Banner

Tunng

Songs You Make At Night

7.0
Matthieu Van Steenkiste - 14 september 2018

Eerlijk gezegd hebben we in de vijf jaar tussen Turbines en deze onverwachte zesde plaat weinig aan Tunng gedacht. Het verhaal leek verteld, de muziek net iets te weinig afwijkend van wat voorafging. En toch sloten we dit nieuwe Songs You Make At Night in de armen. Vijf jaar is misschien lang genoeg geweest om een vertrouwd geluid te gaan missen en maakt ruimte voor een warm “welkom terug”.

Ook in 2018 klinkt Tunng nog steeds volstrekt zoals we ze kenden. Of mede-oprichter en songsmid Sam Genders nu wel of niet meeschreef, zorgde altijd slechts voor een kleine wijziging in het groepsgeluid. Beetje meer poppy de ene keer, iets meer soundscape-achtig de andere. Vandaag, met de stichter voor het eerst in elf jaar opnieuw aan boord en een winterslaap van vijf jaar achter de rug, is het Britse folktronicagezelschap opnieuw heel erg zichzelf.

Het kan misschien ook niet anders, als het plan was om de magie van de eerste platen terug te vinden. Genders beluisterde die eerste drie albums meermaals in zijn auto, en vond terug wat hem toen inspireerde. Tel daar een liveband bij die is gegroeid sinds hij aan de zijlijn ging staan, en je krijgt een plaat die bij momenten de groep op zijn sterkst laat horen. Opener "Dream In", bijvoorbeeld, dat meteen de sfeer zet: 'It is the strangest world / We're living in (…) The people running 'round / With rainbow skulls / Each one contains a separate world'. Als vanouds opnieuw licht psychedelisch, immer twijfelend tussen folk en elektronische rêverie.

"ABOP" gebruikt daarna een sample van de overleden pornoster Mary Millington en potige nineties beats. Samen met "Dark Heart", veel later, is het een zeldzaam uptempo momentje, waarop het bezwerende tempo even wordt losgelaten. Het zijn momenten waarop Mike Lindsay, die andere oprichter en knoppentovenaar, van de leiband mag, en al zijn bliepjes vrijuit de wereld in kan sturen. Vervolgens wordt er weer braaf naar wandelpas afgezakt voor de aardige lentewandeling die "Sleepwalking" is. De bassynth pruttelt, het is een verhaal dat vaagweg neigt naar iets bovennatuurlijks, verteld door Genders met de mellowness van een oude hippie.

Dat hypnotiserende tempo heeft Tunng altijd aangehouden, en al te vaak gebeurde het dat de groep daarbij zichzelf én de luisteraar de gracht in reed. Met beide oprichters opnieuw aan het roer – Genders voor de songs, Lindsay voor de geluidstapijtjes – houdt Songs You Make At Night de ogen grotendeels strak op de weg gericht. Enkel in "Crow" gaat de voet misschien iets te veel van het gaspedaal voor een sjokkend niemendalletje. "Battlefield", dat "Dark Heart" aflost, is dat niet. Het is een mooi droommomentje met vingers die over de snaren glijden, en een Becky Jacobs die haar beste backings mag voortzetten.

Single "Flatlands" is dan weer encyclopedie-Tunng: typische geluidjes, samenzang en melodie. Maar ook een fijn nummer met mooi refrein. Op zo'n moment hoor je dat Genders en Lindsay wel degelijk iets van die magie van vroeger wisten te grijpen. Hetzelfde gaat op voor de diepe bassen van "Nobody Here": die kennen we nog van "Engine Room", van op het tweede album Comments Of The Inner Chorus. Blij die nog eens te horen, al mogen ze niet meer zo stampen als toen.

En zo meandert Songs You Make At Night aangenaam naar zijn einde. "Evaporate" leent nog even wat openingsakkoorden bij The Beatles, "Like Water" kabbelt zoals water nu eenmaal doet met een Jacobs die iets te hard op de voorgrond dreint. Tunng is opnieuw in Tunngland verzeild, en dat heeft zijn voor- én zijn nadelen. "Dream Out” dus, zoals de laatste track gaat, en einde. Tunng is terug, en dat was misschien onverwacht een aangenaam weerzien.

Tunng staat op 1 november in de Botanique.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Tunng