Banner

Marc Ribot

Songs Of Resistance 1942-2018

7.5
Björn Weynants - foto's: Ebru Yildiz - 04 oktober 2018

Vuile rat. Uitschot. Misvormd monster. Het zijn maar enkele van de scheldwoorden die Donald Trump naar zich toegesmeten krijgt van Marc Ribot. Wie vindt dat muzikanten zich ver van politiek moeten houden, kan zich maar beter van dit album onthouden.

Marc Ribot is niet alleen een van de meest boeiende gitaristen van zijn generatie en een veelgevraagd sessiemuzikant (Tom Waits, Elvis Costello, Allen Toussaint en nog vele anderen), hij is ook een maatschappelijk geëngageerd persoon. In 2007 werd hij nog gearresteerd toen hij zich vreedzaam verzette tegen de sluiting van de Tonic concertzaal, een vrijhaven voor avant-gardemuziek die het slachtoffer werd van de gentrificatie van de New Yorkse wijk waarin ze zich bevond. Op het eerder dit jaar verschenen YRU Still Here? van z’n band Ceramic Dog stonden er al een aantal nummers waarin hij Trump onder vuur nam.

Met Songs Of Resistance 1942-2018 gaat hij nog een stap verder. De verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten was voor Ribot -- wiens grootouders familie verloren in de Duitse concentratiekampen -- een teken om over te gaan tot actie. Niet door middel van protest omdat dat een vorm van legitimiteit geeft aan de regering, maar door over te gaan tot verzet. Als muzikant zijn liederen zijn wapens. Zoals de titel al aangeeft, bestaat het album uit liedjes die een periode bestrijken van de Tweede Wereldoorlog over de Amerikaanse burgerrechtenbeweging tot nummers die Ribot zelf schreef over Trump en zijn bewind.

Voor de opnames van dit album deed Ribot een beroep op een hele reeks gastzangers en -muzikanten. Zijn oude spitsbroeder Tom Waits is waarschijnlijk de meest in het oog springende gastzanger, maar verder zijn onder andere Steve Earle, Meshell Ndegeocello, Sam Amidon en Fay Victor van de partij. Bij de muzikanten vind je usual suspects uit de New Yorkse jazzscene (Mark Feldman, Erik Friedlander …), maar ook rootsmuzikant Eric Heywood, saxofonist James Brandon Lewis, bassist Tony Garnier (uit de band van Bob Dylan) en nog vele anderen. Enkel de gastzangers op “Rata De Dos Patas” worden uit vrees voor represailles van het Trump-regime in verband met hun verblijfsstatus niet bij naam vernoemd. Met een dergelijke keuze aan muzikanten mag het niet verbazen dat er hier op hoog niveau gemusiceerd wordt.

De oudste nummers op het album zijn twee Italiaanse partisanennummers uit de jaren veertig. “Bella Ciao (Goodbye Beautiful)” brengt hij samen met zijn oude makker Tom Waits, op “The Militant Ecologist” -- een herwerking van “Fischia Il Venta” waarbij Ribot de boodschap vertaalde naar het ecologische -- is het Meshell Ndegeocello die de zang voor haar rekening neemt. Het zijn twee van de meest subtiele nummers die door hun ingetogen bewerking indruk maken. Ook uit de Amerikaanse burgerrechtenbeweging haalt Ribot een paar strijdsongs. Op het door jazz-zangeres Fay Victor gezongen “We Are Soldiers In The Army Now” klaagt saxofonist James Brandon Lewis het onrecht aan van een strijd die nog altijd niet gestreden is met een door merg en been gaande solo. Ook het slotnummer van het album “We’ll Never Turn Back” met Justin Vivian Bond als zangeres komt uit die periode en sluit het album af op een strijdlustige noot.

De nummers die Ribot zelf schreef zijn veel minder abstract en vaak een directe reactie op het beleid van Trump. Een van de sterkste nummers is cinematografische folk van het door Steve Earle gezongen “Srinivas”, het droge relaas van de moord op Srinivas Kuchibhotla, een Sikh die vlak na de verkiezingen door een extremist doodgeschoten werd omdat die hem abusievelijk voor een moslim hield. “A madman pulled the trigger / Donald Trump loaded the gun”, maakt Ribot duidelijk wie er volgens hem verantwoordelijk is. Earle komt nog eens terug op “Ain’t Gonna Let Them Turn Us Around”, dat van country evolueert naar een ziedend eindstuk en muzikaal refereert aan Lou Reeds “Heroin”. Met het door Sam Amidon en Fay Victor gezongen “How To Walk In Freedom” toont Ribot dat hij ook een minder directe protestsong kan schrijven, iets wat ook geldt voor “John Brown” waar hij de actualiteit even achter zich laat voor het verhaal van de negentiende-eeuwse abolitionist. Dat Ribot geen groot zanger is, kan je bezwaarlijk een geheim noemen en hij slaagt er dan ook niet in om het wat doelloze “The Big Fool” te redden. Stukken beter is de rudimentaire folksong “Knock That Statue Down” over Charlotteville en white supremacy, waarin je de verontwaardiging in elke noot hoort doorklinken.

Of Songs Of Resistance 1942-2018 eeuwigheidswaarde heeft, weten we niet. Gezien het gebrek aan subtiliteit en universaliteit in de teksten valt daar zeker voor bepaalde nummers inderdaad aan te twijfelen, maar daar is het Marc Ribot niet om te doen. Dit is muziek van hier en nu, van het protest tegen een president die continu een loopje neemt met de waarheid, en haat en verdeeldheid predikt in een land waar vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld genegeerd worden door senatoren. Elke verzetsbeweging heeft liederen nodig en daarvoor levert Ribot er hier elf af.

Op 4 december speelt Ribot met Ceramic Dog in de Handelsbeurs.

E-mailadres Afdrukken