Banner

MDCIII

"Noem het gezond verzet tegen een opgelegde traditie''

Matthieu Van Steenkiste - 26 september 2018

Bij Nordmann had hij de rock al een nieuwe dosis jazz ingeblazen, maar saxofonist Mattias De Craene is niet van plan het bij die ene verwezenlijking te laten. Met MDCIII doet het voor het eerst echt helemaal zijn eigen ding. Dreamhatcher, het debuut van dat trio, laat iemand horen die in alle vrijheid nieuwe jazzwegen verkent.

enola: Het woelige, op twee drummers drijvende MDCIII kun je het tegendeel van Nordmann noemen, waar de drums zich net als enige aan de klassieke poppatronen houden.
Mattias De Craene: "Dat is zo, maar wat je in gang steekt, evolueert nu eenmaal. Nordmann klonk in het begin helemaal anders dan waar we uitgekomen zijn, en ook MDCIII is ondertussen niet meer wat we waren toen we afgelopen lente op Record Store Day een nummer met Sylvie Kreusch uitbrachten. En het volgende wat ik doe zal ongetwijfeld wéér anders zijn."

enola: Maar dus: een eigen project was nodig?
De Craene: "Eigenlijk wel. Sowieso vind ik het altijd aangenaam om eens met andere mensen in contact te komen, en een nieuwe equipe op te starten. En nu Nordmann op de rails staat, was er ruimte voor. Ik was op een punt gekomen dat ik de nood voelde om fantasierijke, filmische muziek te gaan maken, zoals John Lurie dat voor Jim Jarmusch deed. Zijn band, The National Orchestra, werd een rechtstreekse inspiratiebron voor dit project. Hij gebruikt drums, percussie en sax, ik begon in dezelfde sfeer te zoeken en eindigde met twee drummers. Het moest de sfeer krijgen van films als Apocalypse Now en Down By Law, zo'n zweterige, dromerige junglevibe. Ik koos onlangs 'Calvaire' toen ik een film mocht vertonen in de Gentse Sphinx Cinéma. Het was al even geleden dat ik die zelf nog eens gezien had, maar het werd me opnieuw wat duidelijker waar de muziek van MDCIII vandaan komt: ik wil er een soort psychotische toestand als in die films mee evoceren."
enola: 'Ik wil hiermee kwade geesten oproepen', zei je zelfs.
De Craene: (lacht) Niet echt, natuurlijk, maar live probeer ik toch in hogere sferen te raken. Onlangs kreeg ik van een vriendin échte wierook aangereikt, die gebruikt wordt voor rituele praktijken, geen geparfumeerde brol, en die hebben we ook aangestoken. op het podium, experimenteren met geur doet iets, en ik heb dat soort dingen nodig, ik vind dat prettig. Ik probeer altijd een setting te creëren, ook door met rook te spelen, waar ik graag in speel. Want ik moet in mijn hoofd een bepaalde vibe krijgen om alles op de juiste manier naar het publiek vertaald te krijgen."

enola: Je zoekt trance?
De Craene: "Ja, zeker dat. Het is iets meditatiefs: je bewustzijn van je ademhaling, en je lijnen zolang uitspelen als je adem toestaat. Dat doe ik thuis ook vaak: inademen en spelen tot het op is. Als je dat een paar minuten volhoudt zit je meteen in een andere sfeer. En dat soort dingen probeer ik nu van thuis door te trekken naar het podium. Bij Nordmann kan ik zoiets niet bereiken, is het minder begeesterend. Daar voel ik wel een soort dankbaarheid als alles goed zit, maar bij MDCIII is de trance zwaarder. Daar kan ik echt loskomen van mezelf. Er zit veel improvisatie in hé. Driekwart van wat we live spelen is ter plekke bedacht. En dan is het ook aan jezelf om de boel om te smijten. Dan vraag ik me af of we nu echt vastzitten in een patroon, met dit trio. En dan doe ik dat ook: alles omver gooien."
enola: Heb je dan nog wel een nummer, als zoveel ter plekke ontstaat?
De Craene: "Toch wel. Er blijft toch altijd een afgebakende structuur over, iets als twee breaks die vastliggen, en er is natuurlijk altijd een begin dat min of meer bepaald is. En soms is iets gewoon een groove, en dan zien we wel waar we uitkomen. We werken ook zonder vooraf vastgelegde setlist, overigens: als iemand een bepaald nummer voelt, kan hij dat inzetten. Dat houdt het ook wel spannend."

enola: Zoek je ook in je leven naar spiritualiteit?
De Craene: "Nog niet zo lang, maar: ja. De zinloosheid van het leven heeft me altijd gestoord. Dat idee kan ik niet aan, zelfs al geloof ik niet in God of andere. Geboren worden en sterven en wat tussenin gebeurt is nutteloos? Gaat niet. En dus denk ik dat er wel iets zit in het idee dat we allemaal bestaan uit een bundel energie. Je voelt intuïtief bij wie je je goed voelt en bij wie niet. En als dat in ons zit, wil dat zeggen dat dat er ook uitkomt als we hier weggaan, en herverdeeld wordt, of op een andere plek terechtkomt – reïncarnatie of zo. En dan denk ik dat het van belang is om zoveel mogelijk goeie vibes op te sparen, zodat je die kan loslaten bij je dood en ze zich kunnen nestelen in een nieuw wezen? Of zo."
enola: Dat is wel heel spiritueel.
De Craene: "Ja. Maar misschien ben ik ook gewoon maar onzin aan het uitslaan. Het is in elk geval een piste die ik toch even wil bewandelen. En daar past MDCIII in, maar daar draait het niet alleen om. We zijn geen spiritueel trio. Voor de anderen kan het gerust iets anders betekenen. Het is gewoon wat mij op dit moment bezig houdt. De band is mijn idee en concept, maar daar stopt het. Zowel Simon als Lennert geven evenveel input, dus het is een groep. Ik zou niet willen dat het overkomt als een egotrip."

enola: Ook Dijf Sanders speelt een rol in MDCIII. Kun je die omschrijven?
De Craene: "Hij is zowat het vierde, onzichtbare bandlid. Want je kunt wel zelf opnames maken voor een plaat, het blijft dan wel superbelangrijk dat het juist gemixt wordt. Wat voor MDCIII wél goed werkt live, werkt niet zo zeer op plaat, merkten we. Het was een onderzoek om te vinden hoe we ze op plaat goed konden doen klinken. En daar bleek Dijf de juiste persoon voor. Hij neemt risico's, en dat hebben we nodig. Sinds ik die eerste keer met onze demo's naar hem ben getrokken zitten we in een constante wisselwerking. We praten over muziek, gaan naar die van MDCII, en weer terug naar iets anders, en zo zijn we een klankbord voor elkaar. Hij heeft bij momenten redelijk ingrijpende dingen gedaan met de opnames. Live moeten we dat dan anders opvangen, en dat is ok."

enola: Je sluit Dreamhatcher af met een cover van kleinkunstenaar Wim De Craenes "Harry". Vond je het belangrijk om je overleden oom te eren?
De Craene: "Het leek me wel een leuk idee. Sowieso speel ik al even met de gedachte om later meer met zijn muziek te doen, maar los daarvan vond ik "Harry" altijd al een fijn nummer. Toen ik op mijn fluitje dat riedeltje speelde, dat perfect bij het nummer paste, bedacht ik dat het wel leuk zou zijn als Bobby, een oudere Ierse toogfilosoof uit mijn stamcafé, met zijn diepe stem de tekst zou brengen. Alles kwam samen. "

enola: Jij hebt Wim nooit gekend, vermoed ik.
De Craene: "Neen. Ik was drie toen hij gestorven is, maar ben natuurlijk wel opgegroeid met zijn muziek. Los van alle tristesse die thuis rond zijn muziek hing, was er ook voldoende ruimte voor gezonde trots daarover. Ik vind zijn liedjes oprecht mooi, en voel me op één of andere manier ook wel verbonden met hem. Hij moet veel meegemaakt hebben in zijn leven, veel drank en drugs ook; veel miserie, maar ook veel romantiek. Ik vraag me wel vaak af hoe zijn leven precies moet zijn geweest. "
enola: Ik kan me voorstellen dat je vader zich zorgen maakten toen jij net als zijn broer de muziek in wilde dan.
De Craene: "Net niet! Mijn grootouders hebben de keuze van Wim nooit gesteund, maar hij was rebels genoeg om daar tegen in te gaan. Toen hij als kleine jonge een fiets kreeg, is hij die meteen gaan inruilen voor een gitaar. Waarop hij het natuurlijk mocht aftrappen. Ik denk dat mijn ouders net het omgekeerde hebben willen doen. Ze hebben mij altijd heel erg gesteund in wat ik doe. "

enola: MDCIII is een zoveelste loot aan de boom van de nieuwe Belgische Jazz. Wat is daar aan het Gentse conservatorium toch gebeurd dat daar plots zo'n golf van vernieuwing een experiment door is geslagen?
De Craene: "Dat heb ik me zelf al vaak afgevraagd, want het is en blijft toch een vrij conservatieve opleiding, zonder dat per sé als negatief af te schilderen. (blaast) Ik heb het er altijd moeilijk gehad dat die Amerikaanse jazz van de jaren vijftig-zestig op school de norm was, daarom ben ik net die andere kant uitgegaan, maar of dat ook opgaat voor anderen, die met dit soort muziek bezig zijn, weet ik niet. Ik had een leerkracht die het ook niet begreep hoe iedereen die het moeilijk had met de lessen – en dat ging zeker ook voor mij op –een hype werd eenmaal hij afgestudeerd was. Ach, noem het een gezond verzet tegen een traditie die ons werd opgelegd, maar niet van ons is. En dan stelde ik me maar de vraag: wat is nu eigenlijk van ons? Geen idee, maar wel een zekere vorm van absurdisme, denk ik, zoals vaker in Belgische kunst? Misschien is het gewoon zoeken naar een identiteit in deze woelige, overbevolkte wereld. Dat en natuurlijk ook het feit dat er podia en organisatoren zijn die ons nu ook een podium willen bieden. Want er is altijd en overal wel coole shit te vinden, maar het moet natuurlijk een kans krijgen. Maar wat ook is: vroeger was er meer budget, dus vond je werk als jazzmuzikant en zocht je niet verder. Nu is het echt ploeteren, en dus maakt het niet uit wat je doet. Dat geeft vrijheid om het op je eigen manier te doen."

enola: Is jazz ook niet gewoon een vreemd genre? Geen muziekstroming die zich meer op vrijheid beroept, maar tegelijk duizenden regeltjes huldigt.
De Craene: "Absoluut. Je bent aan erg veel gebonden. Je moet al naar freejazz luisteren om absolute vrijheid te horen. Het blijft een vreemde scene, kijk naar Coltrane die na Giant Steps bij Om uitkwam; daar moest hij ook veel weerstand voor overwinnen. Ik verbind jazz voornamelijk met vrijheid, maar toch ook veel met elitair purisme en regels. Welcome to jazz club? Ja, dat sfeertje hangt er soms nog, al denk ik dat we dat toch eindelijk achter ons aan het laten zijn.

enola: Dankzij jullie.
De Craene: "Dat weet ik niet. Vooral toch dankzij de programmators, denk ik. Iedereen heeft zijn aandeel. Maar deze generatie bestaat. Benieuwd wat er nog komen gaat."

enola: Zelf broed je ondertussen alweer op iets nieuws, een project met Siegfried Burroughs van Onmens?
De Craene: "Dat is het volgende ja. We willen vijfenveertig minuten muziek – nummers en melodieën van ons -- door een componist voor symfonisch orkest laten arrangeren. Dat willen we opnemen op beeld en geluid, en daarmee gaan optreden: wij die daar dus samen overheen improviseren. Waarschijnlijk gaan we Dijf en Jaak De Digitale, met wie we vaak werken voor beelden, daar nog eens over laten gaan."

enola: En toch blijft heel die experimentele muziekscene een kleine wereld, dus je moet wel naar het buitenland, niet?
De Craene: "Ja, en zelfs al zit er in de jazzscene meer geld dan in de rock, het blijft moeilijk om de grens over te raken. Het vraagt behoorlijk wat oppotten om buitenlandse concerten te bekostigen, want die zijn bijna altijd verlieslatend."
enola: Hoe reageert men over de grenzen op jullie vooruitstrevende insteek?
De Craene: "Cool. In Nederland en Duitsland is men zeer te vinden voor Nordmann. Onlangs kwam er nog iemand naar ons die vond dat wij heel erg Belgisch klinken. Dat vond ik wel een compliment. Blij dat het niet Vlaams klinkt. (lacht) Je merkt dat men zich op buitenlandse jazzevenementen ook afvraagt wat er bij ons aan de hand is dat ze elk jaar boeiende nieuwe groepen van bij ons leren kennen. Je haalt ze er uit, de Belgen in het buitenland. Want verzet tegen de gevestigde orde heb je in elk land, maar dat specifieke absurdisme dat hebben enkel zij. Natuurlijk zijn die bands erg ernstig bezig, maar toch hangt er ook altijd iets speels."
enola: Zit dat ook in MDCIII?
De Craene: "Neen. Er is echt niets grappigs aan ons."
enola: Waarvan akte. Bedankt voor het gesprek.

E-mailadres Afdrukken
Tags: MDCIII