Banner

The Portuguese Connection (2015), Pt. 5

Susana Santos Silva + Earnear

Guy Peters - foto's: Petra Cvelbar - 02 oktober 2015

Het was geen crush van de laat-alles-halsoverkop-vallen-soort, maar een natuurlijke sympathie die overging in een comfortabele vertrouwdheid en gestaag uitgroeide tot een steeds dieper genestelde liefde. Ja, de moderne Portugese freejazz en vrije improvisatie heeft intussen ons hart gestolen. Dat, gecombineerd met het feit dat de voorbije maanden een schier eindeloze stroom goede tot geweldige platen opleverden, leidde ertoe dat we er meteen een weekevenement van gemaakt hebben. Inderdaad: vijf dagen lang leiden we u langs een uitgebreide selectie Portugees moois. Vandaag: trompettiste Susana Santos Silva en Earnear.

Susana Santos Silva is de voorbije vijf jaar zowat uitgegroeid tot het boegbeeld van de creatieve jazz uit Porto. Ze is een van de vele producten van de befaamde ESMAE-academie en volgde een heel eigen parcours, door op verschillende terreinen actief te zijn. In Porto was dat met o.m. het collectief Coreto, maar ze heeft er intussen ook al vier albums op zitten met het Lama Trio, die allemaal bij Clean Feed verschenen, en waarvan de laatste met Joachim Badenhorst opgenomen werd. Intussen is ze ook een frequente speelpartner van De Beren Gieren en bracht ze einde 2014 het felgesmaakte The Detour Fish uit met het Belgische pianotrio, dat vorig jaar werd opgenomen tijdens het jazzfestival van Ljubljana. Daarnaast is ze actief binnen allerhande contexten, al lijkt het duoformaat in het bijzonder haar voorkeur te dragen. Zo kwam hier vorig jaar nog Songs From My Backyard aan bod, dat ze opnam met geluidskunstenaar Jorge Queijo.

Later dit jaar zou nog een album verschijnen met de Sloveense pianiste Kaja Draksler, maar haar meest frequente muzikale duopartner is de Zweedse bassist Torbjörn Zetterberg. Ze was te horen op zijn twee recentste releases, hij speelde mee op Impermancence, haar recentste album onder eigen naam en samen namen ze ook nog een opmerkelijke trioplaat op (zie hieronder). De voorbije zomer spendeerde het duo ook een hele tijd in Brussel, door een residentie bij Q-O2, en waar ze aan de slag gingen met combinatie van beeld en muziek. Een jaar of twee geleden was er ook duoplaat Almost Tomorrow, opgenomen tijdens een besneeuwde winter in Zweden, waarmee indruk gemaakt werd. Tel al die dingen bij elkaar op, en je krijgt een beeld van een veelzijdige, vooruitstrevende artieste die zich zowel in haar sas voelt in meer lyrische en gestileerde, als in experimentele wateren en nu al aanspraak lijkt te maken op een centrale plaats binnen de Portugese jazz/improvisatie. We gooien ons hier op haar twee recentste releases:

Susana Santos Silva - Impermanence (Carimbo / Porta Jazz)

Een album dat wat eerder dit jaar verscheen bij het label van organisatie Porta Jazz, en waar opvallend weinig inkt aan verspild werd (het album verscheen ook in een bescheiden oplage van 250 stuks) en dat is eigenlijk wel vreemd en jammer, want het laat eigen een geslaagde dwarsdoorsnede horen van Santos Silva’s kwaliteiten op de trompet/bugel, als componiste en bandleider. Samen met saxofonist João Pedro Brandão (die ook binnen Coreto met haar speelt), pianist Hugo Raro, drummer Marcos Cavaleiro is het eigenlijk een echt onderonsje uit Porto, waar Zetterberg nog eens aan toegevoegd wordt. Het leidt tot een merkwaardig album dat aanvankelijk cohesie lijkt te ontberen, maar van die voortdurende transformatie net een troef maakt. Het is iets dat ook al wordt aangegeven met de titel van het album. Net zoals niets ooit eeuwig kan zijn, of verandert voor onze ogen, zo is de muziek hier ook voortdurend onderhevig aan stilistische- en stemmingswisselingen.

Een track kan beginnen als vrij opgewekte en mooi in elkaar passende jazz, zoals in opener “Many Worlds”, maar dat wil nog niet zeggen dat het zo ook gaat eindigen, want er duikt elektronica in op die er een sci-fi-randje aan geeft, het samenspel kan uit elkaar vallen in een meer sobere benadering (met een prachtig moment waarin Santos Silva haar stem laat doorsijpelen in haar trompetspel), een vrijere passage of, uiteindelijk, een einde met field recordings van Maile Colbert. En zo krijg je verschillende bewegingen, waardoor dit parcours van 55 minuten steeds opnieuw een ander geluid laat horen. In het langere “Oblivious Trees” staan Santos Silva en Zetterberg op de voorgrond met een lyrische aanzet, al gaat de bassist iets later tekeer met grillige strijkstokspel dat herinnert aan zijn machtige invalbeurt bij Angles 9 in mei van dit jaar. En in de tweede helft buigt het weer om in jazz die door de fluit van Brandão een wat exotische vibe krijgt.

Iets later, in het eruit voortvloeiende “Imaginary Life” wordt uitgepakt met een statig slepende wandelgang met een prachtige combinatie van het elegische blaaswerk en het aangezette pianospel. In “Geringonça” staat de stadsjazz centraal, met knetterend blaaswerk op de trompet, hoekige ritmes en knappe strakheid. Zodra je bij afsluiter “Sound Of Thought” beland bent, met z’n soundscape-achtige geluiden en abstractere aanpak, dringt het besef door dat deze band eigenlijk zowat beschouwd kan worden als een tegenhanger voor wat De Beren Gieren doen. Het is muziek die abstractie en compactheid, een focus op melodie en harmonie, maar ook op textuur, heel knap weet te verenigen, met een aanpak die door en door hedendaags is. Niet enkel een rijkgevuld groepsalbum dus, maar bovendien een ideale instapplaat om het werk van de trompettiste verder te verkennen.

Susana Santos Silva, Torbjörn Zetterberg & Hampus Lindwall - If Nothing Else (Clean Feed)

Als Almost Tomorrow al een bijzondere plaat was met een soms opmerkelijke klankkleur en sfeer, dan wordt die indruk nog eens verdrievoudigd op If Nothing Else, waarvoor Santos Silva en Zetterberg opnieuw in de wereld van de vrije en vaak abstracte improvisatie duiken, maar deze keer gezelschap krijgen van een wel heel bijzondere gast. Orgelspeler Hampus Lindwall is naast uitvoerder van vooral hedendaagse klassieke en twintigste-eeuwse muziek ook de vast aangestelde orgelspeler van de Église du Saint-Esprit van Parijs, en dat is waar de drie deze plaat zijn gaan opnemen. Mét de goedkeuring van vader Stanislas Lemerle, trouwens. De combinatie van trompet/bugel, contrabas en orgel baadt in een sfeer die je eigenlijk ook wel terugvindt in de opmerkelijke hoesfoto. Het is kaal en etherisch, maar tegelijkertijd met een eigenaardige, haast surreële twist.

En het is muziek die eigenlijk niet zo veel kleur toelaat. Santos Silva laat ook hier best een breed bereik horen, maar het gaat dan om variaties op eerder vale tinten, met eenzaam klinkende, galmende uithalen, die er vaak aarzelend uit gesputterd komen, alsof ze dertig meter verder op stond. Dat terwijl Zetterberg bijna in je koptelefoon lijkt te kruipen. Het orgel van Lindwall is dikwijls een drone-element, eindeloos zoemend en zacht verschuivend, soms diep brommend onder het oppervlak. En toch klinkt de muziek, door de lange stiltes en nieuwe ideeën die vallen, ook gefragmenteerd, spookachtig en ongrijpbaar. Hier en daar is er even een meer comfortabel aanvoelend, lyrisch moment, zoals in de start van “Atonality”, maar gaandeweg word je je toch steeds weer bewust van het wringende samenspel en de dissonantie in deze opvallende samenwerking.

En ja: eigenlijk geven de songtitels dikwijls al een en ander mee over de stukken. “Stop Chords” pakt uit met een hakkende aanval van het orgel, dat lijkt op te gaan in een zware doodsmars, terwijl Santos Silva en Zetterberg uitpakken met opvallende harmonieën. “Power Walk” voelt tussen al dat slepend onheil aan als een rondje acrobatisch buitelen door een speeltuin. “One Note Each” is al net zo uitgebeend als je verwacht en dat is tweemaal zo sterk het geval voor het afsluitende “One Note Song”, dat de donkerte even opzij zet voor een theatrale grandeur. Dat maakt van If Nothing Else opnieuw een verrassend originele en eigenzinnige plaat. Enerzijds bevat die enkele van de meest persoonlijke stukken muziek die het duo al liet horen, al is het tegelijkertijd ook iets dat zo specifiek klinkt, dat het natuurlijk wel een grotere inspanning vergt dan Impermanence.

Santos Silva speelt op 12 december met De Beren Gieren in KC Nona (Mechelen).

***

João Camões, Rodrigo Pinheiro & Miguel Mira - Earnear (Tour de Bras)

Sleutelfiguur bij Earnear is violist João Camões, afkomstig uit Coimbra, waar hij studeerde, maar daarna ook verhuisd naar Lissabon, waar hij sindsdien ook rondwaart in de bloeiende improscene. Dit trio startte hij samen met pianist Rodrigo Pinheiro van het RED Trio en cellist Miguel Mira van het Motion Trio. Samen banen ze zich improviserend een weg doorheen de traditie van de Europese kamermuziek. Aanvankelijk heeft dat iets weg van het kwartet van Zingaro, maar al snel blijkt dat het er bij dit trio eigenlijk wel anders aan toegaat. De drie nemen een vliegende, bijna ontvlambare start met “Imprint”, maar het album hangt grotendeels uit op afwijkend terrein, waar het niet zozeer die technische bagage en vingervlugheid zijn die centraal staan, maar het spelen met verschillende stijlen en texturen, waarbij al net zo sterk wordt aangeleund tegen een wereld van minimalisme en geluidsonderzoek.

Opnieuw is de speelstijl van Camões, die ook deel uitmaakt van het Open Field trio dat samen met veteraan Burton Greene tekende voor een van de eerste releases van Cipsela, een openbaring. Ook hier valt hij regelmatig op door zijn ongepolijste sound en soms verrassend agressieve stijl (“Stifling Contretenps”). Dat zorgt dan voor een verschroeiende drive en energie, maar de hoofdindruk die nazindert is toch die van het spelen met klanken. Het zijn de details, de bijna pointillistisch aangebrachte ideetjes die in stukken als “Dream Theory” en het nog soberder “Time Leak” centraal staan. De viool zoekt het meest iele, kwetsbare register op, maar dan op fluisterniveau, terwijl de gedempte pianoaanslagen meer hebben van regendruppels op metalen schaaltjes dan van ‘echte’ pianoklanken. Het creëert een hypnotiserende sfeer die in het tweede stuk ronduit donker klinkt en waarbij de extended techniques centraal staan.

Er zit geen flauw moment tussen deze acht stukken, maar hoogtepunten zijn “Theoretical Morning” en “Airfoil”. Het eerste vindt een balans tussen exuberante kamermuziek waarbij de dynamiek je rond de oren vliegt en een intens repetitieve aanpak die erop volgt; het tweede is een compleet ontmanteld hoorspel waarin de ver uit elkaar geplaatste, donkere pianonoten naderend onheil aankondigen en de strijkers spelen met een vergelijkbaar geduld en gevoel voor dosering. Het trio slaagt er vooral heel goed in om tussen die uitersten ook een knap evenwicht te bewaren van intimiteit, ingetogenheid en momenten die – door de rauwe texturen, ratelende effecten of excentrieke klanken – de oren doen spitsen. Op papier een beproeving, in de realiteit een fascinerende trip. Deze opnames dateren van 2010 en 2011, dus wie weet staat er al iets nieuws aan te komen. Dat zou mooi zijn. Intussen is deze te bestellen bij het Canadese label Tour de Bras.

Miguel Mira speelt vanavond (2/10) met het Rodrigo Amado Motion Trio in De Singer (Rijkevorsel).

En zo zit onze trip erop. In vijf hoofdstukken lieten we achttien albums passeren die het voorbije jaar uitgebracht werden. We pretenderen geen volledigheid of diepgaande kennis van de complete Portugese improvisatiescene (integendeel, we beginnen nog maar een beperkt beeld te krijgen), maar kunnen op basis van deze weelde wel niet alles dan concluderen dat er momenteel veel moois te beleven valt. Hopelijk had u er ook iets aan of – wie weet - doet u nog een ontdekking.

E-mailadres Afdrukken
 
Susana Santos Silva (Petra Cvelbar)