Banner

Sharon Van Etten

Remind Me Tomorrow

8.5
Philippe Nuyts - 24 januari 2019

“Your love is killing me” schreeuwde Sharon Van Etten het nog uit op haar vorige plaat Are We There, in een van die pekzwarte songs over de destructieve relaties waar ze telkens weer in belandde – en die haar weliswaar tot een van de meest geliefde indie-zangeressen van dit decennium maakte. Vijf jaar later is ze terug: als moeder, als actrice, als gediplomeerd psychologe, met een stabiele relatie. Als een “comeback kid” die zich daardoor niet alleen persoonlijk, maar ook muzikaal heruitvindt.

Want het is dus nogal een gang gegaan met Van Etten de afgelopen jaren. Door dat alles gooide ze de gitaar in een hoek achter de kamerplanten en raapte alles in haar leven bij elkaar. Daar zit haar gewezen drummer, huidige partner en vader van haar kind voor iets tussen. Onder zijn impuls klom ze voor de eerste keer écht uit een emotionele put waarin ze tijdens of na een relatie was in gestort. Geen wonder dat het openingsnummer van Remind Me Tomorrow, “I Told You Everything”, over dat cruciale kantelmoment gaat. Ze zaten beiden te praten in een bar, Van Etten stortte haar hart uit, vertelde de verhalen achter haar songs. “Holy Shit, you almost died” stamelde hij – niet toevallig een echo van die cruciale song van de oude Sharon, “Your Love Is Killing Me”. “I had no idea” stamelt ze terug in datzelfde cruciale openingsnummer. Catharsis.

Het is het begin van haar wederopstanding, als persoon en als muzikante. Geen wonder dat het op Remind Me Tomorrow een ontzettend louterende plaat in gang zet. Een prachtplaat, alleen al omdat ze de rug recht terwijl ze haar oude, onzekere zelf recht in de ogen kijkt, geen oordeel velt, maar vooral wil zeggen dat alles goed komt. Zoals in het sleutelnummer “Seventeen”, waarin de bandsporen van Bruce Springsteen smeulen: “Sure of what I've lived and have known / I see you so uncomfortably alone / I wish I could show you how much you've grown.” Nu al een van de songs van het jaar, schrijf maar op.

Het is trouwens een van de weinige rechttoe rechtaan songs. Want haar catharsis is ook muzikaal. Ze schreef de songs op synths, liet zich inspireren door Portishead en Nick Caves Skeleton Tree en gaf die platen samen met een zak vertrouwen aan John Congleton, die een platenkast vol producete (van St. Vincent over Antony, Goldfrapp en Lana Del Rey tot Chelsea Wolfe). Congleton zorgt ervoor dat de ommezwaai van Van Etten enerzijds natuurlijk klinkt, al was het maar door haar stem en melodieën die vertrouwd blijven aanvoelen, anderzijds redelijk spectaculair door donkere soundscapes. Het maakt deze plaat een pak avontuurlijker dan het aarzelend stapje vooruit dat haar halfbroers van The National zetten op Sleep Well Beast.

Dat alles komt bijvoorbeeld prachtig samen in nog zo’n sleutelnummer, “Jupiter 4”, een ode aan het instrument waar haar songs vorm kregen en aan haar partner (“I've been waiting my whole life for someone like you / It's true that everyone would like to have met a love so real”). Dat we dat nog mogen meemaken: Van Etten is thuisgekomen. Nog zo’n breekbaar liefdesnummer is “Malibu”, waarin ze over een roadtrip als pas verliefd koppel vertelt. Zo geeft zich bloot op een heel andere manier dan pakweg in “Give Out”, van op de grafrede over de liefde Tramp.

Geen loutering zonder demonen van weleer in de ogen te kijken. En dat doet Van Etten imposant op de stampende synths van “Comeback Kid”, samen met “Seventeen” en “Jupiter 4” het onberispelijke hart van de plaat: “Let me look at you”, foetert ze, “Then look away / Yeah, I'm the runaway, I'm the hardly stay / Let slip away”. Dit is een handboek psychologie in drie minuten voor al wie met de blik naar beneden door het leven struint. Dit wordt een anthem in elke zaal, op elke weide waar ze speelt. Vuist omhoog, het hart erin vastgeklemd. Op “Memorial Day” lijken Thom Yorke en de Warren Ellis van Skeleton Tree mee wat geesten uit het verleden te komen uitdrijven in een ijselijke song. U ziet het haar zo brengen in de “Bang Bang Bar”, waar ze onlangs ook opdook in het derde seizoen van Twin Peaks.

Dat dat allemaal niet zonder slag of stoot ging, wordt duidelijk in het pijnlijk openhartige “No One’s Easy To Love”, waarin ze de littekens beschrijft die haar nieuwe vriend moest verzorgen, op een bedje van elektronica dat haar stem en songs als gegoten zit: “Yes, there were jerks recalling the years of love’s past / As you opened the door and told me how you loved me so much / Too much has changed, I can’t let you walk in in the night / I wish away my love, leave with the dawn”.

Wat rest, is het beeld en geluid van een vrouw die zichzelf eindelijk vindt, zich muzikaal heruitvindt, de rug recht, haar oude demonen pal in de ogen kijkt en ze doet afdruipen, terwijl ze zich toe-eigent wat haar toekomt. Het maakt van Remind Me Tomorrow een uitermate sterke plaat in meerdere opzichten, van iemand die zich meer dan ooit een van de boeiendste artiestes van het moment mag noemen.

E-mailadres Afdrukken