Banner

Improviserend Vlaanderen

de weelde van 2012

Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 20 november 2012

Jazz kampt naar verluidt met een imagoprobleem, en dat heeft zo z’n gevolgen voor de zichtbaarheid en aandacht die het genre te beurt valt. Zoals gewoonlijk geldt dat nog sterker voor het avontuur in de flanken van de geïmproviseerde muziek. Vandaar dat u hieronder een kleine inhaalbeweging terugvindt. Die is verre van volledig, maar geeft misschien een indicatie van de diversiteit van al het moois dat te ontdekken valt. Ook bij ons, ja.

2012 was een feestjaar met een hele trits evenementen: Toots werd negentig en uitgebreid gefêteerd (zelfs met een Belpop-aflevering), Aka Moon viert z’n twintigste verjaardag met een indrukwekkende concertreeks en het W.E.R.F.-label bereikte eerder dit jaar de kaap van honderd (!) releases, een unieke gebeurtenis binnen de Belgische jazz. Bruggeling Kris Defoort mocht uit handen van Sabam bovendien een Jazz Award voor gevestigde waarde ontvangen, dat terwijl hij verre van uitgespeeld is. Alleen maar goed nieuws dus?

Drukke festivals, (half)lege zalen

Ook Jazz Middelheim scheerde commercieel weer hoge toppen, met een festivalterrein dat (haast letterlijk) uit z’n voegen barstte, maar toch bleven we met een wat wrang gevoel achter. Van die massale opkomst voor de sterk gepromote evenementen blijft vaak immers bitter weinig over tijdens de talloze concerten en kleinschalige festivals die doorheen het jaar georganiseerd worden, zowel binnen de meer traditionele vleugel als die van het experiment. Tijdens Jazz#Forum 2012, een ontmoetings- en discussiedag waarvoor zowat alle spelers uit de Belgische jazz (van muzikanten en organisatoren tot belanghebbende organisaties en journalisten) opgedaagd waren, werden een aantal pijnpunten blootgelegd.

Het subsidiebeleid is een onontwarbaar kluwen dat vooral voor verwarring blijft zorgen. Er is immers onduidelijkheid over wie of wat in aanmerking komt, terwijl de aanvragen zelden transparant gebeuren. De globale visie ontbreekt en de muzikant heeft er vaak geen benul van wat kan of mag. Aan de spreiding van de muziek schort bovendien ook wat. Vlaanderen en Wallonië blijven onbekend en onbemind voor elkaar, terwijl er weinig geweten is over wat er leeft in de ons omringende landen. Voor een stuk is dat te danken aan navelstaarderij en te weinig zin voor initiatief. Nogal een verschil met Nederland, waar nog altijd verder gebouwd wordt op de unieke identiteit die de jazz daar decennia geleden al toegekend kreeg.

De mainstream media zouden daar een rol van betekenis kunnen vervullen, maar een enkele uitzondering daargelaten (de jazzexperts van De Morgen en Focus Knack proberen nog het beste te maken van de beperkte ruimte die ze ter beschikking krijgen) blijft het bij nieuws over de grote zomerfestivals en het handjevol kleppers dat nog boeiend genoeg geacht wordt om tekst en (vooral) beeld aan te spenderen: Toots, Jef, Philip en - met een beetje geluk - het Brussels Jazz Orchestra (en sta ons toe om eens te bevestigen dat die reputatie terecht is). Voor de rest is het met de aandacht gesteld zoals met de agenda van de Brusselse jazztempel The Music Village: zo spannend als een cricketwedstrijd.

Go online, get a profile, share the music

De jazzsector zal m.a.w. inventief moeten zijn, zelfredzaamheid kweken en de kaart van de vernieuwing trekken, ook in media-aanwezigheid. Een genrespecifieke publicatie als Jazzmozaïek is van onschatbare waarde voor het documenteren van de jazz, maar preekt vooral voor eigen parochie. Om jazz uit z’n niche te bevrijden is elke nieuwe context een bonus. Blijf hameren op het isolement en je bestendigt het alleen maar. Daarom is een online magazine als Kwadratuur, met brede aandacht via luisterfragmenten, uitgebreide aankondigingen en diepgravende recensies, zo’n belangrijke speler (dat wordt ook breder erkend) en proberen we jazz, of geïmproviseerde muziek in het algemeen, ook bij Enola een plaats te geven op de website.

De generatie van Defoort, Jeroen Van Herzeele, Bert Joris & co. is nog steeds actief, maar wie de voorbije jaren de oren open hield, die heeft kunnen vaststellen dat er zich een nieuwe generatie heeft aangediend, die zich vaak te buiten gaat aan de jazztraditie, maar dan wel zorgt voor de broodnodige injectie van vernieuwing en creativiteit. Moker, de Christian Mendoza Group, het Nathan Daems Quintet, de projecten van Lander Gyselinck en Hamster Axis Of The One-Click Panther zijn slechts enkele voorbeelden van artiesten die een breed publiek kunnen aanspreken en vaak ook hun weg gevonden hebben naar het internet en de sociale media in het bijzonder. Meer dan ooit zijn kanalen als Facebook en Twitter, en muziekpagina’s als SoundCloud en Bandcamp, indien ze verstandig gebruikt worden, zeer geschikte kanalen om nieuws de wereld in te sturen en (potentiële) luisteraars aan je te binden.

Volharding

Gelukkig zijn er nog initiatieven die het verschil kunnen maken. Hoewel er vaak geteerd wordt op het bekende circuit, slaagt de JazzLab Series er in om heel wat projecten naar buiten te brengen. De Gentse Vooruit nam een berekend risico door het jonge pianotrio De Beren Gieren een kans te geven als artists in residence, voorlopig met uitstekend resultaat. De Werf in Brugge blijft een platform bieden aan binnen- én buitenlands talent, uit de mainstream én het experiment, zowel in de concertzaal als op het tweejaarlijkse Jazz Brugge Festival. Vrijstaat O. (Oostende) zet de jazz intussen op de kaart aan de kust.

Meer in de marge zorgde het Gentse El Negocito al voor een aantal opmerkelijke releases en concerten, en hebben zalen als De Singer (Rijkevorsel) en Kunstencentrum Belgie (Hasselt), waar aanstormende improvisatietalenten als Els Vandeweyer, Joachim Badenhorst en Sheldon Siegel mochten aantreden, al voor het nodige vuurwerk gezorgd. VZW Sound In Motion koppelde concerten van buitenlandse kleppers in de Chicago Jazz Connection-reeks aan performances van lokale artiesten. Of kijk naar Rataplan (Borgerhout), dat een reeks van maar liefst zes (!) concerten opzette rond diezelfde Joachim Badenhorst, een figuur die als geen ander de irrelevantie van genregrenzen onderstreept en zowel actief is binnen de nog toegankelijke jazz, als de kamervariant en de vrije muziek.

Plinkeplonke

Vooral die laatste werd jarenlang nogal stiefmoederlijk behandeld. De pogingen van pioniers als Fred Van Hove, Paul van Gyseghem, Cel Overberghe en André Goudbeek ten spijt, bleef het een wereld die vooral op zichzelf aangewezen was. Voor een groot stuk is dat niet meer dan normaal - hoe minder regels de muziek respecteert, hoe moeilijker ze te verteren is voor de doorsnee luisteraar -, maar laat het nu net die wereld van de verrassingen zijn die dit jaar voor een paar opmerkelijke releases zorgde, zowel van veteranen als jongelingen. Figuren als Kris Vanderstraeten, Peter Jacquemyn en Jean-Michel Van Schouwburg kunnen eindelijk vaststellen dat de opvolging verzekerd wordt.

Al moet er wel een kanttekening bij, want Els Vandeweyer heeft haar actieterrein verlegd naar Berlijn, terwijl leeftijdsgenoten Robin Verheyen en Joachim Badenhorst vooralsnog niet van plan lijken om België als een permanente thuisbasis te beschouwen. Een relatief gebrek aan speelmogelijkheden en uitdagingen hebben ervoor gezorgd dat muzikanten van dit kaliber vaak meer stimulerende omgevingen gaan opzoeken, ook al betekent dat een persoonlijk financieel risico en de mogelijkheid om door een teveel aan concurrentie niet aan de bak te komen. De vrije muziek is in dergelijke steden vaak ook beter georganiseerd, wat niet altijd gezegd kan worden van onze lokale initiatieven, die ondanks veel goede wil, soms nog te amateuristisch blijven en vooral qua promotie steken laten vallen. Een festival dat de vinger aan de pols houdt en dringend toe is aan een verjonging van zijn publiek, moet een doordachte online strategie kunnen voorleggen, anders dreigt het te stagneren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Niet binnen muziek met zo’n ambities.

6 releases

Hieronder vindt u een aantal releases die dit jaar verschenen. De verschillen zijn onderling soms enorm – het is best mogelijk dat de ene release iemand op het lijf geschreven is en een andere vooral op onbegrip onthaald wordt -, maar als er één constante is, dan is het wel dat dit zes albums zijn die elk op hun eigen manier het cliché ontkrachten dat jazz en improvisatie een duffe bedoening zijn voor bejaarde kinkrabbers. Deze muziek klinkt niet Vlaams en in zichzelf gekeerd (als is er niets dat u belet om rond de kerktoren te dansen), maar gericht op een wereld waarin impulsen uit verschillende genres en windstreken gebruikt worden. Het zijn niet de enige releases die de moeite zijn (er zouden hier nog een paar van bovenstaande namen kunnen gestaan hebben), maar het is onze greep van het moment:

Robin Verheyen NY Quartet – Trinity (52 Creations)

Verheyen ruilde een half decennium geleden Turnhout in voor New York en reist sindsdien heen en weer tussen de VS en België. Z’n naam klinkt intussen al zo lang vertrouwd in de oren dat het als een verrassing aankomt dat hij nog steeds geen dertig is. Nochtans heeft hij al een handvol uitstekende albums en knappe projecten op z’n palmares en speelde hij al met grote namen als Roy Hargrove, Branford Marsalis en Ravi Coltrane. Dat z’n komst niet onopgemerkt passeerde in New York, vermoedelijk zowat de meest competitieve jazzomgeving ter wereld, bewijst deze release.

Ralph Alessi (trompet), Thomas Morgan (bas) en Jeff Davis (drums) worden immers al jarenlang gerekende tot de grootstedelijke top en bleken zich aan de zijde van de Kempenaar prima te voelen tijdens de voorbije editie van Gent Jazz. Het kwartet speelde er een resem composities uit Trinity, dat bewijst dat Verheyen z’n persoonlijke stempel ook blijft doordrukken in het gezelschap van deze zwaargewichten. Van het delicaat aanzettende “RR” tot het turbulente hoogtepunt “Roscopaje” en het krachtige “Together”: zowel op tenor- als sopraansax bewijst Verheyen te beschikken over een indrukwekkende instrumentbeheersing én een talent voor composities die niet voor de hand liggen.

Hoewel zijn sound op de sopraansax meer Coltrane dan Lacy is, duikt hier en daar vooral de invloed van Ornette Coleman op (natuurlijk ook een direct gevolg van deze specifieke bezetting), al is Verheyens aanpak minder in de blues geworteld, en doordrongen van een zoekende elegantie die openheid suggereert binnen structuren die stevig in de hand gehouden worden. Hoewel 68 minuten wat van het goede te veel is, wordt hier bij momenten uitgepakt met een melange die zowel passie en intensiteit als abstractie en cerebrale impulsen in de aanbieding heeft. The thinking man’s jazz bij uitstek.

Teun Verbruggen & Arve Henriksen – Black Swan (RAT Records)

Verbruggen (°1975) is de kameleon van de Belgische improvisatie: inzetbaar binnen melancholische popjazz, als motor van een doorgeslagen balorkest, of de hypermoderne collagekunst van Othin Spake of Chaos of The Haunted Spire. Voor deze samenwerking met de gerenommeerde Noorse trompettist Arve Henriksen (vooral bekend van Supersilent) werd op een ongebruikelijke manier gewerkt: Verbruggen hield zich een paar uur bezig met drumpartijen en elektronica en stuurde die opnames naar Henriksen, die er verder mee aan de slag ging, het hele zootje in stuken knipte, zang, trompet, en samples toevoegde, en het geheel terug aan elkaar naaide. Het resultaat is een lesje in deconstructie die toch verrassend coherent klinkt.

Black Swan bevat dus niet zomaar percussie en trompet, maar ook misleidende en verwarring zaaiende elektronica, galmende en ruisende klanken, en dat in stukken die nergens te lang aanslepen. Het mooist is hoe de talrijke contrasten zo sterk gecombineerd worden, binnen de context van het album, maar ook van de nummers: “AHOB 1” is tegelijkertijd rustgevend én nerveus, terwijl de IJslands aandoende weidsheid van “Fridge Detective B.”, met falsettozang van Henriksen, zorgt voor een feeërieke sfeer die in schril contrast staat tot het voortdurend verkrampende geknetter van stukken als “Black Swan (For Allowin)” en “Bryggen”, die ritmisch compleet kierewiet zijn. Analoog en digitaal gaan voortdurend in aanvaring met elkaar. Niet altijd even zachtzinnig.

Hier en daar zorgt het knip- en plakwerk voor dromerige schizofrenie (“Site Q1/B”), even later wordt er mooi gedoseerd met laagjes vol haast subsonische beats of beland je bij een ritmisch culminatiepunt dat wat wegheeft van Maximum Overdrive: de machines hebben het voor het zeggen. En dat is dan weer schijn, want “Sweet Marrowbone” recreëert de open kilte van Garbarekland, die mijlenver van de haast industriële chaos verwijderd is. Een plaat die van hier naar daar stuitert en fleemt, maar zowel überhip als tijdloos gracieus is. Een geslaagd avontuur.

Ifa Y Xango – Abraham (Eigen beheer)

Misschien wel dé verrassing uit dit lijstje. Het piepjonge septet (binnen de stoutmoedige vleugel blijf je een jonkie tot je bijna vijftig bent, dus deze jonge twintigers zullen nog een paar jaar moeten opboksen tegen een snotneuzenstatus), de winnaars van Jong Jazztalent Gent 2011, maakten al een uitstekende beurt op Gent Jazz 2012, maar dat had ons niet kunnen voorbereiden op deze excentrieke lappendeken van 16 uiteenlopende stukken, waarvan het merendeel improviserend tot stand kwam. De opmerkelijke bezetting – tenorsax, altsax, eufonium, piano, bas, drums en percussie – is al opmerkelijk, maar de vermetele aanpak nog meer. Daarvoor zou de band zich o.m. ook hebben laten inspireren door de films van Lars Van Trier en de schilderijen van Pieter Brueghel en Jeroen Bosch.

Muzikaal gezien wordt regelmatig ook verwezen naar Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse volksmuziek, maar wie een aanstekelijk dansfestijn verwacht, die is er wel een voor de moeite. De muziek op Abraham klinkt verrassend, soms baldadig en vaak mysterieus, en dat zonder zijn samenhang te verliezen. Het sterkste wapen van de band is dan ook zijn gevoel voor dosering: er wordt ruimte gelaten om ideeën te laten rijpen en aanslaan, en toch nergens te lang te rekken. Het klankenpalet lijkt haast grenzeloos, volgestouwd met erg persoonlijke invallen, gaande van en bezopen eufoniumsolo (“Kaspars Baum”), raaskallende piano-erupties (“Judith”) en opzwepende stukjes jazz (“Colombe”).

Er wordt regelmatig geflirt met de grenzen van de chaos, pianist Seppe Gebruers doet moeiteloos een haasje-over van skeletachtig minimalisme naar hypernerveus gerammel, maar het is net zo vaak lyrisch en onderdrukt, ontdaan van overbodige ballast. Zonder zich te buiten te gaan aan al te pompeus geëpateer, is Ifa Y Xango er in geslaagd om een album te maken dat constante creativiteit koppelt aan voldoende houvast. De maturiteit is opvallend, net als het geinige architectenplan dat als visuele reconstructie bij de cd gestoken werd. Nietszeggende comentaar als “Hou ze in het oog” schiet tekort, want Ifa Y Xango heeft nu al een statement van jewelste afgeleverd.

CO2 Quartet – Intersections (El Negocito Records)

Van de Benjamins belanden we bij de Nestors van de lijst. Het CO2 Quartet, gebouwd op het vader/zoon-duo Cel Overberghe (tenor- en sopraansax) en Tom Van Overberghe (gitaar), met Paul van Gysgehem (bas) en Giovanni Barcella (drums), heeft waarschijnlijk zowat anderhalve eeuw ervaring in de aanbieding. Zeventigers Overberghe en van Gyseghem maakten deel uit van de kliek Vlaamse improvisatiepioniers die vooral in de jaren zestig en zeventig grote sier maakten. Van Gyseghem was zo o.m. de sturende kracht achter het vorig jaar heruitgegeven Aorta (absoluut de moeite en essentieel voor de liefhebbers van de vrije muziek), terwijl Overberghe in de vroege jaren zeventig terug te vinden was aan de zijde van zijn schoonbroer Fred Van Hove (een aantal van hun opnames zijn terug te vinden op de 2cd heruitgave Complete Vogel Recordings op Atavistic).

De vrije improvisatie van de veteranen is intussen niet meer zo nieuw en confronterend als veertig jaar geleden, maar wordt hier nog steeds behoorlijk indrukwekkend utgevoerd. Vooral opener “I Remember Sergio” blijft twintig minuten lang doordrongen van een onder het oppervlak broeiende intensiteit. Vader Overberghe soleert er vrij en vloeiend op los, alsof hij in z’n eentje tijd vult op zolder, met een ongedwongenheid en souplesse die je pas bereikt na jarenlange ervaring. Het gitaarspel is hier regelmatig gruizig en rauw en stuwt het geheel een paar keer richting extase zonder echt te exploderen, maar het is die dreiging, die net niet-spanning die het stuk net zo imponerend maakt.

De tandem Barcella/van Gyseghem heeft het duidelijk onder controle, de drummer uitblinkend in datgene waar hij het sterkt in is: het aanhouden van een impliciete puls, die steeds zorgt voor een wentelende drive. Het kortere “Ill Wind” is de aanloop naar het titelnummer, dat wat breder gaat dan de opener, maar wel de duimen moet leggen qua intensiteit. Nochtans is Overberghe ook op sopraansax een stem en heb je als je bij het dwarrelende einde aanbeland bent het gevoel getuige geweest te zijn van een lesje improvisatie dat even geïnspireerd als vanzelfsprekend klonk. Dat zowel Overberghe als van Gyseghem een opvallende carrière als visueel kunstenaar uitgebouwd hebben, zal niemand verbazen. Voor deze vier is improviseren en creëren een tweede natuur.

Joachim Badenhorst – The Jungle He Told Me LP (Smeraldina-Rima)

Net als Verheyen trok Badenhorst naar the Big Apple, om er ook te spelen met o.m. Pascal Niggenkemper. Zijn stilistische bereik is zo mogelijk nog breder, gaande van de kamermuziek van Baloni, de licht anarchistische swing van het Han Bennink Trio en de folkjazz van Equilibrium, tot een rol in Tony Malaby’s Novela en verschijningen in allerhande Belgische projecten/bands. Zover we weten is deze release bovendien de eerste soloplaat van een Belgische rietblazer, en hij legt de lat meteen hoog. Maakte hij eerder dit jaar bij momenten al behoorlijk wat indruk tijdens een soloconcert in Antwerpen, dan is dit album een bij momenten verbluffend staaltje van ingenieuze klankenconstructie en instrumentbeheersing.

De titels op de eerste albumhelft (de release verschijnt enkel op LP) spreken voor zich: “Klarinet”, “Basklarinet” en “Tenor”, het zijn de instrumenten die Badenhorst gebruikt om zijn spel met de elementaire bouwstenen tentoon te spreiden. De rietblazer neemt daarmee plaats in een traditie van soloperformances die via Anthony Braxton, Joe McPhee, Steve Lacy, Evan Parker en John Butcher als een rode draad doorheen de vrije improvisatie loopt, al kan je net zo goed de invloed van een Michael Moore herkennen. Klanken worden voortdurend bewerkt met en door speeksel, tong en ademdruk, met als gevolg het contrasteren van boven- en ondertonen, het herhalen en isoleren van denkpistes en het switchen van nerveuze clusters tot aangehouden, zelfs drone-achtige klankgolven.

Herkenbare structuren en melodieën komen er amper aan te pas, al wordt er zoveel diversiteit in de stukken gebracht dat het een eindeloze aaneenschakeling van ideeën is, waarbij nu en dan eens wordt geknikt naar de traditie (heel even lijkt zelfs de geest van Hot Five-lid Johnny Dodds rond te waren in “Rafel Stomp”), maar vooral gesnakt wordt naar vernieuwing. Met neuzelende klarinet, schrille uitschieters en knappe dosering doet Badenhorst de taal van de rietblazers uit de doeken door intense concentratie en een finesse waar slechts weinigen over beschikken. Tegelijkertijd puur en exotisch. Vermoedelijk een mijlpaal binnen ’s mans nog jonge oeuvre én de Belgische improvisatie, en bovendien een prachtig vormgegeven release.

Sheldon Siegel – Grève Totale 2LP (Scheld’Apen)

Weinig bekend binnen jazzmiddens, maar intussen goed op weg om het boegbeeld van een nieuwe generatie improviserende Belgen te worden. Sheldon Siegel zoekt een plaats binnen de Europese traditie van vrije muziek, waarbinnen de summiere regels die in minder radicale improvisatie gelden, vaak volledig overboord gegooid worden. Dat leidde al tot voorprogramma’s voor Nate Wooley en Borbetomagus, samenwerkingen met John Butcher en Roscoe Mitchell (!), en een handvol releases, waarvan de split-lp met Razen (Kraak, 2010) voorlopig de meest opvallende was. Tot nu, want met dit dubbelalbum, dat werd opgenomen tijdens een residentie in het Antwerpse kunstenkwartier Scheld’Apen in 2011, laat het trio horen dat hij zijn actieradius verbreed heeft zonder die kenmerkende onbevangenheid te verliezen. En dat door voor een stuk ook te versmallen, in een richting die bij momenten ronduit minimalistisch is.

De eerste twee albumhelften blinken uit in een zeer open en zelfs hypnotiserende aanpak, waarin hun obsessie voor pure klank met ijzingwekkend geduld wordt uitgewerkt. Dat is meteen ook de voornaamste reden waarom je hen live moet zien, dan krijg je meer grip op de muziek. Het eigenaardige omgevingsgeluid van de hangar draagt bovendien bij tot de unieke sound van het album. Machinaal gezeur en gegalm, vaak van het soort waarvan de oorsprong onduidelijk is, krijgt steevast een plaats toebedeeld, net als de spaarzame percussie van Erik Heestermans. Ze spreken zelf over “music and sounds”, maar die geluiden zijn vaak net de muziek. Het duurt soms minuten voor je met zekerheid de aanwezigheid van cellist Gino Coomans of saxofonist/geluidsknutselaar Gerard Herman kan ontwaren, zozeer slagen ze er in om het onconventioneel terrein op te zoeken.

Soms vindt er een heen-en-weer-gekets plaats van nerveus gerammel en schurend geschraap, worden de snaren even mishandeld, weggezonken in een haast Sjamanistische drone of uitgepakt met een grootstedelijke puls. Het derde stuk benadert de klassiekere squeak & squeal-tactiek, mét bronstige saxpartij, maar de echte uitdaging komt op de vierde kant, als Cassis Cornuta (Daniel Renders) het zootje helemaal richting psychiatrisch gesticht duwt, al kan je net zo goed de befaamde Zwarte Woud-opnames van Brötzmann en Bennink als referentiepunt beschouwen. De hardnekkig doordravende laatste groef is de stuiptrekking die Sheldon Siegels plaats consolideert. Wat een fascinerend parcours.

Wie voorzichtig is begint best bij Verheyen en baant zich een weg naar beneden. Voor de muzikale avonturiers kan het parcours net zo goed in omgekeerde richting afgelegd worden.

Badenhorst stelt zijn album op donderdag 22 november voor in de Vooruit tijdens Jazz & Beyond Deluxe. Ifa Y Xango speelt op 21/11 in Het Spoor (Harelbeke), op 29/11 in De Casinno (Sint-Niklaas) en op 30/11 in Zaal Otello (Mol).

E-mailadres Afdrukken
 
Improviserend Vlaanderen

Uit ons archief
Banner

TEST