Banner

Column : Rooting Interest

Dansen met tranen in de ogen

Toon Waroux - foto's: Walter Vanden Eynde - 11 oktober 2018

Elke maand schrijft onze correspondent Toon Waroux over muziek met wortels

Het was een heet en vermoeiend festivalweekend geweest. Véél bands gezien op veel verschillende podia, gefeest tot de zon terug op kwam en een paar uur later al terug wakker gestoofd door diezelfde zon in een tent die sprekend op een Indiaanse zweethut leek. En dus lag ik uitgeteld op het West-Vlaamse gras in de grote concerttent het leven te verteren.

Het is op dat soort momenten dat nieuwe muziek het puurst binnenkomt; wanneer je kop leeg is, kan er gemakkelijker iets nieuw bij. En dat is wat er ook gebeurde. Een wonderlijke mengeling van vrolijkheid en melancholie druppelde via een hemelse klarinetmelodie in mijn schedel. Het deed me denken aan Bach, maar ook aan een orkestje van een circus tijdens de act van de clowns. En wat nog het beste van al was: het joeg de kater uit mijn kop. Halverwege het optreden besloot ik toch eens recht te krabbelen om te kijken welk vrolijk jeugdig gezelschap deze muziek maakte. Tot mijn verbazing bleek het een grijzende opa te zijn. Een blik op het programmaboekje leerde me dat het hier om ene Giora Feidman ging. Over de muziekstijl werd er in de Oor popencyclopedie natuurlijk in zeven talen gezwegen, Wikipedia bestond nog niet en veel ander leesvoer vond ik er ook niet over terug, maar gelukkig was ik bevriend met de betreurde Dirk Langhendries, die behalve een groot hart ook een immense platencollectie had en daar zat ook wel wat klezmer tussen. In de jaren negentig mondde dat dan nog uit in het uitwisselen van mixtapes, wat in dit geval een goudmijn aan informatie was. Met elke naam die op die tapes stond, had ik een nieuwe zoekterm voor de computer van de plaatselijke bibliotheek.

Klezmer is een stijl die ontstond in de 19de eeuw in Oost Europa. Joodse muzikanten, Klezmorim genoemd, hadden daar net zoals de zigeuners een uitzonderingsstatuut in het feodale Rusland; zij waren de enigen die zich vrij mochten bewegen in het land en op zelfstandige basis mochten werken. Ze waren de leveranciers van muziek bij begrafenissen, bar mitswa’s en vooral trouwfeesten. Door hun omzwervingen en tewerkstelling bij alle verschillende ethnische groepen, vermengde de Joodse feestmuziek zich met die van de Roma, Turken en allerlei lokale muziektradities. De Klezmorim waren volksmuzikanten, ze werden dus niet beschouwd als erfgoed, maar eerder als amusement en folklore. En omdat deze muziek met het verleden verbonden was en dus deed denken aan de gruwelen van de eerste helft van de 20ste eeuw, werd ze na WO II niet meer gespeeld. Alleen “Hava Nagila” werd nog wel eens als novelty opgevoerd -- een beetje zoals “La Bamba” op onze trouwfeesten.

De betere muzikanten maakten furore in de jazz en de klassieke wereld, waaronder ook Giora Feidman, en op Joodse trouwfeesten werd er gejived zoals overal elders. Op een paar stokoude opa’s na, wist niemand nog hoe die oude stukken gespeeld moesten worden. Maar in de jaren zeventig ontstond er, in navolging van de interesse in oude folk en blues, ook een heropleving van belangstelling voor de Joodse traditie die dan pas “Klezmer” werd gedoopt. Oude opnamen werden van zolders en uit archieven opgediept en jonge muzikanten eigenden zich het repertoire toe. Sindsdien is deze muziektraditie terug heel levendig en vermengt ze zich met allerlei stijlen, van klassieke invloeden, over folk en ethno tot free jazz en avant garde. Van vrolijke dansmuziek tot hermetische geluidsexperimenten. De beweging begon in de VS, maar inmiddels is ze overgewaaid naar zowat overal waar de joden in de diaspora geleefd hebben. En laat Antwerpen daar nu net geen onbelangrijk onderdeel van zijn …

Behalve op het podium van Dranouter was er in de jaren negentig ook Klezmer te ontdekken op het joodse muziekfestival in het Zuiderpershuis. Daar stonden -- tussen veel Amerikanen, Russen, Polen en Israëli’s -- ook een paar Antwerpse muzikanten geprogrammeerd. De bende van Klezmic Noiz maakte daar grote indruk, zowel op het Belgische publiek als op de collega-muzikanten. Ze namen voortreffelijke platen op bij Wild Boar Records en waren dé live sensatie in de Vlaamse folkwereld rond de eeuwwisseling. Helaas werd het momentum niet vastgehouden en bolde het collectief uit de belangstelling weg. “Life’s what’s happening while you’re making other plans”, zei een wijze Beatle ooit.

Maar er is nu goed nieuws: de verbouwingen zijn af, de kinderen al wat groter en de nevencarrières niet meer zo dringend, en dus treedt deze bende sinds een tweetal jaar terug op. Patricia Beyens is er niet meer bij, maar regelmatig wordt er met gastmuzikanten samengewerkt, waardoor elk optreden anders is. Al geruime tijd gaan er geruchten over nieuwe opnamen en dus een nieuwe release, maar voorlopig is er nog geen witte rook uit de Klezmic Noiz schoorsteen gekomen. Voorlopig zal u dus met de spetterende concerten genoegen moeten nemen. En ondertussen beluister ik in mijn sofa nog eens de mixtapes van mijn grote vriend en droom weg naar katers op festivalweides van in een tijd dat de dood nog niet bestond.

E-mailadres Afdrukken