Banner

De Beren Gieren / Louis Sclavis, Henri Texier + Aldo Romano

28 februari 2012, Vooruit

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 29 februari 2012

De twee trio’s die aantraden, scheelden niet alleen een paar generaties, maar ook hun aanpak was soms sterk verschillend. Nochtans was er ook iets dat hen duidelijk verbond, en dat was een eigen smoelwerk, een unieke identiteit die ervoor zorgt dat ze nooit verward kunnen worden met andere verbonden. Teerden de jonkies voor een groot stuk op enthousiasme en geestdrift, dan ging het andere trio aan de slag met nonchalante klasse en bakken ervaring.

De Beren Gieren is een naam die al sinds 2009 ronkt in de Vlaamse jazzwereld. Van meet af aan zorgden pianist Fulco Ottervanger, bassist Lieven Van Pee en drummer Simon Segers dan ook voor een frisse wind. Die kwam er niet enkel door een goede verstandhouding (ongetwijfeld aangescherpt door het verbond dat Ottervanger en Segers al gesloten hadden bij Marvelas Something en het Nathan Daems Quintet), maar ook door de eigenzinnige aanpak en eclectische melange van invloeden die de twintigers al aan de dag legden op hun demo-cd uit 2010. In de Vooruit werd het échte debuut -- Wirklich Welt So -- voorgesteld, een plaat die een verrassend volwassen en toch bruisende stijl laat horen waarbij traditie en vernieuwing steevast hand in hand gaan.

Aftrappen gebeurde meteen met het openingstrio van het album, dat meteen een knappe staalkaart biedt van wat de drie in de aanbieding hebben. Opvallend is daarbij dat de band intussen niet enkel synoniem staat voor ongebreidelde energie en een licht-anarchistische kijk op de dingen, want “Apollinisch” is een eerder statig marcherende brok ingetogenheid, die ook nu een onvermijdelijke climax meekreeg. “Esje Brons” liet dan weer de andere kant van de medaille horen: gedrevenheid, ongedurigheid en aanstekelijke swing, met krachtige uithalen, motiefjes die blijven hangen en een paar mooie solomomenten (met onder meer een verrassend moment voor Van Pee). Meteen valt ook op dat De Beren Gieren zo veel meer is dan ‘de band rond Ottervanger’, een teneur die vroeger (te) dominant was.

Bij “Na het afstuderen” viel wel op dat de drie nog niet zo heel lang aan de slag zijn met dit materiaal. Het is een song die knap in elkaar steekt, maar de strakheid die nodig is om het tot een goed einde te brengen, was er nu niet altijd, terwijl de spanning van de studioversie halverwege begon weg te sijpelen, ondanks bevlogen solo’s van Ottervanger en Segers. Het dubbelluik “Jog Life” (stekelig, onvoorspelbaar) en “Aah Me” (de ingetogenheid van de opener herhaald) moest het ook afleggen tegen de studioversies, die een sterkere focus hebben, maar werden dan weer opgevolgd door de sterke finale van “Try Time In Front Of The Forefront”, waarvan de ritmische weerbarstigheid heel sterk werd uitgevoerd. De verwachtingen waren na het beluisteren van Wirklich Welt So misschien onrealistisch hoog, maar dat er nog veel moois te verwachten valt van De Beren Gieren is een zekerheid, daarvoor waren de vele knappe momenten voldoende bewijs.

Met Louis Sclavis, Aldo Romano en Henri Texier stond er Franse jazz royalty op de planken. Allemaal hebben ze hun sporen verdiend binnen en buiten de creatieve jazz en samen schreven ze ook een intussen legendarisch hoofdstuk binnen de Franse jazz, door de reis die ze midden jaren negentig, vergezeld van een fotograaf, maakten door Afrika en de muziek waar dit in resulteerde. Het zijn stuk voor stuk virtuozen, maar toch krijg je zelden, tenzij bij de soms duizelingwekkende stunts van Sclavis, het gevoel dat de kerels er een show van wilden maakten. Het draaide allemaal om complexloze interactie -- tekenend was het feit dat dit trio haast geen oogcontact nodig had om aan hetzelfde zeel te trekken -- en een veelheid aan stijlen en sferen.

Terwijl het begon met een weerbarstige compositie die gekenmerkt door een steeds verschuivend ritme en struikelende melodie, werd daarna vaker heil gezocht bij een eerder makkelijk in het gehoor liggende aanpak, waarbij Romano vaak een hypnotiserende fond ontwikkelde, Texier zijn uitgepuurd melodische stijl kon etaleren en Sclavis zijn meeslepende, soms exotische melodielijnen kon uitvoeren. ’s Mans spel op de klarinet, basklarinet en sopraansax blijft buiten categorie en maakt zowel indruk tijdens sensueel bedwelmende passages als in de robuuste krachtpatserijen. Zo was er een stuk waarin Sclavis’ basklarinet klonk als een bronstige bosaap, wat ook door z’n kompanen op een vette grijns onthaald werd.

Muziek die werd uitgevoerd met een haast nonchalant gemak (het blijft een zicht om Sclavis z’n typisch Franse zelfvoldane smoel te zien trekken na een solomoment), maar steeds in het teken van de vriendschappelijke samenhang stond en daardoor was het vooral Texier die imponeerde, met vaak in het lage register duikende excursies. Hier en daar kreeg je wel het gevoel dat de drie eerder teerden op routine dan frisse begeestering, maar dergelijke bedenkingen werden meteen erna weggewuifd als waren het niet ter zake doende oprispingen. In z’n beste momenten getuigde dit optreden van een soms adembenemende schoonheid en organische virtuositeit van het soort dat je zelden te zien krijgt. De Beren Gieren hebben dat niveau nog niet bereikt, maar als er een jonge band is die er de branie en het potentieel voor heeft, dan zijn zij het wel. Dat belooft.

E-mailadres Afdrukken