Banner

Richard Thompson

13 Rivers

7.5
Bjorn Weynants - foto's: Tom Beygrowicz - 14 september 2018

Met zijn nieuwe langspeler 13 Rivers toont Richard Thompson nogmaals dat hij nog lang niet uitverteld is.

Zeggen dat Richard Thompson de voorbije decennia een van de bepalende figuren binnen de Britse muziekscene was, is zeker geen overdrijving. Als lid van Fairport Convention zette hij de Britse folk(rock) eind jaren ‘60 op de muzikale kaart en ook daarna maakte hij -- al dan niet samen met zijn toenmalige echtgenote Linda Thompson -- een reeks klassiekers die in iedere platenkast thuishoren. I Want To See The Bright Lights Tonight, het donkere verslag van een huwelijk in staat van ontbinding, Shoot Out Of The Lights en het iets recentere Mock Tudor zijn albums die tot het canon van de folkrock behoren. Maar minstens even opvallend is de consistentie van het oeuvre van de ondertussen 69-jarige Thompson. Deze 13 Rivers is ondertussen ‘s mans 17de solo-album soloalbum en op een enkele uitzondering na, zijn die allemaal zeer de moeite waard.

Thompson is niet alleen een begenadigd songschrijver, maar hij is ook een van de beste en boeiendste gitaristen van zijn tijd. Waar generatiegenoten als Clapton al decennia grossieren in het maken van strontvervelend geluidsbehang, blijft Thompson wel geïnspireerd musiceren. Hoewel hij de voorbije jaren een aantal albums uitbracht waarin hij ouder werk op akoestische gitaar herinterpreteerde, krijgen we op plaat meestal de elektrische versie van Thompson te horen, en dat is ook op deze 13 Rivers niet anders. Nadat vorige albums geproducet werden door eminent volk als Buddy Miller (Electric) en Jeff Tweedy (Still), nam Thompson hier het heft zelf in handen. In de studio kreeg hij het gezelschap van zijn vaste begeleiders: Michael Jerome (drums), Taras Prodaniuk (bas) en Bobby Eichorn (gitaar).

Vanaf de eerste noot wordt duidelijk dat er hier een Richard Thompson in topvorm aan het werk is. Het voortdurend dreigende, onheilszwangere “The Storm Won’t Come” roept herinneringen op aan Nick Cave en moet er niet voor onderdoen. De meest ongewone nummers staan doelbewust allemaal op de eerste helft van het album geprogrammeerd. De Waitsiaanse potten- en- pannen-percussie van “The Rattle Within” is nog zo’n voltreffer. Het is overigens hoogtepunten rapen in het begin. “Bones Of Gilead” verrast met zijn bijbelreferenties -- Thompson is al sinds de jaren ‘70 bekeerd tot de soefistische variant van de islam -- en valt op met zijn wringend, catchy ritme. Dit is superieure popmuziek. Ook het groovy “Trying” is zo’n nummer dat verduiveld ingenieus in elkaar steekt en in het bluesy “The Dog In You” merk je nog maar eens de hand van een meester.

Het knappe “Do All These Tears Belong To You” krijgt op het einde een van de sterkste gitaarsolo’s van het album mee van het soort waar menig collega-gitarist een ledemaat voor veil zou hebben. Een krop in de keel is er met het door merg en been snijdende “My Rock, My Rope”. Hoogtepunt zoveel en tegelijk een keerpunt op 13 Rivers. Want de nummers die daarna komen zijn veel traditioneler van opzet en leunen veel dichter aan bij de folkrock waar Thompson bekend voor staat. Het is niet zo dat het geen goede nummers zijn -- integendeel -- maar het verrassingseffect van de eerste plaathelft is weg. Het stevig rockende “You Can’t Reach Me”, het aan Fairport Convention herinnerende “O Cinderella” of de meer ingetogen folk van “No Matter” zijn goeie -- zelfs heel goeie --– nummers, maar het is ook Thompson die op vertrouwd terrein blijft en de risico’s wat schuwt. Enkel helemaal op het einde glijdt het album een beetje weg. Slotnummers “Pride” en “Shaking The Grave” zijn van het soort dat Thompson tussen de soep en de patatten schreef. Misschien klonk 11 Rivers als titel minder goed dan 13 Rivers maar een beetje strengere selectie had het album nog beter gemaakt.

Met 13 Rivers toont Thompson nogmaals dat hij een van de groten is. Vooral het eerste deel van het album toont een artiest die de risico’s niet schuwt en ook na al die jaren nog steeds probeert tot het uiterste te gaan. Een nieuwe klassieker in zijn oeuvre is het dan misschien wel niet geworden -- daarvoor is het tweede deel net niet goed genoeg -- maar het is wel een album waarmee hij zijn plaats in het pantheon van de Britse rockmuziek nog wat veiliger stelt.

E-mailadres Afdrukken