Banner

Julien Tassin

Sweet Tension

Guy Peters - 08 februari 2019

Natuurlijk kijken we het eerst naar wat we rondom ons zien, maar toch kan je niet anders dan je afvragen wat je zoal gemist hebt omdat je niet goed oplette. Of omdat het kwam uit een regio die al te vaak een blinde vlek vormt, zoals Wallonië. Er staat nog altijd een muurtje op de taalgrens, maar net zoals andere muren nodigt die uit om er over te kijken. En vervolgens muzikanten als Julien Tassin te ontdekken.

De gitarist uit Charleroi volgde een parcours dat wel vaker voorkomt: via de blues en de rock uiteindelijk belanden bij de jazz. Samen met het feit dat hij er even over deed om zijn debuut te maken (hij is intussen 36) zorgt dat ervoor dat je een artiest hoort die geen genrezuivere muziek maakt en die er vooral op uit is om zijn bagage te kanaliseren in een eigen stijl. Dat lukt best goed, want de man beschikt over een aanpak en klank die in deze contreien niet direct een duidelijke verwant heeft. Hij is rauwer dan de gemiddelde jazzgitarist, maar dan ook weer niet zo elastisch als, pakweg, Bert Dockx. Hij speelt relatief clean, maar toch ook weer te scherp om voor achtergrondmuziek te zorgen. Misschien is dat ook die sweet tension waar sprake van is: de onwil om een keuze te maken, partij te kiezen. Tassin houdt te graag van die grenszone, van regelmatig van kamp verwisselen.

“Working Class” is een fraaie, wat onderkoelde opener. Tassin introduceert een thema dat vaagweg wat herinnert aan Dans Dans, en dat vervolgens zachtjes uit elkaar pulkt, terwijl de ritmesectie van Nicolas Thys en Dré Pallemaerts al even uitgebeend ondersteunt. Het is geen uitgesproken noir, maar vaagweg voel je wel een broeierigheid, een dreigende spanning die hier en daar de kop op steekt. Het is iets dat verderop ook terugkeert in “Last Call From The Factory”, dat met een been in de blues staat en in z’n tweede helft omslaat in een gierende, jankende solo die bijna naar het terrein van het noisy snarengeselen lonkt.

En zo zijn er nog een paar momenten die gretig buiten de lijntjes kleuren. “Le Blues” bijvoorbeeld, waarin je een lekker ouderwetse sound hoort, en een gitarist die snedig soleert op een losjes met de polsen en heupen draaiende ritmesectie. “Dance” lonkt dan opnieuw naar Dans Dans-terrein, met een woelig wentelende ritmesectie die een sterke stuwing creëert waarop Tassin z’n ding kan doen. Al heeft het feit dat ook deze release werd opgenomen bij Koen Gisen misschien wat invloed op die vergelijking. Sweet Tension bevat een warmbloedige naturel die vrij is van dichtgeplamuurde krachtpatserij. Er zijn uitbarstingen, maar als geheel is dit een album van dosering en mate. De eenvoud mag ook al eens op de voorgrond komen.

Zo is “Escape” een fraai voorbeeld van de beheersing waarmee gespeeld wordt, met een forse roots-insteek die zachtjes begint te sudderen om dan toch naar het kookpunt toe te werken en daar even rond te hangen. Het getuigt van een discipline die je ook hoort terugkomen in meer ingetogen stukken als “Housewives”, “Green Lady” en het veelzeggend getitelde “George Harrison”, dat wat meegeeft over Tassins achtergrond. Composities die zacht, melodieus en lyrisch zijn zonder daarom gewichtloos te worden. Het is niet iedereen gegeven. Ook een song als “Ghost Town” trippelt behendig in de zone tussen blues, country, soul en pop. Het titelnummer helemaal achteraan de plaat is een solomoment voor Tassin, die volop gebruik maakt van excentrieke effectjes zonder dat het uitdraait op een flauwe gimmick. Het bevestigt ook nog eens dat de man er in geslaagd is om te debuteren met een album dat helemaal het zijne is en best gehoord mag worden, aan beide kanten van de taalgrens en verder.

Het trio speelt op 10/2 in De Hopper (Antwerpen), op 1/3 in Sounds Jazz Club (Brussel) en op 6/4 tijdens de Belgian Jazz Meeting in de Handelsbeurs (Gent).

p>

E-mailadres Afdrukken