Banner

The Decemberists

30 november 2005, Botanique

Koen diddens - foto's: Tim Broddin - 02 december 2005

"We voelen ons een beetje als een film," merkt Decemberistsfrontman Colin Meloy na een aantal songs pienter op. Hij doelt op de vreemde keuze van de Botanique om het publiek al zittend van het Amerikaanse zestal te laten genieten. The Decemberists hebben misschien een hele rits emoplakkers op hun palmares, live zijn ze toch berucht omwille van de theatrale en bijwijlen knotsgekke shows. Het duurde woensdag dan ook een tijdje vooraleer zowel groep als publiek de vreemde setting van zich af konden zetten.

Ook al hebben ze al drie langspelers achter de kiezen, het was de eerste keer dat The Decemberists ons land aandeden. Ze mochten in de Orangerie een einde breien aan hun twee weken durende Europese tournee "A Jaunt ’Cross The Pond", die getuige de baarden van enkele bandleden lang en slopend was, zelfs al was daar live weinig van te merken.

Ze openen met het dramatische "Shanty For The Arethusa", om verder te gaan met het up-tempo "The Infanta". Ondanks alle vrolijkheid blijft het talrijk opgekomen publiek mak op de stoeltjes zitten. Als iemand het toch voorzichtig waagt vooraan recht te staan, wordt hij door de security aangemaand opnieuw te gaan zitten. The Decemberists laten het niet aan hun hart komen en puren met veel plezier (en duidelijk perfect op elkaar ingespeeld) uit hun drie platen Castaways And Cutouts, Her Majesty The Decemberists en het dit jaar verschenen Picaresque.

"The Legionnaire’s Lament" kondigt zanger/gitarist Colin Meloy aan als zijnde "een nummer over een Franse legionair die zijn thuis mist. Een beetje zoals wij. Maar dan zonder vuurwapens". Door zijn kleine gestalte, bril en bizarre klederdracht (een witte blazer!) is hij het antitype van de frontman. Bovendien zweert hij bij een Benjamin Gibbardachtig vormloos kapsel. Toch beschikt Meloy door zijn humor en unieke stem over een enorm charisma. Zijn teksten over Spaanse prinsessen, dubbele zelfmoorden en piraten zijn stuk voor stuk literaire hoogstandjes. Volgens de verstokte Decemberistsfan is hij een van de beste liedjesschrijvers van het moment. Wij geven hem geen ongelijk.

In het midden van de show is het tijd voor wat sentiment met "Eli, The Barrel Boy" en het wondermooie "Red Right Ankle", een nummer dat de groep normaal zelden live speelt. Het zestal wordt eerst herleid tot een drietal en daarna tot enkel Meloy met zijn akoestische gitaar. Plots komen de zitjes nog van pas.

Daarna vinden The Decemberists het wel wezen. Tijdens het vrolijke "The Sporting Life" manen ze het publiek aan om recht te staan. Ongeveer de helft volgt de groep en plots lijkt het optreden nu pas écht van start te gaan. Publiekslieveling "Billy Liar" wordt op veel gejuich onthaald, net als antioorlogslied "Sixteen Military Wives". Tijdens "The Chimbley Sweep" gaan alle remmen los. Muzikanten wisselen met elkaar van instrument en er worden pogingen ondernomen om gitaren op het hoofd te balanceren. Eindelijk krijgen we de echte Decemberists te zien.

Als bisnummer serveert het zestal ons het tien minuten durende en dolkomische piratenlied "The Mariner’s Revenge Song". Het publiek moet na een afgesproken teken doen alsof het wordt verslonden door een walvis, "anders is het maar een middelmatig nummer". Normaal houden we niet van publieksparticipatie, maar voor The Decemberists doen we graag onze mond open.

De groep speelde een quasi perfecte set. Elke noot was raak en de setlist behoort tot de fantasie van de diehard fan. Maar door de vreemde keuze voor zitjes hing er al te lang een onwennige sfeer in de Orangerie. Om ontroerd te worden door de trage nummers van the Decemberists hoef je niet recht te staan, maar om uit de bol te gaan op hun uitbundige popsongs is het een must.

E-mailadres Afdrukken
 
The Decemberists

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST