Banner

Moonface

This One’s For The Dancer & This One’s For The Dancer’s Bouquet

8.0
Sylvia Eeckman - 02 november 2018

De naam Spencer Krug doet misschien niet in ieder huishouden een belletje rinkelen, maar daar waar dat wel het geval is, klingelt het extra hard. Als sleutelfiguur in het Canadese muzieklandschap en spil van het recent herrezen Wolf Parade maakte hij de voorbije twintig jaar onder meer deel uit van projecten als Swan Lake, Fifths of Seven, Frog Eyes en Sunset Rubdown. Zijn resterende muzikale lusten botviert hij al sinds 2010 onder de naam Moonface, een huid die hij na deze laatste worp definitief afwerpt.

De ambitie is alvast niet min. Op dubbel LP This One’s For The Dancer & This One’s For The Dancer’s Bouquet vervlecht de Canadees twee verschillende projecten tot één songcyclus. De ene helft is een oefening in empathie en geschreven vanuit het standpunt van de Minotaurus. Even slikken voor de luisteraar die nu pas inpikt, maar wie al even meereist op de Spencer Krug Express weet dat de man kickt op verwijzingen naar Griekse mythologie. Op deze nummers, die voortvloeien uit marimba jamsessies uit 2011, maakt hij gebruik van een vocoder om zijn stem te vervormen. Een tweede keer slikken, want met een ietwat nasale zangstijl en stem die occasioneel enkele treden van de toonladder overslaat, is Krug zoals dat heet een verworven smaak. Het is echter net die stem, balancerend op de scheidingslijn tussen irritant en fascinerend, die bezweert en over de streep trekt. Sommigen bereiken het punt waarop ze zich vrijwillig laten hypnotiseren door een “jodelend seutje dat constant over zijn orgel gebogen staat” (mvs), voor anderen blijft dit het auditieve equivalent van een afranseling met jonge berkentwijgjes. Een zekere graad van gewenning is nodig, maar het geluidseffect past in dit verhaal. Al van bij het aangenaam uitwaaierende openingsnummer “Minotaur Forgiving Pasiphae” daagt het dat deze ‘marimba electropop’ (een woordcombo die je in het wild niet vaak tegenkomt) wel eens geestiger zou kunnen zijn dan de naam doet vermoeden. Het aanstekelijk opgebouwde “Minotaur Forgiving Knossos” is zelfs het meest dansbare nummer dat ooit uit de koker van Moonface is getuimeld. Steeldrums, vibrafoon, marimba en elektronische drumpads vormen samen een proggy groove die rechtstreeks op de heupen mikt en vage herinneringen oproept aan een nummer als “Pass This On” van The Knife. Waar Krug vroeger vaak op zoek leek naar een groove zonder die ooit echt te vinden, gunt hij de luisteraar nu wel een subtiel bevredigende lift-off.

Een tweede groep nummers slaat de brug tussen digitale synths met delay en de slimme percussie van Ches Smith (onder meer bekend van samenwerkingen met Xiu Xiu). Het is Smith die herhaaldelijk vaart creëert en het zaakje op zijn kousenvoeten voortstuwt. Op een nummer als “Okay To Do This” zijn het bijvoorbeeld niet meer dan wat scherpe tikken op een hi-hat en snare drum die het verschil maken tussen de kenmerkende repetitieve arpeggio’s en een ouder wordende Krug die in het reine probeert te komen met de zin van het leven. Bewust van zijn eigen shtick klinkt het: “I just wanna be thinking about how everything is perfectly wrong / while playing arpeggio’s ever so quietly”. Een extra hulplijn volgt in de gedaante van jazzmuzikante Matana Roberts die saxofoonelementen in het rond strooit, en samen met Smith nummers als “Heartbraking Bravery II” een rokerige, jazzy kern verleent en stapvoets laat openbloeien. In “Sad Suomenlinna” en “Dreamsong” weerklinken dan weer verre echo’s van de intimistische pianoplaten City Wrecker en Julia With Blue Jeans On, waarop Krug als een trieste Liberace zijn meest melodramatische kant ontketende. Hier vormen ze echter aangenaam ontbrandende rustpunten.

Het treft overigens dat een labyrint de albumcover siert. Verdwalen doe je niet enkel in de vaak cryptische teksten, maar ook op muzikaal gebied bots je soms op een doodlopend einde of afschrikwekkend hoekje. De dreinerige melodie van “Minotaur Forgiving Daedalus” heeft nog een zeker fungehalte, maar de richting die de stemvervorming hier uitgaat, werkt toch vooral op de lachspieren. Het op piano geënte “Aidan’s Ear” komt nogal dunnetjes en ongeïnspireerd over en “The Cave” scheert vervaarlijk langs verveling ondanks de nerveuze saxofoon en percussie. Om nog maar te zwijgen van de experimentele jam op het einde van “Last Night” die luisteraars met rafelige zenuwuiteinden murw dreigt te slaan. Deze vormexperimenten zijn echter niet in de meerderheid en hebben nog steeds waarde. Het niveau is nooit minder dan goed.

De teksten komen naar goede gewoonte van een andere planeet. Krugs licht gezwollen schrijfstijl mag dan iets gestroomlijnder zijn dan in de beginjaren, recht door zee zal hij nooit worden. Zo moet je al van goeden huize zijn om te beseffen dat “I am the star of these infinite halls” verwijst naar oud-Griekse munten die een ster te midden van een doolhof afbeelden. Een zoektocht naar betekenis eindigt vaak als een oefening in loslaten, maar net daarin zit een zekere beloning. Al is het soms ook hoofdschuddend glimlachen met zinnen als “my ugly head is like a mushroom on a tree of knotted muscle” of “I want your sex, but I am not the fox”.

Als Moonface balanceerde Krug op heel wat verschillende koorden. Het caleidoscopische This One’s For The Dancer & This One’s For The Dancer’s Bouquet distilleert de betere elementen uit die geschiedenis, maar eist best wel wat geduld, zoals alles wat de man doet. Overduidelijke muzikale uppercuts zijn schaars. De composities moeten het hebben van herhaling, en het steeds maar hameren op dezelfde nagel tot de luisteraar vermoeid toegeeft. De inwerkingstijd varieert van persoon tot persoon. Hoe dan ook is dit een zwanenzang met een strik rond en een waardig afscheid van een alter ego. Het spel van aantrekken en afstoten zet Krug in de toekomst gewoon verder onder eigen naam.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Moonface