Banner

Ryan Bingham

American Love Song

7.5
Bjorn Weynants - foto's: Anna Axster - 15 maart 2019

Na vier jaar stilte komt Ryan Bingham terug op de proppen met een nieuw album. Veel nieuws valt daar niet op te ontdekken, maar maalt daar eigenlijk iemand om?

altToen Ryan Bingham in 2009 een loepzuivere hattrick scoorde met het nummer “The Weary Kind” uit de film Crazy Heart, dat hij samen met T-Bone Burnett schreef en waarvoor hij zowel een Oscar, Grammy als Golden Globe won, leek hem een veelbelovende carrière te wachten te staan. Nu, tien jaar later, is daar -- althans op commercieel vlak -- niet al te veel van terecht gekomen. Op professioneel vlak ging zijn toenmalig platenlabel (Lost Highway Records) overkop en op persoonlijk vlak verloor hij zijn moeder aan alcohol en pleegde zijn vader zelfmoord. Zijn vorige album, het overigens uitstekende Fear And Saturday Night, dateert ondertussen ook alweer van vier jaar geleden.Hoewel Bingham ondertussen al een hele poos in Californië woont, ademt zijn muziek toch vooral de sfeer uit van zijn thuisstaat Texas. Dat wil niet zeggen dat American Love Song vooral gedomineerd wordt door countrysongs, integendeel zelfs. Er is maar met mondjesmaat country-invloed waar te nemen op de vijftien nummers van het album. Het album is een ambitieuze mengelmoes waar ook flinke scheuten rock, blues en folk in verwerkt worden tot een geheel dat typisch Bingham is.

Het album opent met een sterk openingstrio van stevige, rammelende rockers die herinneringen oproepen aan de Rolling Stones ten tijde van Exile On Main Street. “Nothing Holds Me down” is rauw, “Pontiac” wordt quasi nonchalant gebracht en “Jingle And Go” is een uitgelaten ode aan het muzikantenbestaan. In contrast daarmee staan een reeks gevoelige nummers, waarin Bingham zich een meester van de beheersing toont. Zo is er bijvoorbeeld “Lover Girl”, een knap, breekbaar folknummer waar Bingham zich kwetsbaar opstelt. Of “Stones” dat met piano de tristesse van de tekst subtiel weerspiegelt (“Dear grave / Rest my weary head / Rest my weary head upon your stone”).

Een aantal nummers op het album zijn eenvoudige, traditionele bluesnummers. “Get Down Blues” en “Hot House” zijn geen nummers waar Bingham een originaliteitsprijs mee zal winnen, maar zijn doorleefde performance weet deze nummers toch een flink eind boven de middelmaat uit te doen stijgen. Janis Joplin krijgt een eerbetoon in het knappe, laidback “Blues Lady”. “Time For My Mind” moet het dan weer hebben van zijn licht Mexicaanse invloeden.

Toch gaat Bingham hier en daar uit de bocht wanneer hij een paar nummers brengt die eerder op stadionmaat geschreven lijken te zijn. “What Would I’ve Become” is een epische, maar ook doordeweekse countryrocker, terwijl “Blue” wel veelbelovend begint maar bij het refrein ontaardt in iets dat Bon Jovi had kunnen schrijven. En dat is voorwaar geen aangename gedachte. Het is een ongelukkige samenloop van omstandigheden dat die twee nummers net het meest persoonlijke en pakkende nummer van het album omarmen. “Wolves” is een afrekening met de pestkoppen waar Bingham op school mee af te rekenen had, en is tegelijkertijd geïnspireerd door de criticasters die de tieners die de schietpartij in de Parkland school overleefden, probeerden te ridiculiseren (“So I stood my ground / Kept the wolves at bay”).

Daarmee is dat nummer ook een link naar een aantal nummers waarop Bingham wat meer de politieke toer opgaat en de staat van zijn land overschouwt. Hoewel dat niet vanzelfsprekend is voor een artiest met een duidelijk Texaanse stempel, maakte hij nooit een geheim van zijn overtuigingen. Zo trad hij op tijdens een rally voor de Democratische Senaatskandidaat Beto O’Rourke. Terwijl Trump op “Situation Station” een expliciete veeg uit de pan krijgt (“As the president shits upon the nation”), klinkt Bingham op “America” een pak gelatener (“America, where have you gone? / There was a dream you gave us once / Oh, is it not for everyone?”).

Hoewel er gerust een paar aanmerkingen te maken zijn op American Love Song -- een iets strengere selectie was het album waarschijnlijk ten goede gekomen -- is het in zijn eclectische eigenheid een sterk staaltje van Binghams kunnen. Het wachten meer dan waard.

Op 6 mei speelt Ryan Bingham in de AB Club.

E-mailadres Afdrukken