Banner

COLUMN: The Shape Of Punk

Dansen zoals in 1977

Karel Geuens - 21 november 2017

Elke maand maakt correspondent Karel Geuens een stand van zaken op van de DIY punkscene in België.

De wereld is om zeep. Maar tussen de massamoorden, schietpartijen, schandalen en autoritaire onkunde door, gaan we rustig verder met ons leven. We zoeken onze toevlucht én een uitlaatklep in dagelijkse bezigheden zoals werken of werk zoeken, koken, tv-kijken, schrijven, muziek beluisteren en dansen. Hoewel er vaak serieuze zaken worden aangekaart in deze column, is de Belgische punkscene wat dat laatste betreft best wel een amusante en aangename omgeving.

Punkrock is een plezierig genre binnen de rock- en popmuziek. De ene artiest gaat daar al wat verder in dan de andere, maar een stijl waarbij de hoofdingrediënten een hoog tempo, simpele melodieën en aanstekelijke teksten zijn, behoort toch zeker tot de categorie “dansen en swingen”. De muziek is niet voor iedereen weggelegd en de manier waarop die voornaamste kenmerken worden ingevuld verschilt natuurlijk stevig van de doordeweekse hippe clubhits, maar als het hoofd (en de heupen) ernaar staan, is de dansvloer de grootste vriend van de punker.

Net als Jan-met-de-pet volbrengt de doordeweekse punker zijn dagelijkse routine en wil hij ’s avonds weleens stevig op de lappen gaan. De Belgische scene voorziet hier perfect in. We hebben een hoop aanstekelijke bands die punkrock brengen op een dansbare en toegankelijke manier. Bands als Bruce uit Aarschot of The Spacelys uit Scherpenheuvel grijpen terug naar aloude popformules en steken die in een leren punkjasje, i.e.: snel, simpel en met een goed refrein. Met de vinger in de lucht en met opgeheven hoofd zingen we luid mee met de tekst, of althans: met de juiste fonetische klanken.

Elke stroming binnen de punksubcultuur brengt een eigen vorm van dansen en swingen met zich mee. Zelfs bij de stevige hardcoremosh is het belangrijkste plezier maken en elkaar respecteren in de pit. Bij optredens van het Antwerpse Cheap Drugs of het Overpeltse Reproach, twee vaste waarden in de hedendaagse Belgisch hardcore- en punkscene, is er altijd een mooi evenwicht tussen ontzettend riskante (vaak dronken) bewegingen maken en elkaar stevig knuffelen.

Zodra het plezier en het respect echter niet meer terug te vinden zijn, behoort het voor mij niet meer tot hardcore of punk. Een kleine à propos: mensen die violent dancing letterlijk nemen, mogen voor mij de hoogste boom in kruipen, net zoals bands die het aanmoedigen. Als iemand in de moshpit zijn of haar innerlijke agressieve idioot kanaliseert, zal die persoon snel terecht worden gewezen en liefst buitenspel worden gezet.

Punk heeft naast het popkarakter ook vaak een stevig kantje. Dat betekent in geen geval dat men dit als dusdanig moet botvieren op omstaanders. Het betekent evenmin dat er niet gewoon gezellig geskankt, gepogood, gewalst, gepletwalst of gejived kan worden. Elk land heeft zo zijn eigen gewoontes, maar ik ben ervan overtuigd dat de Belgische fans tot de meest sfeervolle toeschouwers behoren.

Misschien ligt het aan ons bier. Misschien vertaalt onze geïsoleerde plattelandsmentaliteit zich telkens in uitbundige danspartijen op de tonen die dagelijks in onze (geïsoleerde) woonkamers weerklinken. In elk geval hoor ik vaak van bands dat ze graag terugkomen naar België, of dat ze zich hun shows in België nog levendig kunnen herinneren. En dat verwarmt mijn patriottisch punkrockhart.

Voor een muziekgenre dat vaak gedreven wordt door emotionele impulsen en regelmatig met violent dancing wordt geassocieerd, blijft dat plezierige aspect van uitermate groot belang in de punkscene. In de plaats van het lokale danscafé op te zoeken rijdt men een halfuur naar een onderbezocht podium om zich de benen vanonder het lijf te dansen en de longen uit de borst te kwelen. Zolang er plezier wordt gemaakt op shows, blijven de muzikanten en de promotoren enthousiast en blijft de bal aan het rollen.

E-mailadres Afdrukken