Jozef Dumoulin Trio + Michael Zerang/Hamid Drake Duo

1 juni 2012, Costa

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 02 juni 2012

De vijfde en laatste avond in de Chicago Jazz Connection-reeks zou normaal worden afgesloten door Mike Reed’s People, Places & Things. Die tour werd helaas geannuleerd, maar al snel werden invallers bereid gevonden om aan te treden. Met muzikanten van het kaliber Michael Zerang en Hamid Drake kon niemand zich bekocht voelen.

Het Jozef Dumoulin Trio is intussen bezig aan een kleine tournee die hen langs Duitse, Nederlandse en Belgische podia voert en ook gezien mag worden als een uitgestelde voorstelling van hun album Rainbow Body, dat eind 2011 verscheen. De combinatie Jozef Dumoulin en Eric Thielemans kenden we al van Lidlboj, maar ook de aanwezigheid van bassist Trevor Dunn mag niet echt verbazen. Die stond nog niet zo heel lang geleden immers met Dumoulin te spelen in Teun Verbruggens Bureau Of Atomic Tourism. Ondanks de aanwezigheid van die klepper is dit duidelijk het trio van Dumoulin, en wordt de muziek ook in sterke mate gekleurd door ’s mans instant herkenbare speelstijl, waarbij broeierige geluiden, laagjeswerking, vervormingen (hij is er zo eentje die evenveel aandacht heeft voor de knopjesdoosjes op z’n keyboard als voor z’n keyboard zelf) en soms abstracte schetsen.

De lijfelijke groove die je zou verwachten bleef grotendeels achterwege. Alhoewel, in het vloeiende, soms verrassend minimalistische baswerk van Dunn vind je altijd een helderheid van ideeën die aanstekelijk werkt, net zoals de soms eenvoudige drumpatronen van Thielemans elementen van schwung binnensteken. Dat was echter vooral het geval aan het begin van de set en in de finale van het laatste stuk, wanneer strakkere lijnen werden uitgezet door de drummer die, net als bij Tape Cuts Tape onlangs, zorgde voor een hypnotiserend/dromerig element binnen de muziek. Het concert werd echter voor een groot stuk beheerst door redelijk abstracte soundscapes die, zeker als Dumoulin even terugschakelde, bijna naar ambientterrein neigden.

Op andere momenten had het dan weer iets van zweterige 70’s fusion of een mysterieus schimmenspel, waarbij de drie muzikanten halsstarrig weigerden om zich aan banden te laten leggen. Dat zorgde halverwege de set voor een kleine inzinking, een moment waarop de rode draad hen leek te ontglippen, al werd dat ruimschoots gecompenseerd door een tweede stuk, dat van start ging met blote handenpercussie en uiteindelijk belandde bij een stukje zwierige improvisatie waar de bladmuziek toch bij betrokken bleef. Het Trio speelde vrijer dan verwacht, maar bewees tegelijkertijd meer dan voldoende bagage in huis te hebben om dat tot een goed einde te brengen.

Drummers Michael Zerang en Hamid Drake hebben al twee decennia een traditie van zonnewendeconcerten, waarbij ze enkele dagen voor Kerstmis met elkaar op een podium stappen. Je mag dus gerust spreken van een geroutineerde wisselwerking, nog eens aangevuld door het feit dat beide drummers deel uitmaakten van de oerversie van het Peter Brötzmann Chicago Tentet, waarbinnen Zerang nog steeds een vaste waarde is. De muzikanten hebben niet enkel een verleden van jazz en vrije improvisatie gemeen, maar o.m. ook die van een fascinatie voor wereldmuziek en percussie uit allerlei windhoeken in het bijzonder. Je kan hen dus net zo goed, en dan vooral Zerang, in de weer zien met allerhande instrumenten waarvan je de naam al dan niet kan uitspreken.

Deze keer beperkten de heren zich in hun eerste set, waarvoor ze vooraan op het podium plaatsnamen, tot een paar frame drums. Voor Drake is dit een vast onderdeel van zijn concerten: of het nu gaat om performances met zijn Reggaeology-project of de samenwerkingen met wijlen Fred Anderson, de frame drum was er altijd bij. Samen met Zerang werd eerst afgetast en klankkleur getest, maar voor je ’t wist waren ze natuurlijk bij die nadrukkelijkere ritmes beland, waarbij intensiteit en densiteit toe- en afnamen, klop- en wrijfgeluiden gebruikt en afgewisseld werden en zorgden voor een soms indrukwekkend rijke klankendeken die nu eens aanstekelijk klonk, dan weer zoekend en raadselachtig. Het samenspel draaide op dat punt ook niet zozeer om actie vs. reactie, maar een gezamenlijk parcours, waarbij de twee als één geheel leken te functioneren. Bonus was ook de mooie zang van Drake, al bleek die niet voldoende om het gevoel te voorkomen dat veertig minuten wat veel van het goede was.

Heel andere koek achter de drumkits. Ook daar werd vertrokken vanuit klankexperimenten met schaaltjes en bellen, maar uiteindelijk moest het wel naar die opzwepende ritmes evolueren. Opnieuw werd duidelijk dat Zerang binnen zo’n context vaak de meer ingetogen muzikant is. Paal Nilssen-Love en Drake zijn dan ook collega’s die bijzonder expressieve en luide muziek maken. Toch had je nergens het gevoel dat de twee bezig waren met haantjesgedrag, want Drakes gespierder spel werd prachtig aangevuld door Zerangs oog voor detail. Opnieuw werd ook duidelijk hoe ongedwongen de communicatie was, waarbij deze keer wel een heel duidelijk heen- en weerverkeer op touw gezet werd, en de twee voortdurend inpikten op elkaars roffels en ritmes.

Een geïmproviseerde set van twee muzikanten op hetzelfde instrument is altijd een harde noot om te kraken, zowel voor de luisteraar als voor de artiest. Dat deze twee vanachter de drumkit de aandacht moeiteloos veertig minuten wisten vast te houden, en dan nog met (vooral) ritmische instrumenten, is meer dan voldoende bewijs van hun meesterlijke instrumentbeheersing. Het was dan ook een organisch rammelend en geslaagd eindput voor een mooie concertreeks.

E-mailadres Afdrukken