Banner

SHHT

''De zoektocht van Shht: oprechte schoonheid combineren met zelfrelativering en humor''

Freek Lauwers - 15 november 2018

Het zijn spannende tijden voor de jonge honden van Shht. Hun langverwachte debuutalbum Love Love Love ligt sinds kort eindelijk in de platenwinkels en wordt alom met loftuitingen overladen. En hun concertagenda is goed gevuld – zo gaan ze binnenkort touren in Spanje. Tijd voor een gesprek.

Dat interview voelt een beetje aan als een van hun nu al legendarische concerten bijwonen of hun dijk van een nieuwe plaat beluisteren: erg opwindend en entertainend, maar ook een chaotisch bombardement voor de zintuigen. De bandleden onderbreken mekaar om de haverklap en vullen moeiteloos elkaars gedachten aan. Het voelt soms aan alsof je een nest kuikens probeert te tellen. Gelukkig hebben ze hun vriend, vaste fotograaf, mascotte en knuffelbodyguard William Massy meegebracht, die af en toe wat rust in de chaos weet te brengen. Hoe hebben ze de opnames van Love Love Love aangepakt en zijn ze zelf eigenlijk tevreden over hun debuutplaat?

Wouter Van Asselbergh (drum): “We hebben alles zelf gedaan, van het begin tot het einde. Alles is ook mooi verdeeld: iedereen schrijft nummers en werkt mee aan de mix. Het is echt een collectief geheel.”
Nathan Ysebaert (gitaar): “Er is niet één iemand die heel de tijd aan de computer zit. Zo heeft Wouter ook gitaar gespeeld op het album. En ik heb ergens toetsen ingespeeld. En soms is het ook niet Michiel die de leadzang doet.”
Van Asselbergh: “Het is echt een gezamenlijk ding. Studio is een totaal ander metier dan live spelen. We moesten op zoek naar een manier om wat we live spelen op de plaat juist te krijgen. Ik geloof dat we daar toch op zijn minst deels in geslaagd zijn.”
Ysebaert: “We zijn er alleszins tevreden over.”
Van Asselbergh: “Daarom hebben we er anderhalf jaar intensief aan gewerkt. Om die dynamiek te proberen vatten. Het liep allemaal door mekaar. (denkt na) In “Profit” zit ook een ander nummer verwerkt: een hard rocknummer, vrij rechttoe rechtaan. Ik wou de melodie van de strofes in dat nummer gebruiken, maar ik was er niet meer van overtuigd dat het een rocknummer moest zijn. En dan hebben we daar een sferisch …”
Ysebaert: “Een soort van droomsequentie …”
Van Asselbergh: “… een akoestisch moment van gemaakt. Dat is dus een voorbeeld van hoe iets kan veranderen in de studio, tijdens het opnameproces.”

enola: Zien jullie Shht dan meer als studio- of liveband?
Ysebaert: “Als liveband. Maar nu het album er is, gaat dat misschien wel veranderen. Iedereen kent ons van onze liveshows. Als er over ons gesproken wordt, is het altijd daarover.”
Van Asselbergh: “Het is misschien een eerste stap daar naartoe. (denkt na) Een moeilijke vraag. We studeren bijna allemaal muziekproductie, maar tegelijkertijd - toch in mijn geval - ben ik het liefst livemuzikant. Dat is veel uitdagender en je krijgt er meer van terug.”

enola: Er zit veel humor in jullie muziek. Dat is weinigen gegeven.
Ysebaert: “Zappa!”

enola: Ween misschien ook.
Van Asselbergh: “En Mr. Oizo. Dat zijn drie projecten die er goed in slagen.”
Ysebaert: ”We willen wel geen comedyband zijn.”
Van Asselbergh: “Dat is Zappa ook niet, hé. En Ween of Mr. Oizo ook niet. Het mag nooit de bovenhand krijgen. (denkt na) Het komt door de maatschappij waarin we leven. Stel je voor dat je vijf jaar geleden in een coma was beland en vandaag wakker wordt. Het valt toch niet meer uit te leggen wat er allemaal aan het gebeuren is.”

enola: Op het vlak van politiek, bedoel je?
Ysebaert: “De polarisering in alle facetten van de maatschappij.”
Van Asselbergh: “Ja voilà. Wij kunnen daar alleen mee omgaan door er met een relativerende of ironische blik naar te kijken. Automatisch worden onze teksten dan grappig. En het vertaalt zich in de klanken die we gebruiken. Maar we schrijven nooit met opzet nummers die grappig zijn.”

enola: Hoe maken jullie nummers?
Michiel Randsome (zang): “Meestal komt iemand met een demo en dan werken we dat samen uit.”
enola: Dus jullie versterken mekaar en dagen mekaar uit?
Van Asselbergh: “Exact. Synergie. Dat is, denk ik, het gemeenschappelijke. Ik weet het niet, zijn we erg verschillend of vrij gelijkaardig?”
Randsome: “Beide.”
enola: En wat zijn de types in de band dan? Ze zeggen dat toch altijd: er zit een filosoof in de band.
Ysebaert: “Dat is Mathijs.”
enola: En een exhibitionist.
Ysebaert: “Ook Mathijs.” (lacht)
Randsome: “We zijn eigenlijk vijf grote ego’s bij mekaar, behalve Mathijs. Die leidt alles in goede banen.”
enola: Wie is dan de dromer, wie is de doener? Wie staat er met zijn voeten op de grond?
Van Asselbergh: “Michiel is wat meer de dromer. En ik ben wat rationeler.”
Ysebaert: “Michiel heeft een groter je m’en fous-gehalte.”
enola: Geen slechte eigenschap voor een zanger.
William Massy (vaste fotograaf): “En met Nathan moet je afspreken als je iets in orde wil krijgen.”
Ysebaert: “We hebben eigenlijk een schijnmanager. Dat is diegene die we betalen. (lacht)”
Van Asselbergh: “Je moet inderdaad bij Nathan zijn om iets geregeld te krijgen. Zoals vandaag, nu onze plaat uitkomt. Die moet verspreid worden en er moet op Facebook iets over verschijnen. Zo’n dingen, daar is hij een kei in.”
Ysebaert: “De praktische dingen. Vroeger deed Fabio, onze vorige bassist, dat. En Wouter en ik ook wel een beetje. Maar Fabio is uit de band gestapt en ik heb dat wat overgenomen.”
Van Asselbergh: “Nathan kan de boodschap die we met de band uitdragen vertalen naar de leestekens op het scherm. Dat is echt wel een gave.”

enola:Wat vindt Fabio van de plaat?
Ysebaert: “Hij is trots. Hij schreef nog mee aan de plaat. Dus het is ook een beetje zijn kind. We hebben dat nog niet vaak gezegd in interviews en soms voel ik me daar een beetje vervelend bij. Het komt vaak niet ter sprake, we vergeten dat gewoon.”

enola: In hoeverre liggen jullie optredens vooraf vast en hoeveel ruimte is er voor improvisatie?
Randsome: “Gisteren hebben we veel geïmproviseerd.”
Ysebaert: “We zijn in een loop terechtgekomen. We zaten in een stuk van een nummer ...”
Randsome: “En ineens kwamen we terug bij een stuk waar we eerder al geweest waren.”
Ysebaert: “We hadden even schrik. Zo van: hoe gaan we hier nu uit geraken?”
Randsome: “Een déjà-vugevoel, maar we moeten dat uitbuiten. Onderzoeken hoe dat kan.”
Van Asselbergh: “We zijn vrijer dan we denken, maar minder vrij dan we hopen.”
Ysebaert: “Michiel is nog het meest vrij tijdens optredens. Hij kan variëren en doen wat er in hem opkomt.”
Van Asselbergh: “Maar wij ook steeds meer, hoor.”
Ysebaert: “Ja, wij kunnen hem daarin volgen als we dat aanvoelen.”
Van Asselbergh: “En dat is ook het doel, maar je mag het technische kunnen dat je moet hebben om als muzikant echt vrij te zijn niet onderschatten. Dat is echt ongelofelijk. Ik merk wel dat het naarmate we ons instrument meer beheersen, makkelijker wordt. Muziek werkt ook in een soort van formule. Het gaat altijd per vier.”
Randsome: “In de westerse popmuziek, maar we hebben ook nummers in negen.”
Ysebaert: “We studeren muziek en we spreiden dat graag tentoon. (lacht) Mathijs is eigenlijk de enige die zich niet houdt aan toonaarden en buiten de lijntjes gaat.”

enola: Over autotune. Het valt echt op hoe jullie daarmee spelen.
Randsome: “Ja, maar dat is niet spelen, dat is echt uit noodzaak.”
enola: Omdat je technisch gezien niet zo’n goede zanger bent?
Randsome: “We zingen gewoon zo vals als een kat.” (algemene hilariteit)
Van Asselbergh: “Nee serieus, we vinden dat een supercoole sound.”
enola: Het is een beetje gekeerd, maar een jaar of vijf geleden was het nog completely not done.
Ysebaert: “Het kon wel, maar niet in rockmuziek. En daarom vonden wij het net zo interessant.”
Van Asselbergh: “Het is een creatief effect. We vinden het fijn om de glitch ervan te benutten en houden van het specifiek timbre dat je daardoor krijgt.”
Ysebaert: “Het is eigenlijk HardTune.”
Randsome: “Het kwam toevallig. Mathijs kwam met dat raar stemmetje af, en dat werkte. En nu hangen we eraan vast.”
Van Asselbergh: “Het geeft ons een palet waar we mee kunnen spelen. Je kan daarmee van smurfgeluiden tot echt demonisch gaan. Het is fijn om zo met stemmen te spelen. En die samenzang geeft iets speciaals. Maar op papier krijg je dat aan niemand verkocht. Als je begint over een rockband met autotune, dan zegt iedereen: “Daar gaan we zeker niet naar luisteren.””
enola: Er zijn toch meer en meer rockmuzikanten die het beginnen te gebruiken? Op de laatste plaat van Stephen Malkmus staat bijvoorbeeld een nummer met autotune. (“Rattler”, nvdr)
Van Asselbergh: “Serieus? Stephen Malkmus?”
Ysebaert: “Dat ga ik wel eens checken dan. Want ik vind Malkmus wel goed.”
Van Asselbergh: “Het komt ook wel door Kanye West.”

enola: Ja, vertel eens waarom jullie Kanye West zo goed vinden. Hij heeft toch een beetje het imago van een foute kerel.
Van Asselbergh: “Zijn kijk op muziek is grenzeloos. Neem Yeezus: dat album is tien jaar na datum nog altijd lichtjaren voor op de rest. Hij weet perfect uit te kiezen wat de meest relevante artiesten van het moment zijn. Hij maakt samen met Justin Vernon van Bon Iver, Gesaffelstein en Daft Punk heel erg vooruitstrevende muziek.”
Ysebaert: “Wat ik echt ongelofelijk vind aan Kanye, is dat hij voor honderd procent zijn zin doet. Altijd. Hij gaat zelfs bewust op zoek naar manieren om mensen tegen de schenen te schoppen. Ook dat ding met Trump, ik weet wel zeker dat hij dat bewust uitspeelt in de media.”
Randsome: “Die muziek is ook zo goed geproduceerd, de nummers klinken zo goed.”
Van Asselbergh: “Heel leeg en minimalistisch ook.”

enola: Waar dromen jullie van als band?
Ysebaert: “Wouter en ik keken onlangs nog eens naar Part of the Weekend Never Dies, de film van Soulwax. Dat lijkt me het hoogste haalbare voor een Belgische band qua artistiek en creatief niveau: overal in de wereld kunnen spelen. Waanzin gewoon.”
Van Asselbergh: “Het parcours van een gemiddelde Belgische band interesseert ons niet. Creatief vrij zijn en wereldwijd een publiek vinden dat daarmee resoneert: dat is wat we willen.”
Ysebaert: “We moeten realistisch zijn. Als Belgische band is het nog altijd niet vanzelfsprekend. We gaan hard moeten werken om internationaal succesvol te zijn.”
Randsome:The sky is the limit. We kunnen alles doen. We willen ons eigen werk remixen en live spelen zoals Soulwax. Een theatershow maken, performance, dans en een film. We zijn supergrote fan van Anyway The Wind Blows, de film van Tom Barman. En van Quentin Dupieux (Mr. Oizo, nvdr)”
Van Asselbergh: “Bij muziek heb je alleen het auditieve aspect om emotie op te wekken.”

enola: Jullie lopen duidelijk over van de ideeën.
Van Asselbergh: “Ze realiseren is nog een ander paar mouwen, natuurlijk.”
Randsome: “Er zijn ook mensen die niet zo snel met ideeën afkomen. We zijn op dat vlak wel blessed. Dat we ons daar gewoon al mee mogen bezighouden, is fijn. We zijn dus vooral dankbaar.”
enola: Hoe komen jullie dan in de juiste state of mind?
Randsome: “Het is puur amusement. Dat gaat redelijk spontaan.”
Van Asselbergh: “Er is geen ritueel om in the zone te geraken. Op een dag sta je op en voel je: vandaag zou er wel eens iets kunnen komen. En andere dagen weet je meteen: ik ga afwassen of stofzuigen, want het wordt niets vandaag.”
Randsome: “Het heeft er nu weinig mee te maken, maar Wim Hof – wereldrecordhouder adem inhouden en onder de ijskappen zwemmen – kent een ademhalingstechniek die we soms gebruiken.”
Ysebaert: “The Iceman. Hij geeft zichzelf daarbij een overdosis zuurstof, waardoor hij superlang zonder lucht kan en koude kan trotseren. We gebruiken die methode soms voor optredens.”
Randsome: “En het werkt.”

enola: Zijn jullie al bezig met nieuwe nummers?
Ysebaert: “Ja, we spelen de nummers op de plaat al een tijdje. En we hebben het gevoel dat het nodig is om nieuwe nummers te spelen. We spelen nu net twee nieuwe songs live en je merkt dat het verfrissend werkt.”
Randsome: (zingt) “Morning coffee/ Evening Wine/ Yesterday was great/ Today I’m fine”

enola: Wie schrijft eigenlijk jullie teksten? Ben jij dat Michiel?
Randsome: “Er is geen hiërarchie. Iedereen draagt bij aan de teksten. We zijn een democratie.”
Van Asselbergh: “Een synergetische coöperatieve.”
Ysebaert: “We hebben een horizontale structuur in ons bedrijf. En de manager zit in een schommelstoel.” (lacht)
Randsome: “We zijn wel tevreden over de teksten.”
Ysebaert: “Je merkt dat veel mensen ze beginnen meezingen.”
Van Asselbergh: “Wat we vervelend vinden, is dat mensen er automatisch vanuit gaan dat de teksten niet veel betekenen. Dat het allemaal maar een mop is. Maar we denken er hard over na en ze hebben echt betekenis. We hopen dat het vanzelf duidelijk zal worden, maar we zitten met dat imago.”
Randsome: “Dat is dé zoektocht van Shht. Oprechte schoonheid combineren met zelfrelativering en humor. De grens zoeken tussen entertainment en kunst.”

enola: Nog een laatste vraag: in “Profit” zit een telefoongesprek verwerkt.

Ysebaert: “Dat zijn William en zijn papa.”
Massy: “We zaten in de opnamestudio en hij belde. Hij is ziek en kreeg vorig jaar te horen dat hij nog drie weken zou leven. Ik was helemaal in paniek, maar we zijn nu achttien maanden verder en hij leeft nog altijd. De dokters staan voor een raadsel. Hij heeft een vorm van ongeneeslijke lymfeklierkanker en is fel vermagerd. (denkt na) Hij belde toen net en Nathan zei: “Zet je telefoon op speaker. Zo kunnen wij je vader ook eens horen.””
Ysebaert: “We waren met zangopnames bezig dus de micro’s stonden al klaar.”
Massy: “We voerden een gesprek en mijn vader begon een liedje te zingen. Ik wist het niet tot ik een van de drie testpersingen van de plaat kreeg. Ik draaide die thuis en kreeg tranen in mijn ogen. Het mooiste cadeau dat een mens kan krijgen.”
enola: Heb je het hem al laten horen?
Massy: “Ja, er is een filmpje van de eerste keer dat hij de plaat hoort. Ik ga het binnenkort posten.”
Van Asselbergh: “Voor ons was dat ook een uniek moment. De relatie tussen vader en zoon is moeilijk te vatten en zeker als het einde eraan komt. Het is zo oprecht en mooi.”
E-mailadres Afdrukken
Tags: Shht