Banner

Jazz Middelheim: MixTuur + Zara McFarlane + Paolo Conte

18 augustus 2012, Park Den Brandt

Guy Peters - foto's: Bruno Bollaert / Jazz Middelheim - 19 augustus 2012

Het leek wel alsof de programmatoren deze keer een vinger in de pap te brokken hadden in de subtropische hogedrukgebieden boven Park Den Brandt, want zelden waren weer en muziek zo geslaagd op elkaar afgesteld als op deze festivaldag. De vrouw die in de sandwich tussen de grotere ensembles belandde moest het daarbij bijna ontgelden.

Een klein jaar geleden waren we in de Vooruit behoorlijk onder de indruk van het MixTuur-project van Tuur Florizoone. Hij bracht naar aanleiding van 50 jaar Congolese onafhankelijkheid lokale en Afrikaanse muzikanten bij elkaar om het verhaal te vertellen van de talloze bastaardkinderen die verwaarloosd of gewoonweg aan hun lot overgelaten werden. Het is een schrijnend stuk geschiedenis dat gegoten werd in een veelkleurig en gelaagd verhaal, waarbij intens trieste passages worden afgewisseld met goedgeluimde, gezapig groovende en zelfs behoorlijk opwindende composities.

Ook deze keer stond meteen de creativiteit van het gezelschap centraal, met o.m. heel knappe bijdrages van Michel Massot (tuba/trombone), Laurent Blondiau (trompet) en Nicolas Thys (bas), in z’n tweede concert op Middelheim. Verder nog een celliste, balafoonspeler, drummer, percussionist, zangeres Tutu Puoane en het in kleurrijke gewaden gestoken driekoppige koor Nabindibo. Het resultaat: een voluptueuze sound waarin zowel plaats was voor brokjes tegendraadse interactie, met rinkelende percussie van Chris Joris en gepruttel van Blondiau, maar natuurlijk ook voor humor en drama, met breed uitgesmeerde koperpartijen aan pure ritmes.

De lichtere momenten kwamen er vooral bij “Queskia” en “Je m’en Fou (Je Ments)”, die uitpakken met aanstekelijke ritmes en melodieën, maar hoe meeslepend die composities ook zijn, ze gaan het steevast moeten afleggen tegen de minidrama’s van “Change” en “Kwa Heri”, die vooral door de emotionele zangpartijen van Puoane een niveau hoger getild worden. Het is niet zo makkelijk om een mens bij de keel te grijpen bij tropische temperaturen in het gezelschap van lustig wijn slurpende zonnebaders, maar dat is exact wat gebeurde. MixTuur bevestigde en speelde een concert dat zich moeiteloos in de frontrangen van Middelheim 2012 kan ophouden. Een Belgische topper.

Anderhalf jaar geleden had niemand van Zara McFarlane gehoord, maar het stalken van DJ/promotor Gilles Peterson leverde haar uiteindelijk een deal op met Brownswood Recordings en intussen wordt ze in Park Den Brandt al onthaald als een echte diva. Het moet gezegd: de jonge zangeres heeft presence, beweegt zich natuurlijk op het podium en valt niet te betrappen op fouten. Dit is een talent met een charmante zelfzekerheid én een jeugdige sprankel. Een verademing op een festival dat het vaak gaat zoeken bij een andere leeftijdscategorie.

McFarlane weet zich ook gesteund door een puike begeleidingsband onder leiding van pianist Peter Edwards, die een paar keer behoorlijk baldadig uit de hoek komt, maar ook tenorsaxofonist Binker Golding, bassist Max Luther en drummer Moses Boyd kwijten zich meer dan behoorlijk van hun taak, nu eens met gepaste elegantie in de ballades en dan weer robuust bonkend in enkele up-tempo stukken. Neigt de aanpak van McFarlane & co. soms naar de souljazz (“Blossom Tree”) of het terrein van Nina Simone (“Captured”), dan weet ze zich ook aardig te bewegen door standard “On Green Dolphin Street” met z’n knappe tempowissels.

Vermoedelijk was dit het concert dat het meest aansloot bij de gemiddelde definitie van ‘jazz’, maar McFarlane durfde ook over de muurtjes kijken. Zo zong ze niet enkel een prima versie van Cole Porters “Night And Day”, maar trippelde ze ook dartel door “Until Tomorrow”, het titelnummer van haar debuut, en bracht ze een fijne versie van Junior Murvins “Police & Thieves”, bekendgemaakt door The Clash. Veel goed nieuws dus, al was een uur en een kwartier toch wat veel van het goede. McFarlane’s stem klinkt soms wat schel in het hoge register en het zal misschien nog even duren voor ze de autoriteit tentoonspreidt die het publiek een volledige set bij de les houdt.

Paolo Conte een jazzmuzikant noemen zou de waarheid geweld aandoen, maar het genre verblijft wel steeds ergens op de achtergrond, samen met tango, musette, chanson, soul, pop en nog een resem andere invloeden, die leiden tot een door en door Mediterraanse stijl die doet verlangen naar terrasjes bij zonsondergang in zomerse tijden. Kortom: Park Den Brandt was de ideale setting voor Conte en zijn XL-band, die net als hem in het pak gestoken was. Het leek wel een goed georganiseerde maffiafamilie, met Conte als pater familias/capo van dienst. En geen mens die gaat kunnen beweren dat er geen goed geoliede band stond, want het zat allemaal bijzonder strak georganiseerd in elkaar.

Met een grote bezetting, met daarin nog een aantal multi-instrumentalisten, kon er dan ook heel breed worden geschilderd: met sopraan- en tenorsax, klarinet en fagot tot trompet, vibrafoon, viool en accordeon was er een instrument en een combinatie voor elke emotie en elke genre, maar ze werden steevast erg organisch verwerkt in een eclectische melange die opmerkelijk coherent bleef. Ook een enorme bonus: ondanks de waaier aan mogelijkheden die ter beschikking stond, vielen Conte en co. nergens op bombast te betrappen, of het zou al moeten zijn in de finale, waar een paar up-tempo stukken aan elkaar werden geplakt.

Conte is natuurlijk ook een unieke figuur: een pianist met een vrij rudimentaire, maar mooie speelstijl, een stem die hem nu eens doet klinken als de Italiaanse Tom Waits en dan weer als de kettingrokende slapeloze die je om vier uur ’s nachts naast je krijgt aan de toog van de jazzkroeg. Maar hij relativeert het zelf ook allemaal, met nonsensrijmpjes en stotterende en lispelende scat (“Come Di”), gebruik van kazoo en verschillende knipogen. En zo zat je daar voortdurend met een glimlacht te luisteren naar iets dat het ene moment zo uit Les Triplettes De Belleville leek te komen ("Via Con Me"), en het andere uit een wat groezelige Napolitaans hoerenkast.

Hier en daar waren er een paar songs die hun sound niet altijd mee hadden (het poppy “Gli Impermeabili” klonk te klef), maar het concert slingerde zich regelmatig heupwiegend, soms sexy en voortdurend met een sigaret in de mondhoek naar de bruisende finale, waar er een paar keer uitgepakt werd met composities die de loungetempo’s even lieten voor wat ze waren. Niet echt een uitdaging, laat staan vernieuwend, maar gebracht met een geslaagde cool door een band die gehoord mag worden. Kortom: Jamie Cullum kon er een puntje aan zuigen. En je moet het maar durven: publieksfavoriet “Max” zomaar links laten liggen.

E-mailadres Afdrukken
 
Jazz Middelheim: MixTuur + Zara McFarlane + Paolo Conte

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST