Banner

We Bros

De onwaarschijnlijke opkomst en ondergang van Wu Lyf

Matthieu Van Steenkiste - 14 december 2017

Vijf jaar geleden liep Wu Lyf tegen de muur. De met veel branie en vooral met veel mist omgeven rockgroep uit Manchester had de wereld welgeteld twee jaar in zijn greep gehouden, maar toen was het over en uit. Kapotgegaan aan te jong, te snel, en vooral: te veel ideeën voor één jongenshoofd. Het verhaal van een mysterie dat nooit de bedoeling was en wat dat veroorzaakte.

Het was 24 november 2012 en Wu Lyf-bassist Tom McClung checkte even het internet: was er vannacht nog iets verschenen over zijn bandje? Ja dus: "Wu Lyf is dood, hier is het laatste wat we zullen uitbrengen". Tot zijn ontzetting had zanger Ellery Roberts dat gepost op hun YouTube-kanaal, samen met het nog niet uitgebrachte "T R I U M P H". De spannendste rockgroep van dit decennium eindigde met een anticlimax. Het verhaal van vier jongens die niet wisten waar ze aan begonnen waren, was alweer afgelopen. Alsof de belofte nooit meer had mogen zijn dan dat: een glimp van wat had kunnen volgen.

"Oh, to be baffled in this digital day and age, when so little is left to the imagination."

Paul Lester van The Guardian wist niet waar hij het had, toen hij Wu Lyf selecteerde voor zijn "New Band Of The Week"-column. Het gebeurt immers zelden dat muziek nog eens met mysterie omhuld is in deze van media en internet verzadigde tijden. Die aanpak is de wijze waarop legendes ontstaan, van Joy Division en The Smiths tot David Bowie; groepen die tot de verbeelding spraken door zo weinig mogelijk informatie over zichzelf te delen. Maar een jong bandje uit Manchester? In 2010? Die roepen zichzelf de wereld in, willen luidruchtig bestaan.

Niet zo met deze groep, die nauwelijks aanwezig leek op het wereldwijde web, maar wel over de tongen rolde. Iedereens wittebroodsweken met Facebook waren over, de overload aan persoonlijke informatie werd langzamerhand vermoeiend, en een band die zich voor de verandering eens niet constant liep te verkopen voelde verfrissend aan. De muziek moest maar voor zich spreken.

"Wu Lyf is nothing", spelde de website. Verder: geen namen, een paar mp3's, en af en toe een optreden. Interviews? Ga toch lopen. De muziek moest het maar doen: een combinatie van glazen postrockgitaarwerk, een dreunend orgeltje en het manische van het vroege Animal Collective, maar dan geschreeuwd alsof dit het vierde concert van de dag was en de strot net met grind gespoeld. "Heavy Pop", verkocht de band het; goeie genrenaam. De truc werkte: de Engelse pers, belust op hype, moest en zou weten wat er achter dit mysterieuze viertal zat.

Natuurlijk was het marketing. Vanzelfsprekend was er een manager die wist hoe het werkte. Warren Bramley was baas van een advertentiebureau, maar vooral ex-werknemer van Tony Wilson; die andere svengali uit Manchester die met Factory Records ooit de loop van de geschiedenis had veranderd. Bramley had een en ander geleerd qua verkooptechnieken: een tijdlang trad Wu Lyf enkel op in een specifiek café buiten het reguliere concertcircuit van Manchester, gretige platenfirmascouts konden een vinylsingle kopen aan 50 pond. Dat leverde de koper wel meteen ook lidmaatschap van de Lucifer Youth Foundation op. Noem het fanclub, straatteam, sekte.

"We were born as animals and we bros"

In het hoofd van frontman Ellery Roberts was Wu Lyf meer dan zomaar het zoveelste rockgroepje. Het moest een beweging zijn, iets dat jongeren verbond. Vandaar ook de groepsfoto's waarbij er nu eens zes, dan weer tien figuren te zien waren. Allemaal met een witte zakdoek voor hun gezicht, of op een andere manier onherkenbaar gemaakt. Vertelt McClung: "op die manier wilden we er allemaal hetzelfde uitzien, om het idee van eenheid dat bij heel dat World Unite -- de WU uit onze groepsnaam – hoorde, uit te drukken." "Wij als jongens bestaan niet. Wij tellen niet, enkel de groep heeft belang", zou Ellery het dan weer samenvatten tegenover Les Inrockuptibles. Of zoals een van de beste nummers van de groep het uitdrukte: "We Bros".

De videoclip voor "Spitting Blood" drukt dat gevoel ook visueel uit: een groep mensen komt uit het bos, alleen maar om gewelddadig neergeslagen te worden door een geüniformeerde knokploeg. Het klopte ook met die prille sociale mediamoeheid. "Narcisme lijkt zo de culturele norm te zijn geworden dat wanneer een gast zijn gezicht niét wil laten zien en zijn biografie niet publiceert, ze je dan maar in hokjes steken, zodat ze weten wat met je aan te vangen", zou de groep ergens communiceren. De persreacties irriteerden duidelijk even erg als het jennen plezant was.

De pers? Die haalde de schouders op -- journalisten zijn het gewoon om gehaat te worden -- en likte gretig alles op wat de groep rondstrooide. Een paar mp3's dus en een Tumblr vol lekkere quotes. Alweer Lester in The Guardian, omdat hij het zo goed omschreef: "Ze zijn verstommend … Er hangt iets van quasi-spirituele bezetenheid rond, van revolutionaire bedoelingen, van mythes die gemaakt worden."

"Fuck you, this ain't for you”

Hype doet iets met een puberhoofd. Er zijn verhalen over een pril Arctic Monkeys dat op een persdag in Parijs de hotelkamer met zijn wachtende journalisten ontvlucht en de boel de boel laat. Ook Wu Lyf had het al snel gehad met het hijgerige gedoe. De sfeer is antagonistisch wat pers en platenfirma's betreft. De ene wil maar wat graag een interview, de andere zwaait met grote voorschotten om het debuut van de band te mogen uitbrengen. "Zijn er kostuums die willen komen", daagt een concertaankondiging uit. "Hipsters in propere kleren? Wil er iemand wat hype zien? Fuck jullie, dit is niet voor jullie. Dit is voor de kids, kinderen die de moed hebben om kinderen te blijven, en hun dromen niet willen verkwanselen. Wij hebben onze vuisten gewet, kom maar bloeden." Gitarist Evans Kati zou het ons een jaar later proberen uitleggen bij een gesprek in Brussel: "Het interesseerde ons niet. We waren te jong om ons daar mee bezig te houden. We speelden voor onze vrienden, dat was het punt. Al die wijnnippende kinstrijkers ... dat was gewoon vreemd. Geoff Travis, de grote baas van Rough Trade was er zelfs al op ons derde optreden. Wisten wij veel wie die oude vent was. We were nobodies, we hadden gewoon een handvol songs."

Je vraagt je af of de band op al die heisa zat te wachten. Kati, alsof het allemaal zo niet bedoeld was: "We hadden hoop en al twee songs geschreven, dus wij wilden helemaal geen interviews geven. We hadden wel iets beters te doen; meer nummers schrijven, bijvoorbeeld. Meer was er niet aan de hand." En er is ook dat aandoenlijk clipje van de groep -- vier piepjonge smoeltjes -- die in juli 2011 in The Culture Show uitleggen hoe belachelijk ze het allemaal niet vinden, dat internet en zijn hypes. De vertaling van Captain Subtext luidt: "Mijn God, waar zijn we aan begonnen?"

Het promocircus om debuut Go Tell Fire To The Mountains -- opgenomen in een leegstaande kerk omdat de klank van een echte studio niet beviel -- aan de man te brengen is op dat moment volop aan de gang. Frontman Ellery Roberts neemt de gelegenheid te baat om een paar van zijn hersenspinsels uit te leggen, want in dat jonge hoofd zitten te veel ideeën voor één mens. De gezegendheid van de kindertijd komt opnieuw ter sprake in Les Inrockuptibles. "Ik stel me tevreden met het soort van rollenspel waarin je als kind vlucht: alles wat het volwassen leven je later zal verbieden. Ik speel de zanger. Daarvoor moet ik overschrijden wat ik ben: een kleine blanke Engelsman uit de middenklasse. De muziek, de films, de boeken waar ik van hou, verwijderen me van wie ik door geboorte ben. Dat herken ik ook in de personages van J.D. Salinger; die extreme mix van euforie en melancholie."

Zoals dat gaat met opgroeien, blijft dat wonderlijke ontdekkingsgevoel ook bij Wu Lyf niet hangen. Nu de mist is opgetrokken, en de groep naar buiten komt, met zelfs een echte tournee, blijkt het ook maar een rockgroepje als een ander. Live bleek de realiteit niet helemaal opgewassen tegen de mythe en her en der werden al eerste afvalligen gesignaleerd die riepen dat de groep ook maar gewoon "Lad rock" bracht; dieper kan een belediging onder Britse hipsters in 2012 niet zijn. Dat het ook in de groep rommelt, blijft ongeweten. Tot die ene ochtend, en die ene post.

"You don't have to live this life / You know you ain't got nothing but time"

"Wu Lyf is dood voor mij. De eerlijkheid van Go Tell Fire ging verloren in de bullshit die het vraagt om je gezicht niet te verliezen in de wereld waarin we leven. Klap in je handjes, aapje: iedereen kijkt. Een jaar verspild aan je geloof verliezen; met verloren onschuld zien open ogen helder in het duister." Het is geen afscheid, dat Roberts in de nacht van 23 op 24 november 2012 online post, maar een tirade. Wu Lyf is voor hem uitgelopen op een ontgoocheling, en dus moet het maar stoppen, met het "T.R.I.U.M.P.H." waaruit deze lyric komt.

"We hadden de groep helemaal op ons eentje uitgebouwd. Zonder platenfirma of iets anders. We hadden gezorgd dat we vrij waren, maar toen kwam het moment waarop ik me afvroeg wat die vrijheid betekende als we ze niet gebruikten. Dat deden we niet. We hadden iets moois gestart, maar uiteindelijk bleken we toch niet meer dan een simpel rockbandje dat de platgetreden paden bewandelde." Aldus Ellery in de lente van 2015. Elders vulde hij aan: "Heel die periode van succes was een spiraal van ontgoocheling. Ik was twintig jaar en deed alles waar ik van droomde sinds ik met muziek was begonnen. En toch deed het me hol voelen. Ik voelde me geïnspireerd door alles wat er in de wereld gebeurde, door de maatschappij waarin we leefden, en wilde daar op een heel jeugdige manier iets mee doen dat een verandering kon betekenen. En hoe meer ik daar in kon opgaan, hoe meer ik begreep hoe absurd en naïef ik was." En

Het was een conditio sine qua non voor Wu Lyf dat alles in eigen handen werd gehouden: de concerten, de promotie, de plaatrelease. En het verhaal dat daarbij hoorde. Net dat bleek uiteindelijk de grote spelbreker. "Het trok de aandacht weg van de muziek," concludeerde McClung achteraf, "dat gevoel dat we meer moesten doen dan de muziek, terwijl net dat eigenlijk het enige is dat we wilden doen. Ik denk net dat je je energie in maar één ding tegelijk kunt steken, anders doe je iets halfslachtig. En het hele idee dat wij een bewuste mediastrategie hadden, was gewoon lachwekkend. Er was geen plan. We waren gewoon tieners. Die journalisten die achteraf alle puntjes met elkaar konden verbinden mochten van geluk spreken dat er samenhang was."

"Natuurlijk is het achteraf bekeken een heel egoïstische zet van me geweest", zucht Ellery nu over zijn moord op Wu Lyf. "Daardoor draaide alles om mij, terwijl het groter dan mij was. Het ging om ons vier. Ik heb altijd het gevoel gehad dat er twee versies waren van onze groep: die vier gasten uit Noord-Manchester die muziek maakten, en ik die onze online-community onderhield. Ik wilde gewoon iets creëren, maar later las ik over wat Genesis P-Orridge van Pyschic TV had gedaan met Thee Temple ov Psychick Youth, en begreep ik dat zij begin jaren tachtig alles hadden gedaan wat ik wilde bereiken. De Lucifer Youth Foundation bestond al, besefte ik, en had die naam niet nodig. Het maakte niet meer uit. Wat me is bijgebleven is die directe band die ik bij optredens met mensen voelde. Het lichamelijke van optreden en de catharsis die ontstond door onze songs voor een publiek te zingen, was ongelofelijk. Die tijdelijke communicatie met anderen is het puurste wat muziek kan opleveren."

Wu Lyf versplinterde. McClung ging solo als Francis Lung, de rest van de band minus Ellery werd Los Porcos. En Ellery? Die vond de liefde, begon met haar de band LUH - Lost Under Heaven, en probeert daarmee nog altijd een beetje de wereld te veranderen. In september 2016, meer dan een jaar geleden, tweette Wu Lyf nog eens "Soon". Niet veel later werd het bericht alweer verwijderd. Een band die in mysterie begon, kan niet anders dan de mythe in leven houden.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Wu Lyf