Banner

Column : Rooting Interest

Anti

Toon Waroux - foto's: Philty Pedro - 06 maart 2018

Elke maand schrijft onze correspondent Toon Waroux over muziek met wortels.

De antifolkbeweging ontstond aanvankelijk eind jaren zestig in New York toen jonge singer-songwriters/buskers merkten dat ze niet aan de bak kwamen in de folkclubs, omdat men hen te experimenteel en te weinig folky vond. Daarop besloot ene Lach zijn eigen club te openen in de Lower East Side. Dit gebeurde met een minifestivalletje dat toevallig samenviel met het vermaarde New York Folk Festival, waarop hij zijn evenement al grappend The New York Antifolk Festival noemde. En aldus had de beweging een naam.

Amerikaanse antifolk kenmerkt zich door een grote drang naar experimenteren, maar vaak middels het klassieke folkinstrumentarium zoals akoestische gitaren, violen, autoharpen en banjo’s. Die worden dan vaak aangevuld met elektrische gitaren (al dan niet met een rits effectenpedalen) en later ook drumcomputers, samplers en loopstations. De bekendste exponent van deze beweging is ongetwijfeld Beck. Ongeacht zijn eclectische bokkensprongen, komt die toch regelmatig terug naar zijn muzikale roots. Ook de akoestische punk van de Violent Femmes, ontstaan toen ze als buskers speelden in de straten van Milwaukee, is eigenlijk een vorm van antifolk.

Al wat meer in de marge, maar vaak aanleunend bij deze beweging, zijn lo-fi projecten zoals Folk Implosion en Moldy Peaches. En dan heb je nog een aantal outsiders zoals de heren Dowbowl en Daniel Johnson. Op het eerste gehoor lijken deze voorbeelden niet zo heel erg op elkaar, maar de aanpak van het vermengen van folk, experiment en de streetwise D.I.Y. punk attitude zijn wel hetzelfde.

In Engeland is er sinds de eeuwwisseling een gelijkaardige beweging ontstaan. In Londen kregen beginnende singer-songwriters het alsmaar moeilijker om nog aan optredens te geraken. In gerenommeerde clubs is het zelfs zo erg dat muzikanten moeten betalen om te mogen optreden. (Hoeveel zotter moet het nog worden?) Ook daar waren er jonge ondernemende geesten die een parallel circuit opstartten. Anders dan in de VS was er in Engeland echter ook een socio-politiek aspect aan verbonden. De nieuwe generatie rootsmuzikanten wilde ook breken met de geschiedenis van links activisme die sinds Ewan McColl (u wellicht bekend van “Dirty Old Town” of “The First Time I Ever Saw Your Face”) gangbaar was in de Britse folkwereld. Deze jonge generatie was daarom niet meteen rechts te noemen, maar wilde gewoon muziek spelen omwille van het plezier en verder niets.

De Engelse antifolkscene is echter heel wat obscuurder dan de New Yorkse. Zo zijn er van deze beweging zijn vooralsnog geen grote namen te noemen, al zijn Kate Nash en Regina Spector wel in dat circuit begonnen. De echte antifolk acts die nog wat faam hebben vergaard zijn groepen als Sergeant Buzfuz en het solowerk Dan Treacy, al is die natuurlijk wel bekender van zijn postpunk met Television Personalities.

In eigen land is er geen echt expliciet omschreven antifolkbeweging. Wel zijn er een aantal jonge singer-songwriters die aanleunen bij Amerikaanse en Britse exponenten van deze stijl. De meest in het oog springende daarvan is wellicht de prettig gestoorde Nele Needs A Holiday, toen die ten tijde van haar debuut album het merendeel van haar liedjes op de ukelele schreef. En verder heb je ook de in Antwerpen neergestreken Nederlandse Ramona Verkerk en de Gentse bard Wim Toucour. De eerste speelt met het vreemde instrumentarium (cello, gesmolten plastic varken en muziekdoosjes bijvoorbeeld) en aparte songstructuren, de laatste vermengt kleinkunst met zuiderse invloeden en beiden hebben een hoog DIY gehalte. Ook hier zijn de resultaten dus heel divers, maar ze ademen wel eenzelfde vrolijke, ongedwongen sfeer uit.

Bij onze staatszender heeft het concept Anti Folk een geheel eigen betekenis. Daar heeft men folk naar de nacht verbannen, tenzij het oude klassiekers zijn zoals Steeleye Span’s All Around My Hat of iets van The Pogues. De rijpere jeugd onder u zal zich evenwel herinneren dat er ooit verschillende radioprogramma’s waren waarin folk, roots en ethno ruimschoots aan bod kwamen. Regelmatig werd er zelfs de cross over gemaakt naar de rest van de programmatie. En dat had dan weer tot gevolg dat de festivals die zich op deze stijlen concentreerden een groot en divers publiek bereikten. Maar een of andere verlichte geest aan het roer heeft daar resoluut een streep onder getrokken. Openbare omroepen dienen nu ook de wetten van de economie te volgen en braafjes eenheidsworst te draaien. En dat is jammer, want met de huidige normen voor de dagprogrammatie zou een groep als Laïs nooit doorgebroken zijn naar een breder publiek. En zo had Lach de antifolk niét bedoeld.

E-mailadres Afdrukken