Banner

Jarvis

Marc Goossens - 25 januari 2007

Nadat zijn groep Pulp in 2001 besloot ermee op te houden, trok zanger en songschrijver Jarvis Cocker zich een tijdje terug in de luwte. Hij was nog wel bezig met een aantal kleinere projecten hier en daar, maar pas vorig jaar trad hij weer als popartiest voor het voetlicht met een uitstekende soloplaat. Naar aanleiding van dat album toert Jarvis (zijn familienaam heeft hij in de coulissen gelaten) nu over het vasteland, afgelopen woensdag streek hij neer in de Brusselse Ancienne Belgique.

Een goeie week vóór dat optreden stuurde Cocker via MySpace nog een oproep de wereld in: voor een heleboel optredens, waaronder dat in Brussel, was hij nog op zoek naar een voorprogramma. De eerste naam die ons te binnen schoot als 'passend bij Jarvis' was die van Groep Jezus, maar die band legde er een aantal jaar geleden jammer genoeg het bijltje bij neer. Uit de honderden reacties die volgden op de oproep koos Jarvis dan maar voor het Waalse Ruacutane. Dit vijftal (vier heren en een dame) bestaat sinds 2003, en mocht haar mooie, met elektronica gelardeerde indiepop in oktober ook al voorstellen aan het publiek dat voor The Veils naar de Botanique was afgezakt.
Woensdag kreeg de groep negen nummers lang de kans te bewijzen waarom zìj en niet één van de vele andere kandidaten werden uitgekozen als voorprogramma. We weten natuurlijk niet wat u er van vond, maar wij zijn nagenoeg de hele tijd geboeid blijven kijken en luisteren naar een rustige, evenwichtige en bijwijlen sprankelende set, met als hoogtepunt een geslaagde cover van Otis Reddings '(Sittin' On) The Dock of the Bay'. Vorig jaar bracht Ruacutane een eerste e.p. uit bij Carte Postale ('Interior Design'), later dit jaar zou er een full cd moeten komen. Kortom: dat is wat wij verstaan onder 'een mooi vooruitzicht'!

Doet-ie het of doet-ie het niet? Gaat hij oude Pulp-nummers spelen of niet? Een welbepaalde krant meende het antwoord al te kennen, en verzekerde de fans dat Jarvis in de AB. zeker ook 'zou grossieren in zijn oude hits'. Dat leek ons een beetje verwonderlijk, want de hele tour al werkt hij nagenoeg dezelfde set af, en dat zonder één nummer van zijn vroegere band te spelen. Dat was ook woensdag niet het geval. Een oude hit of twee ware misschien leuk geweest, maar wij vonden de prestatie van Cocker zo al sterk genoeg. Waar wel af en toe variatie in zit, is de begeleidingsband. Bij de muzikanten die woensdag het podium betraden zaten dan ook geen Candida Doyle of Richard Hawley (te druk bezig met zijn eigen solocarrière), wél trouw op post waren ex-Pulp-bassist Steve Mackey en diens collega-producer Ross Orton aan de drums.

Het eigenlijke optreden, bissen niet meegerekend, duurde ongeveer een uur. Van de elf songs waren er negen afkomstig van de cd: alleen de korte 'Loss Adjuster'-instrrumentals, 'Quantum Theory' en 'Baby's Coming Back to Me' waren er niet bij. In de plaats daarvan kregen we 'One Man Show' en het voor Lee Hazlewood geschreven (maar afgewezen) 'Big Stuff'. Beide songs figureren als zogeheten b-kantjes op de single 'Don't Let Him Waste Your Time', maar moeten duidelijk niet onderdoen voor het materiaal van de plaat. Er werd stevig afgetrapt met 'Fat Children', het vinnigste nummer van de plaat en meteen één van de hoogtepunten van het concert. Ook sterk waren 'Heavy Weather', 'Tonite' en 'Disney Time', maar hét hoogtepunt was ongetwijfeld 'Black Magic'. Al viel er op het optreden als geheel weinig of niets aan te merken, pas tijdens dit nummer hing er echt magie in de lucht.
'(Cunts Are Still) Running the World', de song die vorige zomer de terugkeer van Cocker aankondigde, werd opgespaard voor de bisronde. Zoals hij de hele toer al doet, bedankte hij na dit nummer ook nu weer het publiek voor het geduld en voor het aandachtig luisteren naar de nieuwe liedjes. Als beloning zouden we een oud nummer te horen krijgen, voegde hij eraan toe. Terwijl iedereen zich klaarmaakte om eens lekker uit de bol te gaan op 'Disco 2000' of 'Common People', volgde echter de gortdroge mededeling dat hij een cover zou brengen van 'The Cross' van Prince. (Tijdens eerdere optredens deed hij hetzelfde met classics als 'Space Oddity', 'Satellite of Love', 'Purple Haze', 'Paranoid' en 'Silver Machine'.)

Het concert begon iets over negen, om half elf zaten we alweer op de trein naar Mechelen. Daartussen waren we getuige geweest van een uitstekend, bij momenten zelfs erg knap concert, dat ons nog even zal bijblijven door de sterke versies van de nieuwe songs én door de droge, Britse humor waarmee Jarvis het publiek onderhield. Deze week nog beloofde hij dat een volgende plaat niet zo lang op zich zou laten wachten als zijn titelloze debuut. We houden hem daaraan!

E-mailadres Afdrukken