Banner

Amanda Palmer

There Will Be No Intermission

6.5
Tom De Moor - 11 maart 2019

Het eerste solowerk van Amanda Palmer in meer dan zes jaar tijd is een tour de force geworden. Grote thema's worden aangesneden in epische nummers die door sfeervolle intermezzo's aan elkaar gereigd worden tot een bij momenten indrukwekkend album. Aanvankelijk is echter voornamelijk de lengte indrukwekkend en dus duurt het even voor deze zware brok de troeven prijsgeeft.

alt

Palmer heeft de voorbije jaren absoluut niet stilgezeten. Een Bowie-tribuut, een TED-talk die tot heuse memoires uitgroeide en een samenwerking met Edward Ka-Spel ageerden als puike zoethouders, hoewel ze niet dezelfde houdbaarheidstermijn hadden als haar eigen langspelers. Een derde in deze rij zette dus tot likkebaardend uitkijken aan. Qua kwantiteit stelt There Will Be No Intermission alvast niet teleur. Met tien songs met een gemiddelde speelduur van acht minuten en evenveel interludes ben je wel een tijdje zoet. De titel was dus beter There Will Be Not One Intermission geweest, want Jherek Bischoff voegde er tien in totaal aan toe: elke track wordt aan de volgende gelast via een theatrale instrumental. Vaak zijn dit sfeervolle, bij momenten zelfs feërieke composities die de plaat een mooi eenheidsgevoel geven. In amper dertig seconden valt het bloedmooie "You Know The Statistics" zelfs een uitschieter te noemen. Ze geven het album meer eenheid, maar dragen ook bij tot een nog langere zit.

Aanvankelijk is het dan ook sloom waden door deze overvloed die minder bont gekleurd dan zijn voorgangers is. Bij de eerste luisterbeurten zijn het dan ook enkel de meer eclectische, uptempo songs die opvallen. Zij borduren verder op het geluid van Theatre Is Evil, maar komen beter afgewerkt en minder gehaast over. De popsong "Drowning In Sound" bindt commerciëlere invloeden hecht genoeg aan Palmers esthetiek en lanceert met het aanstekelijke heliumrefreintje ook een nieuwe truc in haar repertoire. De meer dan gemiddelde speelduur zorgt ervoor dat rock, funk en vaudeville geduldig mee in de mix genomen kunnen worden zonder als een gehaaste kakofonie aan te doen. Zo mogelijk nog beter is "Machete", live al langer dan vandaag een publiekslieveling. De strofes keren terug naar het geluid van het Dresden Dolls-debuut, het refrein neemt een onverwacht onderkoelde elektronische wending. Opnieuw kan het nummer zes minuten lang evolueren van punky en furieus tot atmosferisch om uiteindelijk theatraal te climaxen.

Naast deze uitschieters zijn wat luisterbeurten nodig voor andere songs hun charme laten blijken. Het prachtige "Voicemail For Jill" bijvoorbeeld, muzikaal Palmers "Oh Father" -- nu eens lichtvoetig, dan weer kolkend of intriest -- terwijl de lyrics de taaie kluif van abortus tot een intieme persoonlijke overpeizing masticeren. Met een heel andere, maar niet minder ontwapenende eerlijkheid deelt "A Mother's Confession" een bloemlezing van moederlijke mishaps; als song geen uitschieter -- voornamelijk omdat de volta te lang op zich laat wachten -- maar qua lyriek een sterk staaltje van Palmers hart-op-de-tong-heid.

Helaas zijn er te veel nummers die ondanks verwoede pogingen hart noch oren weten te verwarmen. "The Ride" opent de plaat op een tegelijkertijd epische en spaarzame wijze: de song beslaat meer dan tien minuten, waardoor de op een paar klokken en koorpartijtjes na heel sobere pianoballade op den duur nogal kaal gaat aanvoelen en zo vroeg in het album als een blok op je maag blijft liggen. Bovendien heeft Palmer dit soort ballades in het verleden al meermaals en veel beter ("The Perfect Fit", "Berlin") op plaat gegooid. Even later doet ze het zelfs op dit album een stuk sterker met het evenmin verrassende maar desalniettemin pakkende "Judy Blume", een dagboekflard rond jeugdtrauma's en mentale geesten die veel doorleefder binnenkomt.

In dit bedje is ook "The Thing About Things" ziek, waar ze voor de zoveelste keer haar ukelele bovenhaalt. Een instrument dat sinds haar Radiohead-tribuut zijn novelty value verloor, haar muzikaal te zeer beperkt en bij momenten zelfs stram en geforceerd laat klinken. Ook deze misser maakt ze later deels goed. Wanneer de klein besnaarde nog eens bovengehaald wordt op "Bigger On The Inside", gaat er onder de snelle aanhalen een meeslependere melodie schuil. Die paar uitschuivers nemen echter te veel minuten in beslag waardoor je toch een zucht van opluchting slaakt wanneer There Will Be No Intermission eindigt. Het album bevestigt meermaals wat voor een getalenteerde, relevante en eigenzinnige artieste Palmer is, maar gaat andermaal gebukt onder het feit dat more zeker niet altijd more is.

E-mailadres Afdrukken