Banner

Summer Bummer 25-26 augustus 2018

Springen in het duister

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 17 augustus 2018

Festivals, ze worden inwisselbaar. Ze willen doorgaans iets bieden aan de meerwaardezoeker (een term die intussen compleet uitgehold werd), maar ook meesurfen op de nieuwste hausse. Ze willen avontuurlijk zijn, maar ook niet té. Ze willen een graadmeter zijn, maar vervullen zelden een voortrekkersrol. Ze halen in huis waarvan bewezen is dat het werkt en gaan vervolgens prat op een gewaagde programmatie. Kortom: ze beweren de vinger aan de pols te houden, maar willen niemand voor het hoofd stoten en spelen bijgevolg veel te vaak op veilig. Dat het ook anders kan, dat bewijst Sound In Motion voor de derde keer met Summer Bummer, een tweedaagse voor de avontuurlijke muziekliefhebber die zich graag laat verrassen.

Voor een keer krijg je ook eens niet te maken met een festival dat alsmaar groter wil worden. Nu ja, dat zou ook wel eens te maken kunnen hebben met budgettaire redenen, maar van water bij de wijn is hier geen sprake. Kreeg je bij de editie van 2014 nog een relatief grote naam als Earth als headliner, dan pakte de editie van 2017 uit met iconen uit de elektronische muziek (Wolfgang Voigt/GAS), improvisatie (Peter Brötzmann) en experimentele muziek (Oren Ambarchi), en lapte er vervolgens een parcours bij dat voerde langs potige freejazz, ijzige soundsculpturen, drones en gitaardeconstructies. Dat kan al eens mislopen en zelden kom je iemand tegen die gecharmeerd was door de volledige affiche (die hardnekkige improfanaten moeten natuurlijk wat kunnen morren als er een verdwaalde melodie of synthstoot opduikt), maar je krijgt er muziek voor de kiezen die je anders nooit te horen zou krijgen en doet er met wat geluk een (muzikale) liefde voor het leven op.

Nommos, elektronica, bricolage, experiment

Ook dit jaar staat er geen artiest op de affiche voor hordes gillende tieners, en evenmin voor zij die jaarlijks zweren bij het Cactus Festival. Het wordt ongetwijfeld wél een sprong in het duister. Wat bijvoorbeeld met Craig Leon? Rockfanaten kennen hem als producer van de eerste Ramones én de eerste Blondie én de eerste Suicide. Sommigen weten ook dat hij zich de voorbije twee decennia vooral op de klassieke muziek geworpen heeft. Maar de man komt niet naar Antwerpen om smeuïge verhalen te vertellen over Joey Ramone, Debbie Harry of Alan Vega, maar om een uitvoering te brengen van zijn cultplaat Nommos uit 1981. Die verscheen op John Faheys Takoma-label, maar er valt in de verste verte geen gitaar of folk te bekennen. Geïnspireerd door studiomogelijkheden en vroege elektronica ging Leon zich te buiten aan een compleet wereldvreemde trip die affiniteit had met minimale muziek, industrial, nier-Westerse muziek en gesjeesde Kosmische elektronica-experiment. Leon komt de plaat samen met Cassell Webb onder handen nemen.

Het is niet de enige keer dat er muziek vanuit de elektronische avant-garde te horen zal zijn, want met Philipp Quehenberger treedt er een van de sleutelspelers van de Oostenrijkse scene aan. Zijn idee van elektronica stuitert werkelijk alle kanten uit en veegt de vloer aan met beeld van de klinische knopjesdraaier. Hij is in staat tot cerebrale abstractie, maar maakt er net zo graag een opwindende smeerboel van, met driftig om zich heen schoppende beats en klanken die eindeloos door de mangel gehaald worden. De man treedt trouwens twee keer aan: de eerste dag solo, de tweede dag met drummer Didi Kern. Die maakte vroeger al grote sier met cultbands als Fuckhead en BulBul, en is de laatste jaren vooral in de weer met internationaal georiënteerde improvisatoren als Ken Vandermark en Mats Gustafsson. De recent verschenen Quehenberger/Kern-collaboratie LINZ is een regelrechte uppercut en belooft het beste. Of toch iets met veel zweet.

Meer dwarse toestanden met de Antwerpse kunstpaus Dennis Tyfus. Die vond enkele jaren geleden al een metgezel in saxofoniste Mette Rasmussen, die zich niet enkel tot een van de meest gelauwerde nieuwe stemmen op het impro-platform ontwikkelde, maar ook de favoriete saxofoniste werd van o.m. Cocaine Piss én Godspeed You! Black Emperor. Samen vormen ze het duo Bazuinschal (geen idee hoe het klinkt als Rasmussen het uitspreekt), waarmee ze een soort van elektroakoestische koortsdroom-annex-klanklabo in elkaar steken. Op zich al intrigerend, maar doe daar nog eens jazz- en improvisatieveteraan Joe McPhee bij, een man die ook niet vies is van een onverwacht experiment, en het zou wel iets bijzonders kunnen worden. McPhee wordt later dit jaar trouwens 79, maar moet zowat de meest krasse knar van zijn generatie zijn. We zagen hem vorige maand op het Konfrontationenfestival nog vier dagen rondlopen als een twintiger die vermoeidheid overwint met een combinatie van Red Bull en adrenaline. Zijn onverminderde creativiteit werd onlangs trouwens nog beloond met een nieuwe prijs die uitgerekend wordt voor bijzondere verdiensten binnen de geïmproviseerde muziek. Trakteer hem op een pintje of, nog beter, een single malt.

Een andere lokale vertegenwoordiger is Gerard Herman, de man van 1001 disciplines. Die bracht een jaar of acht geleden al een tape uit op het Kraak-label met de Duitse Limpe Fuchs. Zij is al decennialang een spilfiguur binnen de experimentele Duitse muziek, is in de weer met zelfgebouwde instrumenten en duikt regelmatig op naast de groten van de vrije muziek. Nu herneemt ze haar samenwerking met Herman, en dat in de Sint-Joriskerk. Hoe dat gaat klinken? We durven er, echt waar, geen geld op verwedden. Op dag twee is ze van de partij om een paar workshops te geven rond “…the internal voice of the instruments and the surroundings and how to develop natural rhythms in order to communicate in a musical way”. Doe er uw voordeel mee.

Een ander buitenbeentje wordt ongetwijfeld het duoconcert van Sanskriti Shrestha en Andreas Wildhagen. Zij is een gerenommeerde vertegenwoordiger van de Nepalese tablacultuur en slaagt er in om elementen uit die specifieke achtergrond naadloos te laten samenvloeien met Westerse improvisatie, wat zorgt voor een markant geluid. Wildhagen is drummer bij o.m. de Large Unit van Paal-Nilssen Love, het Jonas Cambien Trio en het Lana Trio en is zoals we zelf al konden vaststellen een van die figuren die in een dichtbevolkte wereld toch een heel eigen stijl ontwikkeld heeft. De combinatie van de twee gaat vuurwerk opleveren. Of op z’n minst toch een speciaal trance-vlammetje. Afwachten.

The free thing

De rest van het programma heeft op de een of andere manier raakpunten met vrije muziek of (free-)jazz, maar het zou een grove fout zijn om de artiesten allemaal over één kam te scheren, want er gaapt en gigantische afstand tussen enkele van de artiesten. De Belgische volkseer wordt hoog gehouden door Kreis, G a b b r o 4 en M(h)ysteria. Die eerste is het trio van accordeonist Stan Maris (zoon van), bassist Kobe Boon (o.a. Steiger) en saxofonist Benjamin Hermans (Wanjina met Boon en nog een resem projecten). Een tijd geleden zagen we hen erg fraaie dingen doen op het raakvlak tussen minimalisme, folk, improvisatie en filmmuziek, en dat was voor ze de studio in trokken. We mogen dus een band verwachten die zijn sound intussen nog verder verfijnde.

G a b b r o is het baritonsaxduo van Marc De Maeseneer en Hanne De Backer, die een ijzersterke plaat afleverden bij El Negocito Records. Zij worden nu uitgebreid tot een kwartet – G a b b r o 4 – met de Oostenrijks-Noorse stemkunstenares Agnes Hvizdalek en elektrisch bassist Raphael Malfliet. Die laatste ontpopte zich de voorbije paar jaar tot een van de opvallendste stemmen van zijn generatie. Een combinatie die de sound van het basisduo ongetwijfeld in een iets andere richting zal sturen. Benieuwd! En tenslotte is er M(h)ysteria van Giovanni Di Domenico, Laurens Smet en Jakob Warmebol. We stelen even onze eigen woorden: “…een wereld van krakende en pulserende golven van nervositeit, een voortdurend van vorm veranderende geluidsmassa met een soms woeste energie, en opjuttende spanning. Als vrij geïmproviseerde muziek al vaak wordt beschuldigd van elitarisme en intellectualisme, dan is deze weerbarstige brok lijfelijkheid een ideaal tegengif.” Dat moet u meemaken. Toch?

En zo belanden we bij de buitenlandse gasten. Uit het zuiden van Europa komen tenorsaxofonist Rodrigo Amado (o.a. Motion Trio en zijn kwartet met Joe McPhee, Kent Kessler en Chris Corsano) en bassist Gonçalo Almeida (Lama, Albatre, …), twee voortrekkers van een golf Portugese improvisatoren die steeds nadrukkelijker van zich laat horen. Samen met drummer Marco Franco maakten de twee het verbluffende The Attic (No Business), een intense, pakkende freejazzplaat die bij het beste van 2017 hoorde. Voor dit concert wordt Franco vervangen door Onno Govaert (o.a. Cactus Truck), die over het vermogen beschikt om in geen tijd zijn plaats te vinden. Dat wordt er eentje voor het puntje van de stoel. De Britse pianist Alexander Hawkins, nog zo’n muzikale veelvraat die op geen stijl vast te pinnen is, is al jaren een graag geziene gast in Nederland en zal spelen met twee blazers die tot het allerbeste van die scene behoren. Kornettist Eric Boeren (een paar maanden geleden nog ijzersterk met zijn 4tet) was er ook in 2017 bij, en krijgt nog eens gezelschap van Tobias Delius, lid van een van de sterkte blazerssecties van deze planeet (in het ICP Orchestra), maar ook daarnaast een buitengewoon boeiend muzikant. Dit gaat iets bijzonders worden, daar kan u van op aan.

Nu de Brexit nog geen feit is snelsnel nog een stel kleppers over laten komen, moet de organisatie gedacht hebben, en het zijn niet de minste. Met The Founder Effect staat een band op het podium die enkele zwaargewichten van de Britse improvisatie bij elkaar brengt. Wat anders te denken van drummer Steve Noble, een van de meest veelzijdige (en hardkloppende!) rammelaars van het moment? Zet daar nog eens gitarist John Coxon (o.a. Spring Heel Jack), de op veel manieren imposante pianist Pat Thomas en saxofonist/decibelkanon Alan Wilkinson bij, en er staat een gevaarlijk explosief recept klaar. Mooie bonus is de aanwezigheid van J. Spaceman (Jason Pierce, voorman van Spiritualized en Spaceman 3), die de joker van het ensemble wordt. Die oordopjes zullen vermoedelijk van pas komen.

En dan is er daartussen nog het Amerikaans-Europese verbond van Christoph Erb (rieten), Jim Baker (toetsen) en Frank Rosaly (percussie). Erb is een Zwitser die jaren geleden zo veel vrienden maakte in Chicago dat hij daar intussen nog altijd de vruchten van plukt. Hij blijft bezig met platen opnemen met het kruim van the Windy City, en dat levert steevast straffe muziek op die behendig en eigenzinnig de genreconventies ontwijkt. Met Baker, een vaste waarde die zeer zelden in Europa te zien is (het wordt alleszins onze eerste keer) en de naar Amsterdam verkaste Frank Rosaly leidde het alleszins tot bijzondere resultaten op Don’t Buy Him A Parrot (Hatology) en zotte broertje Parrots Paradise (Veto), dus dat komt wel goed.

Zo, we hadden meer dan 1.700 woorden nodig om het allemaal een beetje uit de doeken te doen, en nog zal het niet volstaan om u voor te bereiden. Trouwens: er zijn ook nog de platenstandjes, muziekfilms en de intussen al legendarische zelfgemaakte kost. Een zomer om af te sluiten in schoonheid. Doen!

Summer Bummer: 25 en 26 augustus in DE Studio. Meer info en tickets op de website.

E-mailadres Afdrukken