Banner

De Beren Gieren feat. Joachim Badenhorst + Ernst Reijseger / Aka Moon

19 april 2012, Vooruit

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 20 april 2012

Als een stel jonge honden een jaar lang artist in residence mag zijn in een instituut als de Vooruit, dan kan dat een even vergiftigd als gouden geschenk zijn. Zelf een paar projecten (mee) mogen organiseren getuigt van veel vertrouwen van de opdrachtgever en maakt ruimte voor vrijheid, maar daar staat dan wel tegenover dat er bepaalde verwachtingen gecreëerd worden. Met de release van eerste volwaardige plaat Wirklich Welt So bewees De Beren Gieren al uit het juiste hout gesneden zijn, maar het leek wel alsof bij de samenwerking met de eerste buitenlandse gast gewoonweg een paar stappen overgeslagen werden.

De Nederlandse cellist Ernst Reijseger is dan ook de ideale figuur om als mentor te krijgen. De man speelde met zowat elke Nederlander die een instrument kan vasthouden, maakte deel uit van het legendarische ICP Orchestra, dook op naast jazz-, wereld- en klassieke muzikanten van internationaal topniveau, werkte samen met auteurs en theatermakers, droeg bij tot educatieve projecten, was te horen binnen grote ensembles en als soloartiest en maakte een viertal soundtracks voor cineast Werner Herzog. Kortom, een veelzijdig virtuoos, die bovendien speciaal voor dit concert muziek had geschreven voor De Beren Gieren, en die werd losgelaten op een nietsvermoedend publiek.

Met rietblazer Joachim Badenhorst, dezer dagen ook al even alomtegenwoordig als een verontwaardigde NV-A’er, als vijfde man, werd immers uitgepakt met een tachtig minuten durende performance die ongetwijfeld een paar mensen afgeschrikt heeft, maar vooral ook bewees dat het trio Fulco Ottervanger (piano), Lieven van Pee (bas) en Simon Segers (drums) tot genrenegerende dingen in staat is. Het concert, waarbij de afzonderlijke segmenten zo naadloos aan elkaar geplakt werden dat het een overkoepelende totaalcompositie leek, getuigde van een zinderende dynamiek die zelden toeliet dat de aandacht verslapte en regelmatig imponeerde met hoogstaand samenspel en verrassende combinaties.

Startte het met een lome rockgroove en een onontwarbaar kluwen van over elkaar springende ideeën, dan werd al snel omgeschakeld naar vinnige kamermuziek, waarbij Reijseger de cello hanteerde als een gitaar en het geheel even richting de americana van Erik Friedlander leek te willen sturen. Dat was dan echter van korte duur, want er viel amper een label te plakken op deze composities, die nu eens teerden op even hectische als nerveuze avant-gardeherhalingen, en dan weer op contemplatief minimalisme, theatrale kermisongein, lijzige balzaaljazz (met zowaar een richting Ben Webster knikkende tenorsolo van Badenhorst, die ook behoorlijk imponeerde op klarinet/basklarinet) of typisch Hollandse gekte.

Met wat slechte wil zou je kunnen beweren dat het aandeel in het slagen van dit concert voor het grootste deel op rekening van Reijseger te schrijven viel, maar dan zou je voorbij gaan aan het feit dat de vier andere muzikanten ook meespeelden met open vizier, een indrukwekkende strakheid en souplesse. De Beren Gieren is uitgegroeid tot een stel volwaardige muzikanten die al lang geen belofte meer zijn. En zo laveerde het concert tussen volgestouwd en kaal, simpel en hectisch, filmisch en rockend, zenuwslopend en meeslepend. Enkele kleine aarzelingen niet te na gesproken was dit van een verassend hoog niveau. Heel even leek the sky echt the limit.

Fabrizio Cassol, Michel Hatzigeorgiou en Stéphane Galland. Hou ervan of niet, maar je kan niet ontkennen dat Aka Moon in zijn twintigjarige bestaan een centrale rol heeft verworven binnen de Belgische jazz. Het was geleden van 1996 dat de band nog eens als trio in de Vooruit stond en ook wij zagen ze hiervoor enkel met gastmuzikanten. Het uitnodigen van buitenlandse muzikanten uit zowat alle windstreken (in december van 2010 nog met Misirli Ahmet in de Vooruit) is bepalend geweest voor de carrière van het trio, en bewees niet enkel zijn vermogen tot aanpassing, maar ook een ongewoon talent om frisse resultaten te brouwen uit elke nieuwe ontmoeting. Nu viel echter op dat de ‘naakte’ Aka Moon eigenlijk een ander beestje is.

En eerlijk gezegd hoorden wij tot nu toe liever de versie met de gasten. Zet ze bij Afrikaanse, Turkse of Indische muzikanten en ze slagen er elke keer opnieuw in om de twee werelden moeiteloos bij elkaar te brengen, vaak met broeierige, sensuele jazz die met een been verankerd is in de wereldmuziek, maar nergens zijn drive of schwung verliest, met even ongedwongen als aanstekelijke grooves. De drie zijn onwaarschijnlijk goed op elkaar ingespeeld, wat er dan ook voor zorgt dat ze zelfs in de meest tumultueuze stukken met de glimlach (in het geval van Hatzigeorgiou zelfs een brede grijns) staan te spelen. Een grappig gezicht, want de soms gemoedelijk klinkende muziek van het trio verraadt bijzonder complexe, kronkelige composities die een vergevorderde bagage vereisen.

Tijdens een beperkt aantal momenten -- de sensueel op gang golvende opener en enkele ingetogen passages, zoals de obligate bassolo van Hatzi -- levert dat eerder ingetogen, lyrische muziek op, maar eens de trein op gang gekomen was, werd zelden nog ingehouden. Ook al stonden ze er met drie, de muziek werd drukker en meer doortimmerd dan bij hun samenwerkingen, waardoor het virtuoze fusionelement veel nadrukkelijker op de voorgrond kwam, Cassol kon uitpakken met die eindeloze variaties op zijn ontglippende, waanzinnig snelle altsaxsolo’s en Galland als een maniak tekeer kon gaan op zijn drums, met waanzinnige fills, complexe timing en cimbalenwerk. Indrukwekkend om te zien, dat wel, maar het ging toch ook vaak ten koste van de oergroove.

Aka Moon is te goed om zijn troeven zomaar op te offeren en liet bovendien horen een eigen universum geschapen te hebben waarin jazz, wereldmuziek en invloeden uit fusion, funk en volksmuziek een plaats krijgen, maar dat gebeurde dan met soms ronduit corpulente composities met bitter weinig ademruimte en vooral uitspattingen (met een genadeloos precieze uitvoering, dat wel) die even verbluffend als vermoeiend waren. Topklasse, inderdaad, maar we horen ze liever als ze slechts 80% van hun arsenaal gebruiken, maar daardoor wel muziek maken die directer en verteerbaar is. Gezien de bijzonder enthousiaste reacties tijdens het anderhalf durende concert zou het echter wel eens goed kunnen dat we daar alleen in staan.

E-mailadres Afdrukken