Banner

The Chemical Brothers

Don’t Think

Mattias Baertsoen - 04 april 2012

Dance is hot. Tomorrowland verkoopt in een wip uit, Rock Werchter bouwt een derde podium opdat de Marquee de hele meute dubsteppers zou kunnen ontvangen, en een piepjong duo elektropunkers wint de Rock Rally. Het uitgelezen moment om de scepter opnieuw op te eisen, moeten The Chemical Brothers gedacht hebben bij het uitbrengen van hun eerste dvd.

The Chemical Brothers voorstellen hoeft allang niet meer. Tom Rowlands and Ed Simons gelden immers stilaan als de éminences grises van het dancegebeuren. Twintig jaar geleden brachten zij — samen met The Prodigy, Orbital en Underworld — de beats naar de festivalwei. In tegenstelling tot hun collega’s van weleer zijn de broertjes geen karikatuur van zichzelf geworden, zijn ze steeds aan de top gebleven en hebben ze hierbij altijd hun eigen koers gevaren, zonder zich te laten verleiden tot de trendy geluiden van drum ’n’ bass of dubstep. Don’t Think bevat beelden van hun passage van vorig jaar op het Fuji Rock festival in Niigata (Japan), waar jaarlijks meer dan 100.000 festivalgangers heen trekken. Dat het de heren menens is, bewijzen de indrukwekkende trailer en de website die speciaal voor deze film ontworpen zijn.

Don’t Think is dan ook zoveel meer dan een gratuite concertregistratie. Niet verwonderlijk voor de groep die als eerste doorhad dat dancemuziek — zeker op een groot podium — vraagt om pakkende visuals en zijn baanbrekende clips voor "Let Forever Be" en "Star Guitar" liet regisseren door niemand minder dan Michel Gondry. Sinds het nummer "Don’t Think" — een afdankertje van de sessies voor het laatste album Further — werd opgepikt door Darren Aronofsky voor zijn Black Swan, groeide het idee om zelf met een eigen film naar buiten te komen. Zo zit tussen de concertbeelden het verhaal verwikkeld van een Japanse nachtbraakster die zweeft tussen realiteit en vervreemding. Ergens tussen Black Swan en Lost in Translation, zeg maar.

Tijdens "Get Yourself High" duikt de clown uit de clip van "Galvanize" voor de eerste maal op, om van dan af aan als rode draad doorheen de prent te figureren. Dit alles wordt doorspekt met beelden uit de Japanse straten, waarbij bepaalde elementen uit de visuals tot leven komen, zoals de robot uit "It Doesn’t Matter" of de insecten van "Setting Sun". Verder focust Don’t Think op de individuele gewaarwording van de concertgangers, met close-ups van hun euforische gezichten. Op die manier zit je er helemaal in, terwijl het geluid loepzuiver is. Dat de beleving maximaal is, bewees het publiek tijdens de voorvertoningen, dat spontaan begon te dansen in de cinemazaal.

Nochtans is de nummerkeuze van Don’t Think allesbehalve voorspelbaar. Dit is geen Greatest Hits, zo komen er van "Galvanize" enkel wat stemflarden voorbij, en is er noch voor "Song To The Siren" noch voor "Let Forever Be" plaats op de setlist. Het tweetal heeft de hits blijkbaar niet nodig. Want uiteraard gaan de handen in de lucht bij "Block Rockin’ Beats", het psychedelische "Swoon" wordt evenzeer onthaald als een ware hymne. Ook "Saturate", van op het matig onthaalde We Are The Night, blijkt live een ware bom die switcht tussen minimaal en maximaal, inclusief prachtige lava-explosies op de schermen. "Another World" wordt dan weer vertimmerd tot een dansbare vorm van shoegaze-funk, waarbij de bakken ruis van het lcd-scherm naar beneden vallen.

Wij herinneren ons hoe The Chemical Brothers een Rock Werchter of vijf geleden afsloten. Het regende pijpenstelen, maar zelden voelden we zoveel energie en warmte van op het podium afdalen. Eenzelfde euforisch gevoel maakt zich meester van ons na het bekijken van Don’t Think. Alle jonge honden ten spijt, maar wat betreft entertainment moet dit duo tot op vandaag enkel Daft Punk achter zich laten. En gezien de fransozen hun piramideshow nooit op dvd uitbrachten, is dit veruit het beste wat je kan vinden.

E-mailadres Afdrukken