Banner

Jazz Middelheim: Flat Earth Society & Ernst Reijseger + Jef Neve ‘Sons Of The New World’ + Avishai Cohen + Abdullah Ibrahim’s Ekaya

19 augustus 2012, Park Den Brandt

Guy Peters - foto's: Bruno Bollaert / Jazz Middelheim - 20 augustus 2012

Op Dag 4 verdween het sardines-gevoel en werd zowel uitgepakt met bronstig beukwerk (een medaille waard bij deze temperaturen) als verfijnd gefleem. Zo potig als de dag van start ging, zo jammerlijk doofde de vlam uit op het einde. En voor de rest: zweten geblazen.

Flat Earth Society bij 35°, op papier te veel van het goede (die zotten zijn immers op hun best als ze je met een kopstoot kunnen wakker schudden, niet als ze wat jennend porren bij lamlendig weer), maar dat bleek allemaal heel erg mee te vallen. Als het vijftienkoppige gezelschap zich eenmaal op gang trekt, dan dendert het nog altijd met een imposant volume, maar om de een of andere reden – gewenning of toch een handvol coherente(re) composities? – ging hun concert met cellovirtuoos Ernst Reijseger er zonder veel problemen in. De stukken beantwoordden nog steeds aan kapotgebruikte labels als ‘excentriek’, ‘carnavalesk’ en ‘schizofreen’, maar de collage-indruk van enkele vroegere concerten maakte deze keer plaats voor iets traditioneler materiaal.

Nochtans deelt het orkest nog steeds bruisende muilperen uit die volgestouwd zitten met staccato aanzetten en kromme grooves, explosieve passages en dreigende chaos. Reijseger zat prominent in de mix, maar was nooit te dominant, zich lustig inschakelend in het steeds verschuivende discours van het leger van aanvoerder Peter Vermeersch. Er zat ingetogenheid in (Reijseger en Roseeuw die het samen op een strijken zetten!), knipogen naar ouderwetse blaasmarathons (tenorsaxofonist Michel Mast kon zich eens lekker laten gaan), de power van pompende 70s soundtracks en de cool van The Lounge Lizards.

Het parcours van “Rich Man’s Blues” naar “Domination Of Black” was al behoorlijk bezopen en dan moest “Broadway Boogie Woogie” nog komen. Turboprogjazz tussen Hefti, Stalling, Zorn en zotte performance (inclusief dansje van accordeonist Wim Willaert). Reijseger was hier een stuk minder dominant dan bij De Beren Gieren eerder dit jaar, al heeft de kleurrijke omgeving daar alles mee te maken. Het leek plots helemaal niet zo verwonderlijk om hem die cello over z’n been te zien leggen, wat speeksel over de klankkast te zien smeren en wat te gaan rondhangen rond pianist Peter Vandenberghe. Het was niet de overrompelende ervaring van hen voor het eerst te zien, maar zelfs rond koffietijd blijft deze bende garant staan voor een brede glimlach op het gezicht van elke avontuurlijke jazzzot.

Bassist Nicolas Thys speelde deze editie twee keer. Drummer Verbruggen herhaalde die prestatie, maar dan door twee keer na elkaar op te duiken. Naast z’n ritmesectie had Jef Neve ook vijf blazers rond zich verzameld, waaronder ook tenorsaxofonist Michael Campagna, bekend van het Coltrane-project met José James. Eigenlijk was het concert al een vooruitgeschoven cd-voorstelling, want binnen een paar maanden verschijnt immers Sons Of The New World, een album waarmee Neve een optimistische boodschap wil uitdragen waarvoor hij geïnspireerd werd door allerhande grote en kleinere gebeurtenissen, gaande van de Arabische Lente, de kernramp in Fukushima, het Pukkelpopdrama en de tijdelijke verdwijning van zijn schoonmoeder.

Opvallend: de composities werden doorgaans redelijk compact gehouden en er zat veel variatie in de set, want het ging van een haast etherische introductie, naar met pop geïnjecteerde jazz (“The Happy Children”) een door Myrddin de Cauter op gitaar op gang gebrachte “Kundalini”, dat bijna drone-territorium betrad, en zelfs een spookachtig stuk waarin Verbruggen een vreemd klinkend klavier bespeelde (“The Space Was Empty As We Found It”). Tussen de composities vertelde Neve uitvoerig over hun ontstaansreden, iets dat even openhartig als vermoeiend was, omdat het telkens opnieuw de vaart uit het concert haalde. De songs zouden eigenlijk voor zich moeten spreken.

Het voelde aan alsof de pianist z’n stijl ietwat had aangepast: wat soberder vooral, al bleef hij de aandacht naar zich toetrekken, met composities die niet altijd even sterk wisten te verrassen. Na een tijdje werd het allemaal wat mistig en is het vooral het Pukkelpopnummer (“Zuurstof”) dat bijblijft. Er zat een royale dosis emotie en overtuiging in, en in de finale van “The Sacrifice” ging het haast triomfantelijk klinken, maar toch was het niet eenvoudig om je erdoor te laten meeslepen. Neve blijft voor ons een wat moeilijk geval. Geen idee aan wie het ligt, maar deze willen we incasseren voor het team.

Het concert van Avishai Cohen gaat ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als een van de meest spraakmakende van Jazz Middelheim 2012. Zelden hebben we een publiek zo uit de bol weten gaan bij een artiest die niet Jamie of Toots heet en zelden konden we zoveel begrip opbrengen voor de hier en daar hysterische reacties, want wat het trio liet horen was ook een erg bevlogen performance van een paar muzikanten die buitengewoon goed op elkaar ingespeeld waren. Hoewel het van meet af aan duidelijk was dat Cohen de grote leider van het trio is, kreeg je hier een spel van gelijkwaardigheid gepresenteerd. Drie muzikanten die elk een even grote bijdrage konden en wilden leveren. Ze klonken ook alsof ze iets te bewijzen hadden en het concert werd geconstrueerd met een feilloze opbouw.

Zo’n kolos van een Ampeg-versterker zegt eigenlijk al genoeg. Cohen heeft een potige sound, zowel in melancholische ballades als up-tempo stukken waarin hij rond z’n bas staat te dansen, maar het was de wisselwerking met pianist Omri Mor en drummer Amir Brelser die dit concert tot zo’n spektakel deed uitgroeien. Nu en dan hadden de ritmiek, de zinderende spanning en openheid iets van het Vijay Iyer Trio, waar je ondanks verschillende invloeden een soms vergelijkbare dynamiek terugvindt. Na een knap eerste half uur bereikte het trio een fors hoogtepunt met “Seven Seas”, waarin slim gespeeld werd met basisingrediënten en gezorgd werd voor enorme spanning.

Het stuk had weinig swing, maar wel groove te over, en een onrust die mooi gecounterd werd door de intense bassolo en dromerige fond van “Four Verses”. Gaandeweg kwam de roots van Cohen, die hij op z’n recente platen meer verkent, ook meer naar de voorgrond. Dat gebeurde niet alleen in de ritmes en zijn basspel, maar ook in zijn zangpartijen, waarmee hij tot in de bis het publiek op de hand kreeg. Het was kloeke jazz, met zowel meeslepende melodieën, tederheid als baldadig samenspel en dus ideaal voor een festival. “Music is so much better than politics”, maakte Cohen zich sterk. Daar viel niks tegen in te brengen. Straf.

Het recentst verschenen album van Abdullah Ibrahim & Ekaya bevond zich herhaaldelijk op de slappe koord tussen charmante, menselijke eenvoud en een zwak voor wat melige melodieën, die na meerdere beluisteringen nochtans overeind bleven. Hij werd daarvoor bijgestaan door een prima blazerssectie, die in licht gewijzigde vorm ook aantrad in Park Den Brandt. Het concert zou ook volledig in de lijn van Sotho Blue liggen, waar grote porties uit gepikt werden. Ook nu liet Ibrahim horen dat de dagen van de straffe statements achter hem liggen. De boodschap wordt nu gebracht zonder commentaar (hij richtte geen enkele keer het woord tot het publiek) en met een nadruk op toegankelijke thema’s, die zowel binnen het handvol solostukken als de groepscomposities dominant bleven.

Die composities waren doorgaans zeer klassiek en transparant gestructureerd, en er vielen dan ook weinig verrassingen te rapen. En toch waren we hiervoor gewonnen; Ibrahim weet immers hoe hij ronduit mooie muziek moet schrijven en met de rijke harmonieën van trombone, fluit, alt-, tenor- en baritonsax werd soms een brede weelde gecreëerd. “Sotho Blue” vleide met de tent, “Calypso Minor” dobberde op die lome, onweerstaanbare basgroove en “Nisa” was een elegant stuk, maar het volk begon het bij gebrek aan prikkeling al snel af te druipen. Tijdens songs als “Joan Capetown Flower” was dat eigenlijk niet zo verwonderlijk.

Het was dan ook wat jammer dat de slingerbeweging tussen ‘verfrissend’ en ‘slaapverwekkend’ zo onverbiddelijk hard zou toeslaan. Net als op het album was “The Wedding” een prachtig (maar dan ook écht prachtig in al z’n eenvoud) stukje voor de blazers, maar het werd gevolgd door een trage afsluiter die uitgroeide tot een monumentaal saai rondje solo’s. Dat het niet iets voor iedereen zou zijn, zelfs op een festival waar licht verteerbaar spul als dit normaal wel aanslaat, was op voorhand al duidelijk, maar de publieksexodus was onverbiddelijk en op het einde niet meer dan terecht. Stiekem hoopten we op een slinkse verovering, maar Jazz Middelheim kreeg een finale in mineur.

En om het helemaal samen te vatten: het festival is nog altijd erg goed georganiseerd en zowel de geluid- als beeldkwaliteit blijven een voorbeeld voor andere festivals. Daar staat echter tegenover dat het tijdens de uitverkochte dagen (17 + 18 augustus) irritant druk was. Bij dergelijke tropische temperaturen absoluut te vermijden. Wil je je helemaal laten verwennen door de horeca-vleugel van het festival, dan begin je best lang op voorhand te sparen. De muziek? Zoals op voorhand al duidelijk was had het programma wat meer ballen kunnen gebruiken (voor een stuk rechtgezet met het concert van Zorn & co), al waren er heel wat aardige en goede concerten en werd de wrange nasmaak die Jamie Cullum achterliet wel deels goedgemaakt door Paolo Conte. Op naar 2013, het jaar waarin de groei een halt word toegeroepen en de jazz die naar de toekomst blikt triomfeert als nooit tevoren.

E-mailadres Afdrukken
 
Jazz Middelheim: Flat Earth Society & Ernst Reijseger + Jef Neve ‘Sons Of The New World’ + Avishai Cohen + Abdullah Ibrahim’s Ekaya

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST