Banner

Paul Weller

True Meanings

9.0
Marc Goossens - 12 oktober 2018

Paul Weller een genrehopper noemen is een understatement. De uiteenlopende stijlen waarin hij zijn songs al onderdompelde, zijn — zéker de afgelopen tien jaar — niet meer op een hand te tellen. De aankondiging van een sober album, opgebouwd rond akoestische gitaar, stem en strijkers, was dan ook enigszins een verrassing. Toch levert hij ook in deze hoedanigheid een erg sterk, boeiend en zelfs gevarieerd album af.

Van “English Rose” uit ’78 (met The Jam), over de ballads op zijn The Style Council- en soloplaten, tot de uitgepuurde juweeltjes op de soundtrack van boksfilm Jawbone vorig jaar: Weller heeft al vaker bewezen dat hij ook zonder volledige groepsbezetting of uitgekiende arrangementen kan bekoren. Dat het zo lang heeft geduurd om op deze manier een volledige plaat te maken, komt naar eigen zeggen omdat hij zich als zanger nu pas goed genoeg voelt om zich aan een onderneming als deze te wagen.

Om eerlijk te zijn: hoe hoog we de man en zijn oeuvre ook aanslaan, helemaal gerust waren we er toch niet in. In 2001 bracht hij met Days Of Speed al een akoestische liveplaat uit met uitgeklede versies van eigen werk, en dat vonden we toen eerder een zwaktebod dan een verrijking. Bovendien vroegen we ons af of deze aanpak niet zou leiden tot eenvormigheid, tot te veel van hetzelfde. Neen dus. Wie zijn tijd neemt en de songs helemaal laat doordringen en — vooral — laat groeien, zal snel leren dat True Meanings een verrassend rijke en gelaagde plaat is.

Uit de hoesnota’s hadden we kunnen afleiden dat het om veel meer gaat dan louter gitaar + stem + strijkers. Behalve Wellers begeleidingsband, doen onder meer Noel Gallagher en Barry Cadogan van Little Barrie hun duit in het zakje. Maar er zijn ook bijdragen van new folkies Lucy Rose, Conor O’Brien (zie ook: Villagers) en Erland Cooper. Bovendien wist Weller met bassist Danny Thompson, folkzanger Martin Carthy en The Zombies-toetsenman Rod Argent een paar van zijn eigen helden te strikken.

Wie de plaat oppervlakkig beluistert — snel-snel aan een luisterpaal of de eerste dertig seconden op een streamingdienst — zal inderdaad de indruk krijgen dat het allemaal nogal op elkaar lijkt. Het merendeel van de liedjes begint immers intiem (met stem en gitaar), maar gaandeweg wordt het klankenpalet laagje per laagje aangevuld, in de eerste plaats met strijkers. Die zijn alomtegenwoordig; in de ene song in een dienende rol, in de andere leiden ze de dans.

Maar ook stemmige achtergrondzang, piano, Hammond-, Wurlitzer-, Rhodes- en andere orgels, jazzy gitaarriedels en blaasinstrumenten (waarvoor enkele leden van Jools Holland’s Rhythm And Blues Orchestra werden ingeschakeld) zorgen voor de nodige textuur en kleur. “Books” krijgt een oosterse toets door de aanwezigheid van een sitar en een tampura, en voor “May Love Travel With You” werd zelfs een heus orkest opgetrommeld.

Variatie is er ook in de sfeer. “Bowie” en “Aspects” klinken eerder ingetogen en introspectief, terwijl “Glide” en ”Gravity” op een lichtvoetige driekwartsmaat door de kamer schuifelen, en “Wishing Well” uitnodigt tot dagdromen. Het is ook niet allemaal pure folk of singer-songwriter: hier en daar proeven we ook een vleugje soul (“Mayfly”), jazz (“Old Castles”) of blues (“Moving On”).

Opener “The Soul Searchers” zou het zelfs niet slecht doen als begintune van een detective noir, en verschilt net als de ‘nachtradiopop’ van “What Would He Say?” en afsluiter “White Horses” qua sfeer niet zo gek veel van wat Weller deed in het begin van zijn solocarrière of op 22 Dreams, tien jaar geleden.

Hier en daar wordt de plaat vergeleken met het werk van Nick Drake. Puur muzikaal gezien is dat niet zo vergezocht, maar er zijn natuurlijk ook grote verschillen. Terwijl Drake een oude, getormenteerde ziel was in een jong lichaam, lijkt bij Weller eerder het omgekeerde van toepassing. Niet Weltschmerz of maatschappijkritiek vormden de brandstof voor deze plaat, maar geluk in de liefde, het genot eindelijk zijn kinderen te zien opgroeien en dankbaarheid jegens de mensen die hem de afgelopen zestig jaar hebben vergezeld. True Meanings is niet alleen opgedragen aan zijn overleden vader en boezemvriend John, in “What Would He Say?” vraagt hij zich ook af wat de man zou denken ‘als hij ons nu allemaal bezig zag’.

Dat True Meanings geen plaat is om het weekend mee in te zetten, had u ondertussen wel begrepen. Het is er eerder een geworden voor zonnige zondagmiddagen, om even te ontsnappen aan de waan van de dag, alles op een rijtje te zetten en de batterijen op te laden voor de volgende werkweek. Ook voor Weller zelf is het een welgekomen tussenstop in zijn schijnbaar eeuwigdurende zoektocht naar de perfecte song.

Hoe dan ook: True Meanings is grote klasse en zal ongetwijfeld altijd een speciale plaats blijven innemen in het rijke oeuvre van Weller. Want tijdloos of eigentijds, hier bewijst hij nog maar eens dat hij in om het even welke incarnatie overtuigend voor de dag kan komen, en na meer dan veertig jaar nog steeds relevant werk aflevert.

E-mailadres Afdrukken