Banner

Vampire Weekend

Father Of The Bride

7.0
Sylvia Eeckman - 06 mei 2019

Op de vierde LP van Vampire Weekend werd in sommige kringen gewacht als op de komst van de messias. Zes jaar voortschrijdend inzicht en leven in de luwte leveren een ontspannen, maar wisselvallig album op dat niet onverdeeld gelukkig maakt.

alt

“There’s nothing worse than when a band full of elite, privileged, bloodsucking appropriators, who you thought were gone for good, actually come back to life, true to the name”. Afgaande op deze tweet tekenden de heren van Algiers alvast niet present voor de release party van Father Of The Bride. De kritiek op Vampire Weekend en hun High Snobiety-reputatie klinkt vandaag nochtans een tikje uitgehold. Al in 2008, toen de vier snaken in New York kwamen piepen, serveerden haters hen af als bevoorrechte middenklassers die schaamteloos Afrikaanse gitaartjes en reggae ritmes koloniseerden. Hun toenmalige voorliefde voor polotruitjes en zwierige nummers vol personages weggelopen uit The Great Gatsby hielpen de zaak niet vooruit. Te glad, te proper of misschien gewoon te eerlijk over hun achtergrond om cool te zijn, maar toch werkte het. Drie albums lang voorzagen de erudiete wijsneuzen een generatie vroege millennials van een soundtrack bij het leven. Wie als vitale twintiger rondstuiterde op het kwikzilveren “A-Punk” (2008), beleefde waarschijnlijk een akelig perfecte zomer met Contra (2010) op de achtergrond, om enkele jaren en verwelkte dromen later een quarterlifecrisis te verwelkomen op het somberende Modern Vampires Of The City (2013). “Wisdoms’s a gift, but you’d trade it for youth/age is an honor, but still not the truth”. Verre van oud, maar ook niet echt jong meer. Zo lieten Ezra Koenig en co ons zes jaar geleden achter. Hoe moet het van hieruit verder?

Gewoon doen, zoals men hier al eens placht te zeggen. Of zoals Koenig iets beminnelijker liet optekenen in Rolling Stone: Father Of The Bride is een “Het Leven Gaat Door”-album. Na het vertrek van medeoprichter en multitalent Rostam Batmanglij lijkt Vampire Weekend meer dan ooit het project van de frontman, waarrond Chris Tomson (drums), Chris Baio (bas) en een hele rits gasten satellietgewijs baantjes draaien. Onder meer Rostam, producer Ariel Rechtshaid, Steve Lacy (The Internet) en Danielle Haim maakten hun opwachting in de studio. Dat maakt van FOTB een plaat die losser en eclectischer klinkt dan ooit. Zoeken naar samenhang is futiel met een jammende kameleon die gedurende achttien nummers meerdere malen van kleur verandert.

De drie countryduetten met Danielle Haim vormen het meest voor de hand liggende vertrekpunt. Met zijn Hans Zimmer- koorsample is opener “Hold You Now” alvast een parel en ook “Married In A Goldrush”, afgekruid met pedal steel en elektronica, gaat vlotjes binnen. Even loert tandbederf om de hoek op het suikerzoete “We Belong Together”. Een barok pianomotiefje (hallo Rostam!) en heen en weer kaatsende rijmelarij als “bowles and plates” en “Keats and Yeats” zouden velen de das omdoen, maar Koenig en Haim blijven nog net aan de juiste kant van “schattig”. “There’s no use in being clever”, klinkt het ook. Het lijkt er sterk op dat ironische afstandelijkheid en spitsvondige kwinkslagen op hun grenzen stoten in een wereld waar het nieuwe normaal ronduit dystopisch aandoet. Al is de luchtigheid er vaak een van het bedrieglijke soort. “How Long” laat een dartele “la la la“ voorafgaan door bespiegelingen als “why’s it felt like Halloween since Christmas 2017?”, terwijl “This Life” de meest zomerse riff van het album als backdrop gebruikt voor het relaas van een uiteengespatte relatie.

Zelf vond de zanger intussen het geluk bij actrice Rashida Jones. “I remember life as a stranger/but things change”, onthult hij op “Stranger”. Hoe verzoen je dat soort stabiliteit met de belabberde toestand van de planeet? Zijn we eigenlijk tot iets anders in staat dan selectief observeren en het vertellen van de eigen kleine verhalen? Het blijft een vreemde evenwichtsoefening tussen rusteloosheid en berusting. De single “Harmony Hall’ grijpt met de tekstflard “I don’t wanna live like this/but I don’t wanna die” terug naar “Finger Back”, maar waar die laatste bol stond van paniekerige ritmes en existentiële angst, weerklinken nu enkel kalme aanvaarding en zonnige koortjes. Het leven gaat inderdaad gewoon door. Een dertiger die zijn plaats in de wereld heeft gevonden, staat minder strak van urgentie en soms is dat wel degelijk een gemis. Met een mozaïek aan stijlen en thema’s biedt FOTB voor elk wat wils, maar wat willen deze vampieren eigenlijk zelf nog? Niets moet, al zeker niet de stem van een generatie zijn. Het grootste nadeel van zo’n los aan elkaar genaaid lappendeken, is dat niet alles voor iedereen kan werken. Wat voor de een de kers op de taart is, kan voor de ander gerust verdwijnen zonder gemist te worden. Zo is het gefriemel met AutoTune en vocoders best wel slikken op “Flower Moon” en “Spring Now” en maakt de jazzy pianoballade “My Mistake” maar weinig indruk. Al levert de hervonden ademruimte voor spel en experiment ook aangename verrassingen op. De grootste is wellicht de geflipte ‘techno flamenco’ op “Sympathy”, maar ook het geneuzel met scat op “Sunflower” is een vermelding waard. Het onverwachte “doobeedoobedeep”-refrein wekt eenzelfde glimlach dan wel zucht op als Kanye’s “scoopity poop”-moment. Ook hyperkorte tracks als “Big Blue” en “Bambina” weten te intrigeren en belonen onmiddellijk dankzij Koenig’s uitzonderlijke talent voor aanstekelijke ritmes en melodie. De strijkers en trage trom op het trippy “Rich Man” alleen al zijn minstens een dozijn luisterbeurten waard.

Hoewel Vampire Weekend minder nadrukkelijk de drang voelt om indruk te maken, verraadt de meticuleuze afwerking een grote aandacht voor detail. Opzettelijk aangebrachte imperfecties, gedempte omgevingsgeluiden en gespreksflarden moeten de indruk wekken dat het allemaal wat minder gepolijst mag zijn, al vliegen de gesyncopeerde ritmes, vreemde beats en geripte samples je om de oren. Het is de vreemde paradox van de topdanser die laat uitschijnen dat het allemaal zo moeilijk niet is. Misschien doen we er inderdaad beter aan uit te zoomen, zoals de albumhoes suggereert, in plaats van ons het pleuris te zoeken naar overkoepelende verbanden. Vampire Weekend is intussen immers te groot om te falen. Geen enkele andere band overleefde de hype van de gouden indiejaren om in 2019 nog mee te draaien op dit niveau. De grootste opsteker komt waarschijnlijk van Steve Lacy, die tussen twee nummers door verkondigt: “I think I took myself too serious. It’s not that serious”. Een uitstekende gebruiksaanwijzing, zowel bij een gemiddeld mensenleven als bij een even afwisselend als wisselvallig album.

Op 18 november staat de groep in een uitverkochte Ancienne Belgique.

E-mailadres Afdrukken