Banner

PUNK x3

Cocaine Piss, Gewoon Fucking Raggen, Surfbort

Guy Peters - 09 januari 2019

Viel in 2018 het woord ‘punk’, dan was de kans groot dat namen als Shame en IDLES al snel volgden. Maar er is natuurlijk meer, want zelfs binnen een genre dat doorgaans wordt afgedaan als een speeltuin voor matig begaafde muzikanten die hun gebrek aan techniek compenseren met een overdaad aan agressie, blijft er plaats voor een enorme variatie. We kwakken er hier een paar bij elkaar die om uiteenlopende redenen te onthouden zijn.

Cocaine Piss - My Cake (Hypertension)

Het is intussen alweer anderhalf jaar geleden dat het Luikse guerillacollectief de prima Piñacolalove EP uitbracht. In tussentijd werd wel Farida Amadou (Nystagmus en nog allerhande improvisatieprojecten) ingelijfd als bassiste, en trok de band nog eens naar Chicago om zijn derde album –- dat gepland staat voor maart -- in te blikken met Steve Albini. My Cake is het zoethoudertje dat onlangs werd uitgebracht werd op 12” vinyl. De release bevat vijf songs, waarvan twee van Cocaine Piss en drie remixes van bevriend volk (een tactiek die de band al eerder hanteerde). Dat lijkt misschien wat magertjes -- het gaat immers maar om een goede twee minuten nieuw materiaal -- maar het doorstaat de test wel. Het titelnummer en “Pretty Pissed” zijn geen knallers van het kaliber van een “Sex Weirdos”, maar ze wijken net genoeg af van de ‘recht vooruit’-ramkoers om bij te blijven.

So far, so good, maar in combinatie met de remixes die in het verleden al voor gemengde resultaten zorgden, valt het helaas wat mager uit. Drie songs uit Piñacolalove worden gretig gedemonteerd en uitgekotst in elektronische vorm. In het geval van “Inner Unicorn” door Party Harders & Tony Triad levert dat een idiote gabberhouse-persiflage op (we zeggen maar wat in ons opkomt) die met de beste wil geen tweede beluistering doorstaat. “Treehouse” wordt omgevormd tot een ontregelde bricolage vol stottereffecten, maar valt al te snel in herhaling. “Piñacolalove” door OTON houdt misschien nog het meest steek houdt, maar ook hier is de spoeling dun. Dat maakt van My Cake de eerste Cocaine Piss-release die niet zonder voorbehoud aangeraden kan worden. Het goede nieuws is dan weer dat twee maanden zo voorbij zijn.

De release verscheen in een vinyloplage van 300 stuks (one-sided, etched LP, voor de liefhebbers).

Gewoon Fucking Raggen - We Need More Hardcore (Loner Cult Records/I Feel Good Records)

Heel andere koek bij het Rotterdamse Gewoon Fucking Raggen, dat twee jaar na eerste langspeler Bruja en een jaartje na een split single met het Vlaamse Travølta op de proppen komt met het ontvlambare We Need More Hardcore. Hier geen bezoek aan Steve Albini, maar de Little Green Man Studio, waar ene Chris van Velde zorgde voor een nijdige, maar uitgesproken lo-fi sound waar je even aan moet wennen, maar die na een paar songs wel dodelijk efficiënt blijkt. Lemmy (drums, zang), Wesley (gitaar, zang) en Sally (bas) pleuren er meer dan een dozijn songs door in een dik kwartier. Stilistisch zit het trio ergens op de wip tussen razende hardcore en grindcore (hier en daar noemen ze ‘t fastcore), met het punkelement dat nadrukkelijk in de kijker blijft staan. Er zitten wel wat vertragingen en breaks in, maar de snelheid en rauwheid bewaken dat het ver uit de buurt blijft van meer metal-georiënteerde releases.

De onderwerpen? Welja: de nood aan meer hardcore, sociale media (“Slavebook”), vervreemding (“Brainfreeze”), de illusie van vrijheid (“Uniforms”) en natuurlijk algemene gevoelens van haat, wanhoop, onmacht en verraad. Het is een recept dat intussen al meer dan drie decennia meegaat, maar blijft werken als je ’t goed aanpakt en op een of andere manier hebben die van Gewoon Fucking Raggen een formule die aanslaat. Het is allemaal heel erg vuil, in your face en het lijkt wel alsof het hele zootje elk moment uit elkaar dreigt te vallen. Die overgave valt echter niet te veinzen en bovendien zit er genoeg zelfrelativering in verstopt om niet al te veel over te hellen naar vermoeiend, prekerig gedram. Deze pokkeherrie is ongetwijfeld te wild en chaotisch voor de gemiddelde punk- en metal-liefhebber, maar wie graag eens een vuurrode lap op z’n muil krijgt, raden we aan om dit eens uit te zitten met speakers die spontaan beginnen te bloeden. Het wérkt.

De release verscheen in een vinyloplage van 200 stuks.

Surfbort - Friendship Music (Cult Records/Fat Possum Records)

Het New Yorkse Surfbort had voor de release van zijn eerste langspeler al behoorlijk wat aandacht getrokken via hyperactieve online kanalen. Doorgaans een reden om er ver bij uit de buurt te blijven, maar Surfbort maakte de verwachtingen waar op zijn eerste full LP. De band heeft een groot deel van zijn charme te danken aan aan Dani Miller, een frontvrouw die nogal in de kijker loopt met uitbundig gedrag en kleurrijke looks. Bij Surfbort wordt ze ondersteund door drummer Sean Powell en gitaristen Alex Kilgore en Dave Head, stuk voor stuk muzikanten met al wat kilometers op de teller. Vandaar vermoedelijk ook dat het album een behoorlijk grote retro-factor heeft, met vooral de Californische punk en (vroege) hardcore die duidelijk zijn stempel heeft nagelaten. Het een-tweetje “High Anxiety”/“Feed” heeft een en ander gemeen met de punk van OFF! en kijkt net zo gretig terug naar de tijden van bands als Circle Jerks, Agent Orange, Adolescents & co.

Miller slalomt doorgaans tussen spreekzang en energiek gekeel, niet altijd even toonvast, maar het past bij de compacte no-nonsense-songs die regelmatig een stevige portie suiker en melodie meedragen. Dat zorgt er dan ook voor dat Friendship Music aankomt als een fluokleurige sugar rush (17 songs in een half uurtje) die zijn energie zelden kwijtspeelt, omdat de band altijd wel een vinnige versnelling achter de hand houdt. Millers houdt ook een spreidstand aan tussen klassieke punk-onderwerpen (Trump, sociale media, desintegratie) en een hippie-achtige ‘laten we allemaal genieten van de vrije liefde in een post-kapitalistische hemel’-vibe die even onnozel als aanstekelijk is. Maar de band is vooral op de proppen gekomen met een handvol uitstekende songs, zoals vooruitgeschoven single “Les Be In Love”, het verrassend melancholische “Dope”, bommetjes als “Trashworld” en “ACAB”, de meezinger “Stalker” en een fantastisch raggende cover van punkklassieker “Hillside Strangler” van The Hollywood Squares. Alles bij elkaar opgeteld maakt het van Friendship Music een knaller die pop, punk en (een beetje) hardcore met sprekend gemak in evenwicht houdt. Onweerstaanbaar spul.

Surfbort speelt op 8 februari in La Zone (Luik).

E-mailadres Afdrukken