Banner

John Fairhurst

The Divided Kingdom

7.0
Kathy Van Peteghem - 16 april 2019

Wie het verbazend vindt dat we vanuit Engeland niet echt overspoeld worden door protestmuziek tegen de Brexit, moet na het beluisteren van The Divided Kingdom toch even slikken. Eén iemand heeft namelijk zijn angst overwonnen: de Brit John Fairhurst. Hij is alvast niet bang om zijn uitgesproken mening duidelijk te maken, desnoods met een paar krachttermen.

alt

Dit album is geen voer voor gevoelige zieltjes, en wie van fijnbesnaarde muziekjes houdt, onthoudt zich ook beter. Wie wel doorzet, krijgt een lawine aan gitaarriffs te horen waar je wel een tijdje zoet mee bent. Fairhurst wordt dan wel in het hokje van de blues gecatalogeerd, onder ons gezegd en gezwegen zouden we hem eerder in het vakje “potige en vettige rock met bluesinvloeden” stoppen. En wie nietsvermoedend aan dit album wil beginnen, willen we toch even waarschuwen: met zo'n strot kan Fairhurst niet een, maar al direct een heel bos platgooien: af en toe lijkt zijn stem wel uit de onderwereld te komen. Diep? Ge moogt gerust zijn!

John Fairhurst is kwaad. Dat hoor je al in opener “The Divided Kingdom”, dat over zijn thuisland gaat. Hij voelt zich niet te verlegen om een paar welgemeende fucks in het rond te strooien: zo moet de hele Britse elite, inclusief de koninklijke familie, eraan geloven. Want ja, als je thuis naar de knoppen geholpen wordt, word je al eens fatalistisch (“My sisters, my brothers, are you feeling alright, how do you feel about the end of day, it's going to be a long dark night”). Een euvel waar het hele album rond gebouwd is, al schijnt er af en toe wel een lichtje aan het eind van de tunnel: “Don't let those bastards drag you down” zingt hij aan het slot van het titelnummer. En ook “Blood And Fire” heeft meerdere snelheidsrecords op zak. In de tweede helft van het album neemt Fairhurst wat gas terug, maar dan nog gaat het met een rotvaart vooruit.

En zo schuurt, dramt, rammelt en stuitert Fairhurst het hele album alle kanten op. Zijn stem lijkt wel uit een donkere krocht of grafkelder te komen, maar toont weinig nuance. Al kan Fairhurst echt wel zingen, wat je vooral in de tragere nummers hoort. Zo is “Hungry Blues” niet alleen een aanklacht, het is ook een nummer waarin hij zijn gitaarkunsten etaleert met een soulvolle solo die blijft kleven. “Gonna See My Baby” is een stamper en een parel voor de slide-liefhebber, het is voorbij voor je er erg in hebt. Afsluiter “And We Dance The Merry Dance” klinkt zelfs gevoelig, Fairhurst voelt dus niet altijd de drang om rond zich heen te schoppen, of zijn gal te spuwen, hij kan ook de gevoelige rots in de branding zijn voor al wie dat wenst.Heavy blues for heavy times. Dat is het minste wat je van de 8 songs op dit album kan zeggen. Fairhurst heeft samen met kompaan en drummer Toby Murray een plaat gemaakt die niet voor mietjes is.

Live ergens te bewonderen vraagt u zich af? Jawel hoor, op 16 mei in Café Pallieter in Herselt, op 17 mei in Tordale zolder in Torhout en op 18 mei in de Rockkelder in Balen.

E-mailadres Afdrukken