Banner

Django Django

''Niemand van ons hangt vast aan zijn instrument''

Matthieu Van Steenkiste - 07 februari 2018

Leek Django Django met doorbraaksingle "Default" nog een gimmick, dan laat Marble Skies een gerodeerde band horen die hier is om te blijven. Op hun derde album verkent het Schotse kwartet de grenzen van hun geluid. "Er is maar één ding dat telt: de song, niet de muzikant", klinkt het bij gitarist Vinny Nef en bassist Jimmy Dixon.

enola: Album nummer drie, hoe voelde dat?
Vinny Nef (gitaar/zang): "Als een leeg blad. Je debuut is altijd het resultaat van tien jaar aanloop, je tweede album die van tijd bij elkaar schrapen tussen het touren door en proberen toch het goeie van die eerste opnieuw te bereiken. Voor deze plaat hadden we echter het gevoel dat we niets meer te bewijzen hadden. Een goeie positie, want dan konden we gewoon zien waar we uitkwamen."
"Ik denk dat de songs op Born Under Saturn, onze vorige plaat, erg goed waren, maar wat van de sfeer van ons debuut misten. Nu hebben we geprobeerd om die beide elementen samen te krijgen: de goeie stukken van de tweede houden, en die op dezelfde manier verwerken als we op ons debuut deden. We hadden ondertussen onze eigen studio gebouwd, dus we konden in alle vrijheid sleutelen en knutselen tot het goed zat."

enola: En toch begonnen jullie met Dave Maclean, jullie drummer en bandleider, buiten te gooien.
Nef: (lacht) "Dave is geen grote fan van jammen, want het moet vooruitgaan voor hem. Als wij dan eindeloos zitten te klooien, om al spelend op iets te stuiten, zit hem dat niet lekker. Dus besloten we dat met Anna Prior, de drumster van Metronomy te doen. Dat was interessant, werken met iemand die helemaal losstond van de band. Tien dagen lang hebben we gespeeld, alsof we een schetsboek vol ideeën maakten waar we dan later tekeningen uit konden halen. We stuurden Dave thuis in Schotland voortdurend muziek, waar hij dan mee aan de slag ging, terwijl wij in Londen ook verder werkten aan bepaalde andere nummers. Op die manier waren er twee creatieve stromen tegelijk. Dat werkte erg goed: wij konden ons verdiepen in iets, er blijven aan sleuren, waar Dave dat anders meteen opzij zou hebben geschoven en aan iets anders was begonnen, maar hij kon ook blijven werken op zijn manier."

enola: Heb je zo dingen ontdekt die je op de vorige platen niet vond?
Nef: "Dat denk ik wel. Ik vond de refreinen op ons debuut wel degelijk, maar de strofes waren vaak aanstekelijker. Dus zijn we voor onze tweede gaan trekken en sleuren zodat alles een goed refrein had, waardoor het al eens geforceerd werd. Ik denk dat we nu het beste van beide werelden hebben overgehouden."

enola: Mij lijkt het ook een elektronischer album te zijn geworden.
Jimmy Dixon: "Niet echt, eigenlijk. Wat mij betreft hebben de toetsenpartijen deze keer veel meer ruimte gelaten voor gitaar- of baslijnen, zelfs al voelt de plaat alsof er veel synths op staan."
Nef: "Da's omdat Tommy, onze toetsenist, al om acht uur naar de studio komt en wij pas om elf. Hij heeft drie uur om lagen toetsen toe te voegen, en dan kunnen wij alleen maar vaststellen dat er weinig ruimte voor gitaar is. (lacht) Ach, gitaar is zo'n geladen instrument, met heel die rock-'n-rollgeschiedenis in zijn nek. Het interesseert ons niet om van die typische licks te spelen, wij vragen ons enkel af wat de beste melodie is voor een nummer, en dan zien we wel van welk instrument die afkomstig is."

enola: Op “Surface To Air” flirten jullie ook met clubmuziek. Hoe kwam dat bovendrijven?
Dixon: "Tommy had een sample uit een nummer van Tonny CD Kelly, een dancehall-artiest uit de jaren negentig, gebruikt, en zo kregen we muziek waar je eerder jongeren op kunt zien dansen. Leek ons wel leuk, om ons publiek iets onverwachts te serveren, maar we vonden er geen goeie Django Django-zanglijn op. Jimmy en ik zingen immers meestal een soort harmonie, maar dat werkte hier niet. Dave voelde dat we iets anders nodig hadden, zat net in de studio met Rebecca Taylor (Slow Club, red), en vroeg haar dan maar om het nummer in te zingen. De melodie leek sowieso beter geschikt voor een vrouwenstem. Het maakt ons niets uit dat wij niet zingen: als wij het gemaakt hebben is het een Django Django-nummer, meer vereisten zijn er niet."
Nef: " Ik heb toch even getwijfeld of het een goed idee was, maar nadat ik veel naar “Surface To Air” geluisterd had, was ik overtuigd. Ik heb geleerd dat ik dat moet doen. Er waren op Born Under Saturn ook dingen die ik eerst echt niet goed vond, maar gaandeweg de beste stukken van de plaat vond. Ik ben gestopt met snel te oordelen."

enola: Zou je meer met gastvocalisten willen werken, zoals Massive Attack?
Nef: "Eigenlijk wel. We zijn massive, euh, grote fans van Massive Attack. En het is altijd interessant om nieuwe texturen en geluiden uit te testen. Het mag geen verplichting worden om op elk album een paar tracks met gasten te hebben, maar het is absoluut fijn om eens andere gezichten in de studio te zien."

enola: Je vindt het niet erg om de microfoon te moeten laten?
Dixon: "Da's net het leuke aan deze band, dat niemand op dat vlak gevoelig is. Vinnie heeft bijvoorbeeld behoorlijk wat baslijnen op de plaat ingespeeld, terwijl ik gitaar speelde … Iemand anders kan op je instrument vaak iets bedenken dat jij niet kon, da's net het mooie. Niemand hangt vast aan zijn instrument bij ons."

enola: Django Django is een zuivere democratie?
Nef: (proest) "Een communistische gemeenschap!"
Dixon: "Het kan een democratie zijn, maar soms ook een flinke dictatuur. Het hangt er gewoon van af."
Nef: "Dave kan soms freaken, want we nemen alles op dezelfde computer op, waar wij dan onze stukken toevoegen. Zeker Tommy doet dat uitgebreid, en dan wordt Dave gek omdat hij niet meer kan zien wat nu veranderd is en wat er al stond. Dan gaat hij er dus opnieuw mee aan de slag, en kun je maar hopen dat hij de goeie stukken behoudt."
Dixon: Ben je dagen bezig om iets op te nemen, komt Dave binnen die dat niet herkent, en het wist. Great, mag je het opnieuw inspelen. (lacht) Ach, het is goed dat er toch één iemand is die het eindoverzicht probeert te behouden. Hij is onze filter, en zolang hij herkent wat werkt in een nummer, blijft het zo."

enola: Zou je nog eens met een externe producer kunnen werken?
Dixon: "Dat was geen succes op Born Under Saturn. Je kunt het alleen maar doen als Dave alles uit handen geeft, en toen was dat niet het geval, waardoor niemand echt meer controle had: hij niet, maar ook onze producer niet. Die plaat voelt dan ook als een compromis."
Nef: "We waren een schip zonder kapitein. Het probleem is dat Dave zo zijn eigenaardige manier van werken heeft. Neem nu de drums: die bouwt hij soms op uit één fragment uit een jam, dat hij dan samplet en dingen aan toevoegt. Hele ritmes bestaan uit rare geluiden. Dat is eigenlijk al productie; het schrijven en het producen lopen bij ons door elkaar. Als we al met een producer zouden werken, zou het iemand die vanuit zijn slaapkamer werkt moeten zijn, geen grote, bekende naam, want het schrijven is meteen ook het opnemen."

enola: Vinnie, Django Django begon met jou en Dave. Hoe is de dynamiek veranderd door de komst van de andere bandleden?
Nef: "Oei, beetje vervelende vraag, hé." (lacht)
Dixon: "Ach neen. Het is even zoeken geweest, toen het ik, Vinnie en Tommy werden die aan de tweede plaat begonnen te schrijven. Zeker toen Dave een stapje terugzette uit het schrijfproces, en wij dat veel meer op ons moesten nemen. Tegen dat we deze plaat begonnen op te nemen hadden we allemaal onze plek wel gevonden. Ondertussen weten we echter wel hoe we iedereen zijn ruimte moeten geven. Je leert wat iedereen zijn ding is, en dan valt alles wel op zijn plaats."

enola: Zie je al welke richting het van hier kan uitgaan?
Nef: "Misschien zou het goed zijn om de boel nog eens om te gooien, en bijvoorbeeld een uitgekleed, akoestische plaat te maken. Of een soundtrack. Ach, geen idee nog. Het fijne is de wetenschap dat het net alle kanten op kan. Niets moet."

E-mailadres Afdrukken