Banner

Roland Van Campenhout

“Ik heb geen leeftijd, mijn geest is nog altijd zeer jong”

Kathy Van Peteghem - 05 februari 2019

De verrassing van het jaar komt tot nu toe van Roland van Campenhout. Op 1 februari bracht hij “Folksongs from a Non-Existing Land” uit, een verzameling songs, waarbij velen de wenkbrauwen zullen fronsen, maar waarin de muziek centraal staat.

Roland Van Campenhout: “Voor mij is muziek bijna een religieuze ervaring, het is een sociaal gegeven. Ik zit niet thuis voor de spiegel mezelf goed te vinden. Ik oefen niet, voor mij is dat gewoon spelen. De beste muziek ontstaat nog altijd wanneer je met anderen op een podium staat enzonder te repeteren alles op zijn pootjes valt. Dat is een soort van telepathie en daar geloof ik heilig in. Het heeft ook te maken met de omgeving, je kan niet het Sportpaleis uitverkopen en daar wat staan improviseren. Dan zit je immers in de muziekindustrie. Ik zit niet in de muziekindustrie, ik zit in de muziek. Wat een enorm verschil is: in de industrie moet je iedere avond dezelfde setlist spelen, met dezelfde hits die de mensen kennen van op de radio. Ik haat dat, dat is voor mij geen muziek. Dat is werken in de koolmijnen.”

enola: Waarom bekroop je de zin om een nieuw album uit te brengen?
Van Campenhout: “Omdat het tijd was, het was alweer een paar jaar geleden sinds mijn samenwerking met Mauro. Wat voor mij nieuw is, is dat het in eigen beheer is, want de gouden tijden van de platenfirma's zijn allang voorbij. En het is zeer leerzaam en interessant voor mijn ego om nu alles zelf te moeten doen, en het eens van de andere kant te bekijken.”

enola: Je had natuurlijk ook je songs online, in digitaal formaat, kunnen aanbieden.
Van Campenhout: “Ik ben opgegroeid met vinyl in mijn handen, en ik ga nog regelmatig naar kringloopwinkels, waar ik veel vinyl vind. Tegenwoordig koop je soms nieuwe, nog niet gespeelde platen voor een halve euro. Alles gebeurt nu wel online, maar ik vind het nog altijd leuk om artwork op een plaat te bekijken, de plaat uit de hoes te halen en de teksten te lezen. Ouderwets, maar degelijk!”

enola: Rijk ga je er niet van worden.
Van Campenhout: “Och, ik weet al heel mijn leven dat ik niet rijk ga worden met mijn manier van muziek maken. Dat is ook niet mijn doel.”

enola: Het album is gemixt in Japan door de Australiër Joe Talia. Hoe heb je hem leren kennen?
Van Campenhout: “Joe Talia is eigenlijk drummer van beroep. Onlangs was hij trouwens in Gent, waar hij elektronisch werk bracht, met soundscapes en zo. Dat was zeer mooi. Ik heb hem leren kennen via Teun Verbruggen, die op mijn plaat drumt. Teun is iemand die over de hele wereld gekend is. Maar hij heeft nu ook zijn eigen ruimte in Brussel, WALTER, waar ze veel experimentele dingen doen. Hij heeft heel veel bijgedragen tot de sfeer op de plaat, juist dankzij zijn manier van drummen. En zo heb ik Joe Talia leren kennen. Hij heeft zeker iets toegevoegd aan de plaat, hij heeft een oor voor dat soort dingen.”

enola: Je bent in het verleden zelf al in Japan geweest, onder andere met The Rhythm Junks.
Van Campenhout: “Ik ben al een keer of 10 in Japan geweest, soms met The Rhythm Junks, soms alleen met Steven De Bruyn. Er zijn in Tokio heel veel mogelijkheden om op te treden, maar het zijn allemaal kleine plaatsen: zolders of kelders. Er is daar enorm veel vrijheid in experimentele muziek.”
“Eigenlijk is Tokio een enorme contradictie: wel 7 autostrades boven elkaar, treinsporen daarboven, dag en nacht brandende lichten. Maar aan de andere kant kom je ook constant tempels tegen waar het muisstil is, in het midden van al dat lawaai. Ik vind ze nogal mysterieus, die Japanners.”

enola: Je bent ook al in Afrika geweest, in India. In welke cultuur voel je je het meest thuis?
Van Campenhout: “Zoals alle oude hippies was mijn eerste trip naar India. Ik had Ravi Shankar zien optreden in Gent, en ik was ook een fan van Coltrane. Dat was mijn eerste cultuurschok. Afrika was dan weer totaal iets anders. Op deze plaat zitten meer Indonesische invloeden, dat is toch nog net iets anders dan India, vooral qua voodoo en bijgeloof.”

enola: Op het album speel je ook met Nils De Caster, Pieter-Jan De Smet en Mirko Banovic. Dat zijn allemaal muzikanten uit een ander muzikaal milieu.
Van Campenhout: “Nils De Caster komt dan wel uit de countrywereld, hij is een klassiek geschoold muzikant. Maar afgezien van dit project treed ik al eens op met die muzikanten, soms in duo, soms met meerdere. Ook met Pieter-Jan De Smet heb ik al jaren een goede band, ik heb zelf zijn eerste plaat geproducet. Tegelijkertijd met de opnames van mijn album hebben we ook zijn laatste plaat opgenomen. Hij had al heel wat gemaakt in zijn homestudio, ik heb meer ter plaatse geïmproviseerd. Het was allemaal heel gezellig. Mirko ken ik ook al heel lang, het was eigenlijk een Gentse scene in de studio. Nu, ik kan met vele mensen samenspelen, als ze de juiste uitstraling en attitude hebben.”

enola: En wat is die dan?
Van Campenhout: “Ten eerste muzikaal talent hebben, geen dikke nek hebben, niet teveel egotripperij, met de twee voeten op de grond blijven. Hoe simpeler, hoe beter eigenlijk.”

enola: Er is ook een redelijk leeftijdsverschil met die andere muzikanten.
Van Campenhout: “Ik heb geen leeftijd, voor mij speelt dat geen rol. Mijn lichaam heeft wel een zekere sleet, gelijk een oude auto, maar mijn geest is nog altijd zeer jong.”

enola: De songs op het album zijn heel divers. Had je die allang liggen?
Van Campenhout: “Nee helemaal niet. We hebben in de studio gewoon heel lange jams gespeeld: als we alles wat we daar gespeeld hebben op cd zetten, dan hebben we zeker 10 cd’s vol. Uit die jams hebben we de beste stukken gehaald, en op het einde heb ik daar mijn teksten bijgevoegd. Dat waren teksten die ik al jaren liggen had: sommige geschreven op kotszakjes in vliegtuigen, andere op papieren zakken waar je je was indoet. Ik had al die teksten rondom mij op de grond gelegd, daar stukken uitgepakt, en zinnen bijgevoegd waar nodig. Misschien gebruiken we de rest van de muziek later nog, want er zat eigenlijk vanalles bij, ook Afrikaans getinte muziek, chachacha, meer commerciële dingen.”

enola: Een voorbeeld van die diverse teksten is “Swamp Adversity”.
Van Campenhout: “Zeer zeker. Ik lees heel veel boeken, en ook veel dichtbundels, zoals van John Berryman en Alisteir Crowley. De tekst is een eerbetoon aan de literaire figuren in mijn leven. Crowley ben ik beginnen lezen in de jaren 60, en er was in de beatniktijd ook een periode dat Crowley echt wel de “Black Magic” koning was. Het is lang geleden dat ik die teksten gelezen heb, maar het is mij toch bijgebleven.”

enola: Wat bedoel je met “Nurse Platitude”?
Van Campenhout: “Dat is een woordspeling op mensen die plat zijn, die geen finesse hebben, laag bij de gronds, een beetje lomp.”

enola: Wat ook opvalt is “Donnez à manger aux affamés”.
Van Campenhout: “We leven momenteel in een maatschappij die de mensen liever in bootjes laat rondzwalpen, dan ze binnen te laten en eten te geven. Geef eten aan de mensen die honger hebben: dat klinkt misschien wat simpel of bijbels, maar het is wel zo. Ik wil niet mordicus op de barricaden gaan staan, daarvoor zijn mijn knieën er te slecht aan toe (lacht), maar ik bewonder wel wat de jeugd nu aan het doen is. Daar kunnen de volwassenen een voorbeeld aan nemen. Ik zie me nu niet precies met een geel hesje rondlopen, en blootgesteld worden aan traangas en knuppels op mijn hoofd, maar dat betekent niet dat ik met alle politieke toestanden in dit land akkoord ga. Uit die gedachte komt trouwens ook de titel van het album. Pieter-Jan vroeg me wat de titel ging worden, en ik zei zomaar: “Folksongs from a Non-Existing Land”. Achteraf beschouwd is het wel een passende titel: ze laat ruimte voor verbeelding, maar je kan er ook een politieke stempel op plakken: in wat voor land leven wij hier? Is er hier nog een land? Zijn er drie landen, of hoe zit dat nu?”

enola: Er staat ook een cover op het album, “Pack Up Your Sorrows”.
Van Campenhout: “Dat is oorspronkelijk van Richard en Mimi Farina. Mimi was de zus van Joan Baez, en Richard was dus eigenlijk de “schoonbroer” van Bob Dylan. Daar bestaan ongelooflijke verhalen over: Richard Farina had namelijk de gewoonte om zijn teksten te laten rondslingeren, en er wordt gezegd dat Bob Dylan die kopieerde.”
“Nu, wij waren wat aan het improviseren op de dulcimer, en tijdens die jam van zeker een uur zijn we dat beginnen spelen.”

enola: In “Lies for Sales” zing je: “It took me a long time to learn to die and now my healing can begin.”
Van Campenhout: “Dat vind ik een schone zin, daar ben ik fier op. Die zin stond oorspronkelijk niet op mijn papieren, die is ter plekke uitgevonden. Misschien zitten er wat te veel Tibetaanse of Indisch filosofische invloeden in, maar met die zin ben ik blij. Ik ben trouwens met de hele plaat blij, ook op tekstueel gebied. Het literaire is misschien wat hoogdravend, maar ik ben iemand die veel leest, naast mijn bed liggen stapels boeken. Ik heb heel wat verwijzingen naar dichters en schrijvers die me in mijn leven beïnvloed hebben, ik heb me ook altijd verwant gevoeld met dichters die het niet gemakkelijk hebben.”

enola: Wie is “Liesje van Izegem?”
Van Campenhout: “Liesje is mijn kat. We zijn haar gaan halen zijn in een asiel in Izegem. Als je naar een dierenasiel gaat, heb je altijd katten die je staan te charmeren, maar je hebt er ook die zich omdraaien en niet geïnteresseerd zijn. En die moet ik hebben. Ik speelde dat liedje altijd voor Liesje, vandaar dat het ook op het album thuishoort.”

enola: Je hebt ooit van jezelf gezegd dat je een luierik bent, maar dat gevoel heb ik toch niet.
Van Campenhout: “Die periode is gepasseerd. Ik moet tot mijn spijt bekennen, nu ik oud en wijs geworden ben, dat dat waar was. Iedereen zei me vroeger dat ik een natuurtalent was, ik werd constant de hemel in geprezen. Wat dus betekende dat ik er niks voor deed: ik was toch goed, waarom zou ik dan oefenen? En dus vond ik mezelf een luiaard. Maar nu ben ik uren bezig met spelen. Ik sta 's morgens op, ik speel een uur of twee, en 's avonds ook nog eens. We kunnen dus eindigen met grootmoeders wijsheid: het verstand komt niet voor de jaren.”

E-mailadres Afdrukken