Banner

Column

Twintig jaar ‘OK Computer’: een geschiedvervalsing

Maarten Langhendries - 28 juni 2017

Hebt u een broertje dood aan mensen die alles wat Radiohead vóór OK Computer uitbracht kapot relativeren? Fans die je meewarig aanstaren wanneer je hen zegt dat je "Creep" wel nog kan appreciëren als meezingmoment, om er vervolgens "allé dan" achteraan te mompelen? Fans die nadrukkelijk met de ogen rollen wanneer ze hier horen beweren dat The Bends de beste plaat van Oxford’s finest is en die in een online-kramp schieten wanneer Vice het aandurft de relevantie van OK Computer in twijfel te trekken? Ergert u zich aan die mensen?

Wel, ik ben zo’n fan aan wie u zich zo ergert.

Voor u zich begint op te winden: ja, ik kan het uitleggen.

Laat de naam “Radiohead” tussen enkele muziekliefhebbers vallen, en de kans is groot dat na enkele minuten één of meerdere aanwezigen elkaar in de haren vliegen. Met in het ene kamp mensen die te weinig naar de band luisteren, en in het andere kamp mensen die er te véél naar luisteren. Langs de ene kant mensen die het postkapitalistisch doemdenken van die vijf nerds uit Oxford stillaan grondig beu gehoord zijn, en langs de andere kant mensen die er niet genoeg van kunnen krijgen. Maar de echt zwaargewonden? Die vallen meestal bij uit de hand gelopen discussies tussen fans onderling. Meer bepaald tussen zij die vinden dat de groep na OK Computer de draad kwijtraakte en die bij elke nieuwe plaat beginnen te klagen dat Radiohead niet meer weet hoe te rocken “zoals in de jaren negentig”, en zij die vinden dat het vorig jaar verschenen A Moon Shaped Pool niet experimenteel genoeg was. Maar toch lijkt het robbertje vechten over het belang van de gitaar bij Radiohead een beetje een discussie te worden die tot het verleden behoort.

Of beter gezegd: een discussie tussen ménsen uit het verleden. Ik sta er in ieder geval zelf vaak verwonderd naar te kijken. En dat heeft niets te maken met pretentie of een opvoeding gebaseerd op Aphex Twin en Stravinsky (die keer dat mijn ouders het grappig vonden hun kleuter de woorden “Nagorno-Karabach” aan te leren, was wel genoeg qua marteling in die tijd).

Het verhaal van Radiohead begint voor mij gewoon bij OK Computer. Niet omdat Pablo Honey en The Bends per se sléchte platen zijn, maar eerder omdat ze mij, en als ik even rondom me kijk ook veel van mijn leeftijdsgenoten, niet meer aanspreken. Ja, ook voor mij waren “Creep” en The Bends de startpunten om de band te leren kennen. Maar nu leg ik die platen zelden tot nooit meer op: te gedateerd. Natuurlijk blijft “Fake Plastic Trees” ontroeren. En heerst er op “My Iron Lung” al de anarchie die de groep met “Paranoid Android” zou perfectioneren. Maar wees eerlijk en zet de bril van de ninetiesnostalgie even af: hoeveel heeft u nog aan nummers als “Bones”, “Planet Telex” of “The Bends”? Zeker voor iemand die nooit in een houthakkershemd naar MTV Unplugged heeft zitten kijken, meurt het gewoon allemaal net iets te veel naar een tijd waar ik geen enkele voeling mee heb. Het zegt allemaal weinig over mij, en over het hier en nu.

En daarom begint het verhaal van Radiohead voor mij pas echt bij de plaat die dit jaar haar twintigste verjaardag viert. Want OK Computer overstijgt wél de context waarin ze gemaakt is en het is de eerste écht tijdloze plaat van Radiohead. Een plaat die, hoewel ik nog maar net gestopt was met duimzuigen toen ze uitkwam, wél nog iets over mij en de wereld rondom me te vertellen heeft. Omdat de technologische vervreemding waarover de groep toen zong nu nog veel meer om zich heen grijpt dan in 1997. Omdat het de eerste plaat van Radiohead was waarop ze klein en groot verdriet met elkaar wisten te vermengen zoals enkel zij dat kunnen.

In 2000 viel dan de bom die Kid A heet. Het hakblok dat de fanbase van de groep voor altijd in twee verdeelde. Want een gitaarband die plots elektronica begon op te vrijen: dat was hoogverraad. Maar toen ik naar Radiohead begon te luisteren, stonden rock en elektronica al lang niet meer met getrokken messen tegenover elkaar. De tijd dat ravers en rockers elkaar afzeikten, is evenveel voer voor de geschiedenisboeken als Waterloo en de Inquisitie. Het zorgt ervoor dat het Radioheadverhaal vanaf OK Computer voor mij ook logischer aanvoelt dan dat voor fans rond de millenniumwisseling het geval moet geweest zijn, en Kid A lang niet als de onoverkomelijk breuk klinkt die mensen soms van die plaat maken. Integendeel: in OK Computer zitten al veel toespelingen op wat zou volgen, en de twee decennia sinds het verschijnen van de plaat tonen eigenlijk een heel logisch verloop. Jongeren die nu naar Radiohead beginnen te luisteren, zullen niet meer zo van hun sus gaan als ze na “Paranoid Android”, “No Surprises” of “Climbing Up The Wall” geconfronteerd worden met “Idiotique”, “Everything In Its Right Place” en “The National Anthem”. De luxe van de hineininterpretierung? Zeker, maar dat maakt het voor mij als fan niet minder relevant. Dan klinkt de kloof tussen The Bends en OK Computer in mijn oren veel groter. Omdat Radiohead met die laatste plaat stopte met gewoon een rockband, een product van zijn tijd, te zijn en voor heel veel mensen, inclusief mezelf, heel wat meer werd — zowel op muzikaal en tekstueel vlak als op andere vlakken.

Met andere woorden: sorry, het zal aan mij liggen.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Radiohead