Banner

Ping Pong Tactics

“We komen recht uit de stront”

Lennert Hoedaert - 25 november 2014

Wie kent hen nog, de drie Meetjeslandse wildebrassen van Ping Pong Tactics, die in 2011 werden bejubeld voor hun debuutplaat en voor wie Stubru de term lawaaipop bedacht? Drie jaar later zijn ze plots terug met Lembeke - The Singles. Een ode aan hun heimat? Welnee. Het antwoord vindt u ergens in onderstaand gesprek over pannenkoeken van den Aldi, bouletten en veel meer lekkers.

Een nazomervrijdag in Gent. Wanneer Bert Huyghe, zanger-bassist van Ping Pong Tactics bij ons aanschuift op een terrasje, lijkt hij het tegenovergestelde van de gekscherende frontman die we zagen tekeer gaan tijdens het release-optreden in de Vooruit. “Ik heb een raar dagje achter de rug,” klinkt het. Maar zodra gitarist Thomas Huyghe en drummer Dries Dauwe zich bij ons voegen voor het exclusieve interview en de pinten op tafel komen, is de knop gauw omgedraaid voor een bacchanaal waarbij er lustig van de hak op de tak wordt gesprongen en de sappige oneliners als paddenstoelen uit de grond schieten.

Geen promodagen voor een van de bekendste trio’s uit het Meetjesland. “We zijn begonnen als een DIY-band en dat blijft zo omdat de band een persoonlijk project is. Voor ons debuut hebben we wel wat promo gedaan, maar nu wilden we het weer anders aanpakken. Met Smoke & Dust als label en onze boeker Franky (Roels, lh) vormen we een hechte familie. DIY is ook bewust werken met de mensen die je graag hebt,” legt Bert uit. “Het is niet dat we bewust alles in eigen handen willen houden. Ik moest zelfs eerst opzoeken wat DIY wilde zeggen,” lacht Thomas. “Ik ben belezen. Ik heb dat niet eens moeten opzoeken!” Dries Dauwe, zeg maar Dauwe, weet wel beter.

enola: Zijn jullie echt zo romantisch begonnen als jullie Facebookpagina laat uitschijnen? Ik las dat Ping Pong Tactics is opgericht om een uitweg te bieden voor de saaiheid van het dorpje Lembeke, waar jullie opgroeiden.
Dauwe: “Dat is toch meestal zo? Als je jong bent, wil je je zo noncomformistisch mogelijk gedragen.”

enola: Konden jullie dan jullie energie niet kwijt in de lokale Chiro?
Bert: “Het probleem is dat er in de Chiro alleen maar lelijke, dikke wijven zitten. Door op een podium te staan, waren we onaantastbare rockers. Al die meisjes wilden ons daten, maar we konden ten minste ’s avonds terug naar bed gaan met het zaligste gevoel dat er bestaat: iedereen wil iets, maar je hebt het hen niet gegeven.”
Dries: “Bij de Chiro ben je deel van de vleeshoop. Je voelt je een droge boulet.”

enola: Die pannenkoek op de platenhoes ziet er anders wel super lekker uit. Dan zou ik ook toegankelijke muziek verwachten.
Bert: “Die pannenkoek komt uit zo’n pakje van de Aldi. Zo eten we ze het liefst.”
Dries: “Soms moet je niet veel achter iets zoeken. We hebben die pannenkoek gewoon goed belicht zodat die er zeer lekker uitziet.”
Thomas “Dat geldt toch ook voor onze muziek? Het ziet er lekker uit, maar als je ruikt, is het al veel minder.”
Bert: “De hoes ziet er clean uit en die wordt door een plastiek samengehouden met de plaat. Maar als je die verwijdert, valt alles uit elkaar. Zo zitten we ook als band in elkaar. Je denkt dat het allemaal gepolijst gaat klinken, maar als je naar een concert komt kijken, krijg je iets hele-maal anders te horen.”

enola: In de Vooruit was Ping Pong Tactics inderdaad een zootje ongeregeld.
Thomas: “Ik denk dat we live heel egoïstisch zijn. We willen ons gewoon amuseren.”
Bert: “We weten dat we de studio-opnames, waar we lang aan gewerkt hebben, toch niet kunnen evenaren. Daarom doen we iets helemaal anders, iets waar we op dat moment goesting in hebben. Dan kunnen we wel eens een gitaar in het publiek gooien of dingen vergeten te spelen. We hebben vroeger wel eens strakker gespeeld, maar toen dwaalden we.”
Dries: (onderbreekt) “Aan het repeteren en zo...”
Bert: “Nu repeteren we nooit meer en worden onze shows steeds beter. Op die manier heb je echt nog goesting om je gitaar vast te nemen en de nummers te schreeuwen. Als je tien keer per maand repeteert, heb je toch geen zin meer om op een podium te staan? Als je tien keer masturbeert, heb je ook geen zin meer om met je vrouw naar bed te gaan.”
Dries: “Als je tien keer met je vrouw naar bed gaat, heb je ook geen zin meer om…” (iedereen strijk)

enola: Dan zouden jullie eigenlijk ook nooit lang kunnen toeren?
Dries: “Elke dag een ander optreden, dat is weer iets anders. Dat is als elke dag een an-dere vrouw…”
Bert: “We hebben al wat kleine tournees gedaan en zijn daar trots op. Dat was telkens maar vier of vijf shows. We willen ook niet te lang weg zijn van huis. Elke dag op de grond slapenis ook ons ding niet. Maar toch is spelen in een crappy jeugdhuis in Frankrijk tien keer leuker dan in een gelijkaardig jeugdhuis in Vlaanderen.”
Thomas: “Ons concentratievermogen is niet goed genoeg om constant te spelen.”
Bert: “Om even terug te komen op je vorige vraag: we hebben ook al shows gespeeld waarbij we minder buiten de lijntjes kleurden, zoals onlangs in Luik, waar we ’s middags in een living speelden. Daar ga je de boel niet afbreken. We hebben trager gespeeld, maar met dezelfde energie als anders. In de Vooruit werden we opgezweept door het publiek. Omdat we zoveel energie hadden, liep het een en ander verkeerd op het podium. We hebben ooit een show gespeeld in een café in Nantes. Maar omdat de cafébaas blijkbaar Belgen haatte en er veel technische problemen waren, hebben we ook zo’n show zoals in de Vooruit gespeeld.”

enola: Hebben jullie dan geen schrik van slechte recensies?
Bert: “Wij lezen geen recensies! We willen dat de mensen zelf nadenken.”
Thomas: “Als ik naar optredens of festivals ging, kwam mijn mening nooit overeen met die van recensenten.”
Bert: “Het hangt ook weer af van de omstandigheden: ik heb gedronken op een show en ik vind de band heel goed. Iemand anders heeft op hetzelfde moment problemen met zijn lief en vindt het minder goed. Pas op: het is leuk als mensen iets lovend schrijven over Ping Pong Tactics, maar ik ga het niet delen op Facebook.”
Thomas: (richt zich tot Bert) “Je zou dat wel doen!”
Bert: Een interview wel, maar een recensie niet. Wat ben je daarmee? Ons ma zou het leuk vinden, mijn lief en Dauwe zijn lief.”
Thomas: “Als het een goeie is, ga je ze delen.”
Bert: “Ik heb dat nu nog niet gedaan hoor.”
Thomas: “Maar er zijn nog geen recensies! Ik heb er toch nog geen gezien..”

enola: Heren, moeten we het niet eens over pop hebben? Ik denk dat jullie immers wel een vorm van pop spelen, niet?
Bert: “We proberen pop te spelen en luisteren daar ook naar. We steken dat niet weg, in tegenstelling tot andere bands. Ik kijk vooral op naar The Smiths, eigenlijk naar alles uit de eighties. (toont op iPhone) Ik heb onlangs Lust For Youth en Lil Ugly Mane ontdekt. En ook een Belgische groep: JFJ.”
Thomas: “Mijn favoriete band op dit moment is Cloud Nothings. Live spelen ze er ook vol-ledig naast. Voor de rest luister ik ook naar veel naar shoegaze, maar dat heeft weinig met de mu-ziek van Ping Pong Tactics te maken.”
Dries: (toont bewijzen op iPhone) “Ik heb Bon Jovi, Clouseau, Foreigner, en Bonnie Tyler staan. Maar zoals bij Bert is ook mijn muzieksmaak van weinig belang. Ik speel gewoon boem-tak.”
Bert: “De muziek die ik goed vind, kan ik toch niet maken. Ik geniet gewoon als toeschouwer. Mijn artistiek ei kan ik kwijt in de schilderkunst.”

enola: Is de titel van de plaat een ode aan Lembeke?
Bert: “Ik voel hier een kop komen! Neen, het is gewoon een zeer objectieve titel. We heb-ben nu allemaal werk en wonen in Gent. Ons repetitiekot in Lembeke staat leeg. Voor veel mensen lijkt de afstand niet groot. Maar wij komen wel recht uit de stront.”
Dries: “Ik vergelijk de titel graag met een schouderklopje uit medelijden, zonder positieve of negatieve gevoelens.”
Bert: “Onze titels bestaan ook meestal maar uit een woord en hebben niets met de teksten van het nummer te maken. Ze geven een bepaald gevoel weer, maar ze vertellen niet echt een verhaal. Je kan gerust zelf iets verzinnen. En we willen ook geen titels à la “Wings Of Hapiness part 2”.”

enola: Was het een bewuste keuze om met iets minder bekende namen samen te wer-ken? Pieter-Jan Delesie (Superlijm) en Floris De Decker (Team William) doen iets minder een belletje rinkelen dan Pascal Deweze (Sukilove).
Thomas: “Het maak niet uit met wie je samenwerkt, iedereen wordt toch tijdens de opna-mes tot de puurste mens herleid. Pas op, we kijken nog altijd op naar die mannen. Maar het was een perfecte samenwerking.”
Bert: “Nogmaals: bij ons is de persoonlijke band het belangrijkste. Bij Pieter-Jan namen we maar om de paar maanden één nummer op. Dat doe je toch niet zomaar? We wisten heel lang niet wat we wilden en zijn dan maar singles beginnen op te nemen. Trouwens, Pieter-Jan en Floris zijn ook helemaal weg van eighties pop. En terwijl ze bepaalde nummers misschien anders zouden hebben aangepakt, lieten ze ons gewoon verder spelen. De studio was een beetje een speel-tuin.”
Dries: “Pieter-Jan was als een goede moeder met een warme boezem die haar kinderen gewoon liet begaan.”
Bert: “Telkens we bij hem waren, hebben we Quick gegeten! En terwijl Thomas (de voor-naamste songschrijver, lh) alles aan het inspelen was, keken Dries en ik maar in het Grote Bor-stenboek. Toch zijn we ook met een deel van de eer gaan lopen..” (en er wordt nog een rondje pinten besteld)

E-mailadres Afdrukken