Banner

Celano / Badenhorst / Baggiani

Lili & Marleen

Guy Peters - 11 januari 2019

De samenwerking tussen Amsterdamse Argentijnen Guillermo Celano (gitaar) en Marcos Baggiani (drums), en de Vlaamse rietblazer Joachim Badenhorst vatte aan met een compositie-opdracht voor het North Sea Jazz Festival van 2013. Met Lili & Marleen breien ze daar een vervolg aan dat huishoudt tussen verschillende werelden en geluiden.

Celano en Baggiani hangen al even rond in Amsterdam, maar blijven regelmatig in elkaars nabijheid actief. Baggiani was ook actief bij The Ambush Party en Royal Improvisers Orchestra, maar nog vaker spelen ze samen, in o.m. Lily’s Déjà-Vu en hun vaste band, de Celano/Baggiani Group. Opvallend is ook dat ze intussen al samenwerkten met een indrukwekkende lijst rietblazers, waar o.m. Michael Moore, Ingrid Laubrock en Ellery Eskelin bij zitten. Een rijtje waar Badenhorst, nog zo’n figuur die moeilijk vast te pinnen is, een mooie toevoeging aan is. Lili & Marleen werd goed twee jaar geleden opgenomen en onlangs aan de man gebracht via het Portugese platenlabel Clean Feed.

Het album bevat een combinatie van composities en vrije improvisaties, waarbij de composities ook behoorlijk wat vrijheid toelaten. Dat is op zich niet zo verrassend, maar dat ze ook “Lili Marleen” (ja, de song die onsterfelijk werd door Marlene Dietrich) onder handen nemen misschien wel. Natuurlijk gebeurt het met grondige verbouwingswerken, maar het blijft fascinerend hoe ze het origineel binnen handbereik houden (lijken die iele gitaar en dat resonerend metaal in de aanzet niet een beetje op de accordeon van het origineel?), maar ook terzijde durven schuiven. Hier wordt meteen al gehint naar een wat eigenaardig universum waarvan de deuren regelmatig opengaan. Eentje met grillig geschraap en gekletter, ambient-achtige effecten en een tenorsax die schijnbaar onverstoord blijft jeremiëren. Gaandeweg neemt de woeligheid toe, en worden instrumenten klankgeneratoren.

Vervolgens wordt best een breed palet aan stijlen en sferen aangesproken.Baggiani’s “Inferno Baby” lijkt jazz, hedendaagse muziek en rock in een evenwicht te houden, met een hoekig-trippelende melodie, forse gitaaruithalen en een stevig ronkende basklarinet die hier en daar aan het zwalpen slaat, maar in de finale ook weer deel uitmaakt van een krachtig en eensgezind offensief. Het is een combinatie van rock, improvisatie, knoestigheid en abstractie die ook terugkeert in Celano’s “Paranoid”. Dit nummer heeft net zo’n springerige melodie, maar zet nog sterker in op ritmische ongedurigheid. Zijn “Los Gauchos” is dan weer het meest ‘gave’ stuk op het album, met een rootsy inslag en een filmisch thema dat wat herinnert aan het werk van Dans Dans, tot Badenhorst zich erbij voegt en de tenorsax breed laat uitwaaien.

De Belg kwam zelf op de proppen met “Comacina Dreaming”, dat intussen uitgroeide tot een van ’s mans lijfcomposities (het dook eerder al op bij o.a. Carate Urio Orchestra, Equilibrium en in het Han Bennink Trio). Nochtans is het Celano die de tijd mag nemen om de toon te zetten, terwijl halverwege basklarinet, ruisende cimbalen en percussie erbij komen. Maar dan legt hij het meteen ook terug in de schoot van Badenhorst, die uitpakt met een zachtaardige bezwering, een fragiele melancholie die steeds emotioneler om zich heen grijpt. Bloedmooi. Het is bovendien een frappant contrast met de vrije improvisaties. Zowel “Cain & Abel” als “Abel & Cain” gaan zich te buiten aan meer abstracte klanken en contrasten, met een schrille klarinet die een dans uitvoert in het eerste, en gitaar en drums die de kosmos inschieten in het tweede. “Pupupupo” snijdt die speels-grillige stijl voor een laatste keer aan, met snedige gitaaraccenten en een klarinet die verdwaald lijkt in een introverte, naar taal zoekende dromerij.

Speels en grillig, het zijn de termen die hier de doorslag geven en zorgen voor een originele kruiding. Dat Baggiani en Celano erg behendig het slappe koord tussen compositie en improvisatie kunnen bewandelen, dat was al langer een feit. Met Joachim Badenhorst erbij krijgt het echter een heel andere flair, en worden zones aangesproken die tegelijkertijd herkenbaar en totaal vreemd aanvoelen. Dat zorgt er dan weer voor dat je ook als luisteraar gedwongen wordt om de oren te blijven spitsen en die bijzondere synergie te ontdekken.

Het trio stelt zijn album op 18/1 voor in het Bimhuis (Amsterdam). Een dag later doen ze dat nog eens over in Plus Etage (Baarle-Nassau), met John-Dennis Renken (trompet) als gast.

E-mailadres Afdrukken