een uitdaging om binnen elk stuk op zoek te gaan naar de manieren waarop opeenvolgende secties in elkaar overgaan of achter elkaar geplaatst worden. De ene keer is dat met brute wendingen en soms frappante contrasten die herinneren aan jump cuts in film, maar het gebeurt net zo vaak met ”beelden” (geluiden, thema’s, solo’s) die zachtjes oplossen, uit focus geraken, of via een contrapuntbeweging, door het op elkaar passen van twee sporen die even vechten om dominantie. Dat doorgeven of overnemen van stokjes en introduceren van nieuwe elementen gebeurt met een souplesse en wendbaarheid die nog een stap verder gaat dan op Wired For Sound.

Alle muziek in één ruk uitzitten is ongetwijfeld te veel van het goede, maar het is wel intrigerend hoe elementen blijven terugkeren en de verschillende concerten zich verhouden. Zo lijkt de opname in Atlanta een stuk rauwer dan die in New Orleans van een week eerder. Dat zit ‘m in een minder gepolijste opnamekwaliteit, maar ook in een sterkere nadruk op noisy sound, bij de gitaristen, maar bijvoorbeeld ook bij Stewart, die in “Shunpike” behoorlijk agressief tekeergaat op toetsen. Of neem de dense start van “Deguchi” met die aanmoedigende kreten, dat vervolgens een coherent, dramatisch verhaal vertelt met een zware sfeer en een emotionele kaakslag van een ontketende Vandermark op tenorsax. Het bouwt op met een verschroeiende intensiteit, om dan om te slaan in die groove die in de opener een stuk sneller uitgespeeld werd.

En zo word je hier voortdurend heen en weer gezwierd als luisteraar. Je belandt van hechte passages die herinneren aan het knetterende sloopwerk van Lean Left in duchtig swingende momenten die doen denken aan wijlen The Vandermark 5, de heavy grooves van Made To Break, knikjes richting de Ethiopische accenten die iets hebben van The Ex, maar ook momenten van uitgedunde introspectie en haast folk-achtige interactie. Na een tijdje leidt het tot een herkenningsspel, maar nooit helemaal, omdat die terugkerende elementen zich steeds afspelen binnen nieuwe contexten.

Veel meer dan een krachtig en geïnspireerd samengaan van compositie en improvisatie, is dit dan ook een release die je doorheen een trip van bijna drie uur een en ander kan leren over mogelijke strategieën om die twee bestanddelen in balans te houden, en zo ook meteen het idee onderuithaalt dat een liveopname van vrije (of vrij georganiseerde) muziek eigenlijk tegennatuurlijk is. Ten slotte wordt het ook een interessant document zodra het volgende studioalbum van Marker verschijnt, in maart van 2019, om te zien waartoe het geleid heeft. Cruciaal voor Vandermark-liefhebbers en bij uitbreiding voor iedereen die wil horen hoe het mogelijk is om jezelf steeds opnieuw uit te vinden.

Roadwork 1 / Roadwork 2 / Homework 1 verscheen in een beperkte 3cd-uitgave die intussen al uitverkocht is. De muziek kan wel nog beluisterd en aangeschaft worden via Bandcamp.

CODA // Made To Break - Trébuchet (Trost Records)

Een tijd geleden verscheen deze achtste release van het kwartet Made To Break bij het Duitse Trost Records en het laat horen wat een strakke eenheid dit gezelschap geworden is, met Jasper Stadhouders (basgitaar) en Tim Daisy (drums) als een soepele, hechte ritmesectie en Christof Kurzmann (ppooll, electronica) hier als joker in een vrije rol. Van Vandermarks projecten is dit vermoedelijk hetgene dat het meest zijn obsessie met ritme in de kijker zet. Ondanks de ruim bemeten vrijheid en momenten van abstractie, waarin vooral een cruciale rol is weggelegd voor Kurzmann, is dit Vandermarks meest frontale, rock georiënteerde project.

In de lijn van het artwork baadt Trébuchet ook in een warme, broeierige sound met een donkere geladenheid die enkele referenties aan oorlogsgeweld en maatschappelijke betrokkenheid extra in de kijker zet. Het aan Shellac opgedragen “Hydroplane” is een pak funkier dan die band ooit was, maar het heeft wel een gedeelde, no nonsense punch en die bijna spartaanse aanpak. Maar wat een kanon van een groove, tegelijkertijd in your face (Stadhouders) en knisperend (Daisy houdt), intrigerend afgewisseld met de verwarring zaaiende interjecties van Kurzmann, wiens aanhoudende ingrepen regelmatig iets hebben van oorlogsgedruis in de verte.

“Contact Sheet” (voor Susan Sontag) en “Slipping Words Against Silence” (voor Kerry James Marshall) beginnen minder toegankelijk, maar kennen ook bewegingen tussen uitdunnende geluiden en krachtige grooves, met Vandermark die moeiteloos switcht van bariton- en tenorsax naar klarinet (en terug) en Kurzmann die het boeltje aan de kook houdt met sissende texturen en het samenspel van z’n kompanen verminkt terugkaatst. Alles bij elkaar opgeteld leidt het tot een afwisselend bedachtzame en agressieve release van een perfect op elkaar ingespeeld kwartet dat intelligent én gespierd klinkt en zo inwerkt op hoofd én ledematen.

Goed nieuws: Made To Break speelt op 9 oktober in De Studio bij Sound In Motion. Meer info en tickets HIER.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Marker