Banner

Chicago Jazz Connection (25 april - 1 juni)

Als dwergen op de schouders van reuzen

Guy Peters - 18 april 2012

Onder de noemer ‘Chicago Jazz Connection’ organiseert Sound In Motion vijf concerten in het Antwerpse, waarbij Chicago de verbindende factor is. Dat is deels toeval, maar ook een indicatie van de opmerkelijk vruchtbare jazzgrond in de Amerikaanse stad. Die kwam er niet zomaar, maar is het gevolg van een traditie die meer dan een halve eeuw overspant en waarbij de link met Europa meer dan eens een centraal gegeven was.

De eerste kanttekening die gemaakt moet worden, is dat het niet zomaar gaat over ‘Chicago jazz’ zoals die vaak in muziekhistorische context omschreven wordt, want dan wordt doorgaans verwezen naar een specifieke periode (de late jaren twintig), toen het epicentrum van de jazz verschoof van New Orleans naar Chicago, een stad die toen duizenden migranten uit het zuiden ontving. Het zou echter van korte duur zijn: New York zou snel de jazzmagneet worden waar het allemaal gebeurde en dat zou niet meer veranderen (toch zeker niet in de brede perceptie). In de tweede helft van de twintigste eeuw zou Chicago echter bepalend blijven voor de experimentele flank van de jazz, een stukje geschiedenis dat heel wat minder bekend is. Hieronder razen we kort door zestig jaar avant-garde aan de hand van enkele sleutelfiguren.

SUN RA

Hoewel Herman Blount (foto) eigenlijk afkomstig was van Alabama (steeds opnieuw merk je dat heel wat van de zwaargewichten uit de Chicago-scène hun roots elders hebben), gaat het bij de bespreking van zijn muziek vaak over geografisch bepaalde periodes, want naast de Chicagoperiode heb je ook nog die van New York en Philadelphia. Die Chicagoperiode loopt doorgaans van de late jaren veertig tot ca. 1960, al vond de man pas z’n eigen koers in het midden van de jaren vijftig, toen hij zich omringde met een paar van zijn meest loyale (saxofonisten John Gilmore en Marshall Allen, bassist Ronnie Boykins) of illustere (trombonist Julian Priester) bandleden. De muziek van die periode klinkt de dag van vandaag nog vrij klassiek als je het naast ’s mans waanzinnige 70’s materiaal legt, maar speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de avant-garde jazz.

Vroege albums als Jazz By Sun Ra (1956), Sun Song (1956) en de onverwoestbare klassieker Jazz In Silhouette (1959) laten een fantastische cocktail horen van traditionele invloeden en tot dan toe ongehoorde uitspattingen. Zat hij enerzijds met een been in de rijke Ellingtontraditie, dan zorgde hij er anderzijds voor dat de grotere ensembles uitdagingen voorgeschoteld kregen die tot dan toe ongehoord waren, waarbij er geen beperking leek te staan op de invloeden. Swing, hardbop en modale jazz worden in de mangel gegooid met exotische ongein, rammelende percussie en flarden volksmuziek. Het was een wereld waar figuren als Rahsaan Roland Kirk en Albert Ayler perfect in zouden passen, al was Sun Ra’s ontbolsterende liefde voor kosmische tralala ook al volledig aan het doorslaan.

AACM / ART ENSEMBLE OF CHICAGO

De oprichting van de Association for the Advancement Of Creative Musicians in mei 1965 was een van de sleutelmomenten in de geschiedenis van de Amerikaanse avant-garde. Niet alleen omdat het een platform bood voor creatieve en educatieve projecten, maar ook omdat het gestuurd werd door de muzikanten zelf. Betrokkenen die later centrale spelers binnen de avant-garde zouden worden, zoals Anthony Braxton en Henry Threadgill, waren er vanaf het begin bij, net als de kernleden van het project dat als geen ander vereenzelvigd zouden worden met het AACM: het Art Ensemble Of Chicago, met o.m. Roscoe Mitchell, Lester Bowie, Joseph Jarman en Malachi Favors. De turbulente geschiedenis werd trouwens vastgelegd door George Lewis in zijn monumentale A Power Stronger Than Itself: The AACM And American Experimental Music (University Of Chicago Press, 2008). Het AACM blijft tot op de dag van vandaag actief en telt ook jongere artiesten als Nicole Mitchell en Matana Roberts tot zijn leden.

Van de vertegenwoordigers van de eerste generatie zijn Anthony Braxton en Roscoe Mitchell waarschijnlijk de meest centrale. En hoewel Braxton door zijn eigenzinnige visie, onvermoeibare herbronningsoperaties, gigantische discografie en experimenten met de meest waanzinnige bezettingen de meest beruchte van de twee is, kan ook het belang van Mitchell niet onderschat worden. Zijn invloedrijke album Sound (1966), met een vroege versie van het AEC, was bepalend in de ontwikkeling van de avant-garde jazz door een meer intellectuele benadering van het freejazzgegeven (en daarmee werd afgeweken van de meer instinctieve New York-school die op de kaart gezet werd door Coltrane en Ayler), met veel aandacht voor een evenwicht tussen compositie en improvisatie (een evenwichtsoefening die ook de moderne Chicago jazz in z’n greep houdt) en vooral ook het incorporeren van invloeden uit Europese muziek en de moderne klassiek in het bijzonder.

FRED ANDERSON / HAL RUSSELL

Anderson (foto) was een van de minder bekende oprichters van het AACM, maar de voorbije jaren werd duidelijk dat zijn belang voor de jonge generatie moeilijk onderschat kan worden. Was hij in de jaren zestig te horen op heel wat invloedrijke platen, dan was zijn rol in de twee erop volgende decennia minder opvallend. Voor een stuk was dat te danken aan zijn leven als clubuitbater. Hij stond immers aan het roer van de befaamde Velvet Lounge, een etablissement dat een bepalende rol zou spelen binnen de moderne jazz. Het was daar dat vele aanstormende talenten voor het eerst van zich konden laten horen en avonden na elkaar hun stijl konden bijslijpen. Misschien meer nog dan zijn muzikale invloed, had hij vooral op die manier een rol te vervullen. Nochtans vond hij ook onderdak bij het Okka Disk-label in de jaren negentig en zou hij in de laatste vijftien jaar van z’n leven (hij overleed in 2010) op meer releases dan ooit te horen zijn. Z’n warme, gemoedelijk kronkelende freejazz blijft daarbij indruk maken (supertip: Timeless (Delmark, 2006)).

Hal Russell was een excentrieke figuur die ook pas op latere leeftijd echt naam maakte. De multi-instrumentalist leidde vooral in de jaren tachtig en begin negentig enkele opvallende bands, die door hun bruisende aanpak, tegen de rock-‘n-roll aanleunende vurigheid en veelheid aan invloeden bepalend was voor de ontwikkeling van tenoren als Ken Vandermark en Mars Williams (die beiden deel uitmaakten van zijn NRG Ensemble), Weasel Walter en Kent Kessler. NRG Ensemble (1981) en Generation (1982) zijn baldadige en onmisbare platen in de ontwikkeling van de moderne Chicago freejazz en klinken nog steeds alsof ze vandaag (of morgen) opgenomen zijn. En zo was de deur opengezet voor de nieuwe generatie, onder leiding van o.m. Rob Mazurek en Ken Vandermark.

KEN VANDERMARK / PETER BRÖTZMANN CHICAGO TENTET

Dit zinnetje over Vandermark in de Penguin Guide To Jazz Recordings vat het mooi samen: “He’s a full-on energy player a lot of the time, a canny organizer of groups and musical forms, a man perhaps destined to make things happen”. Bovenop zijn talent als muzikant is Vandermark vooral een centrale muzikant, als ambassadeur en organisator. Als geen ander blijft hij voortdurend op zoek gaan naar nieuwe uitdagingen en samenstellingen (soms krachtige formaties, maar steeds vaker ook verfijnd), waardoor hij in de meest uiteenlopende contexten werkzaam is, met de meest uiteenlopende muzikanten de hort opgaat en zo ook medeverantwoordelijk geacht mag worden voor een schier oneindige reeks samenwerkingsverbanden. Voor een stuk is dat ook te danken aan het oprichten van het Chicago Tentet, dat Peter Brötzmann in 1997 startte op aanraden van John Corbett.

Het bracht toppers uit Chicago in contact met gelijkgestemde artiesten uit Europa, en betekende de start van een verhaal dat tot op vandaag loopt. Nog belangrijker is echter wat het in zijn slipstream allemaal teweegbracht. Nog meer dan voorheen ging de nieuwe generatie Chicagomuzikanten contacten opzoeken met de Europese avant-garde. De New Yorkse scène mag dan wel nog groter en diverser zijn dan die van Chicago, maar de eenheid in verscheidenheid en de drang om naar buiten te treden en vooral Europa aan te doen, is er lang niet zo sterk aanwezig. Vandermark en co. vonden in Europa een tweede thuis (iets waar bvb. ook KC BELGIE in Hasselt een voortrekkersrol in speelde tijdens het voorbije decennium), waardoor je een haast bevoordeeld plekje krijgt om de nieuwe ontwikkelingen bij te wonen terwijl ze gebeuren.

Dé sleutel tot het ontmaskeren van het Chicagogeheim? Geen idee, maar drummer/componist Mike Reed geeft een hint: “(…) I think that from what I’ve been able to see and hear and examine, that it’s really about doing things on your own. The one thing that everybody says when they come through is how the community makes it possible to do it yourself. There’s no industry here, no publicists, no producers, no A&R, one or two small record labels like Delmark—no machine to support you, but also none to put you in a box.” Het steeds in beweging blijvende muziekleven zorgt voor consistent sterke resultaten, het gebrek aan geïnstitutionaliseerde structuren en verplichtingen van bovenaf zorgt ervoor dat deze trein voorlopig met onverminderde kracht voort kan denderen.

DE CONCERTEN

De vijf concerten vinden plaats over vier verschillende locaties en koppelen steeds een internationale band aan Vlaamse muzikanten. Een ideale kans om voor weinig geld zowel binnen- als buitenlandse toppers van de experimentele vleugel aan het werk te zien.

25 april: Dave Rempis Percussion Quartet - co Sint-Andries
Rempis maakte naam en faam bij het opgedoekte The Vandermark 5, maar is al jarenlang een van de best bewaarde geheimen van Chicago. Zijn Percussion Quartet, met drummers Frank Rosaly en Tim Daisy en bassist Ingebrigt Håker Flaten, leverde met Montreal Parade een van de beste freejazzplaten van 2011 af en staat garant voor stomende en groovende muziek die zich niet aan banden laat leggen. Voorprogramma: Joachim badenhorst (solo) vs. de illustraties van Cyclop Max.

27 april: Jason Adasiewicz’s Sun Rooms – ’t Werkhuys
Vibrafonist Adasiewicz is een van de meest schitterende nieuwkomers op het firmament. Met zijn trio Sun Rooms (met drummer Mike Reed en bassist Nate McBride) brengt hij arrangementen die zowel hedendaags als klassiek aanvoelen. Voorprogramma: woord/muziek-performance van Sandrine Verstraete en Gino Coomans (Sheldon Siegel).

3 mei: Seval – CC De Kern
Cellist Fred Lonberg-Holm is al jarenlang actief binnen de nieuwe muziek en avant-jazz (ook bij The Vandermark 5), maar met Seval, een band die bestaat uit volk uit de improvisatiescène, houdt hij zich vooral bezig met songgericht materiaal dat eerder aansluit bij intimistische pop. Voorprogramma: Tape Cuts Tape, met Rudy Trouvé, Eric Thielemans en Lynn Cassiers.

21 mei: Sonore – Trix
De dag van de zwaargewichten: icoon van de Europese improvisatie Peter Brötzmann, troonopvolger Mats Gustafsson en Ken Vandermark. Met hun eigen projecten leverden ze alle drie een machtige bijdrage aan de creatieve muziek, samen zijn deze vrijbuiters in staat om de laatste resterende grenzen te slopen. Voorprogramma: Chaos Of The Haunted Spire, met Teun Verbuggen, Andrew Claes, Sickboy, Pierre Vervloesem en Natalie Meeusen.

1 juni: Mike Reed’s People, Places & Things - co Sint-Andries
Reeds project waarmee hij de Chicago jazz van de late jaren vijftig, voor hem het ontbrekende stuk van de jazzpuzzel, onder de loep neemt. Prachtige band, te ontdekken voor wie het avontuur via een classy tussenstap wil ontdekken. Met bassist Jason Roebke en saxofonisten Tim Haldeman en Greg Ward. Voorprogramma: Jozef Dumoulin trio, met Trevor Dunn en Eric Thielemans.

Meer info over de evenementen is beschikbaar via de website van Sound In Motion of de deelnemende zalen.

E-mailadres Afdrukken
 
Chicago Jazz Connection (25 april - 1 juni)

Uit ons archief
Banner

TEST