Banner

Jazz Brugge: Hans Lüdemann & Sébastien Boisseau + Michel Godard - A Trace of Grace + Aka Balkan Moon

5 oktober 2012, Concertgebouw Brugge

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 06 oktober 2012

Dat een jazzfestival niet krampachtig moet vasthouden aan een voorspelbare affiche vol grote Amerikaanse namen, werd al vijf keer op rij bewezen door Jazz Brugge, dat intussen beschouwd mag worden als een van de boeiendste jazzevenementen van het jaar. Ook deze zesde editie pakt uit met een bijzonder eclectische affiche, waarbij meestal niet enkel de Amerikanen geweerd worden, maar vaak zelfs de muziek van de vingerknip. Jazz is meer dan ooit een vat vol onbegrensde mogelijkheden.

De Keulse pianist Hans Lüdemann, die in België zo goed als onbekend is, is meteen al een voorbeeld van een jazzmuzikant die voortdurend over de muurtjes kijkt. Hij speelt zowel Monk als Feldman, deelde het podium met Jan Garbarek en Toumani Diabaté en is in de weer met hedendaagse technologie. Zo speelt hij naast de gewone piano ook ‘virtuele’ piano, door middel van een extra klavier en digitale software, waarmee hij ook klanken tussen de klassieke toonafstanden kan spelen. Het resultaat is een merkwaardige, primitief microtonale techniek, die aanvankelijk vooral doet denken aan een slecht gestemd instrument, maar gaandeweg voor een geslaagd effect zorgt.

Lüdemann laat ook aan de piano uiteenlopende stijlen horen, gaande van drukke gekte in het hoge register tot een haast popgerichte, met music hall-referenties volgestouwde vrolijkheid, en het beloofde aanvankelijk ook een krampachtig heen-en-weer-gedoe tussen twee klavieren te worden, maar de verdeling zou goed gebeuren. Daarvoor werd hij ook bijgestaan door bassist Sébastien Boisseau, zelf ook niet vies van wat effecten en hier en daar uitpakkend met verrassend potig spel en zware baslijnen. Opvallend was ook dat er binnen dit duoconcert zeer veel solomomenten waren, vaak een aanleiding tot meer meanderende excursies.

“Disturbed”, waarvoor Lüdemann en Boisseau resoluut kozen voor de vervormende effecten, was aanvankelijk een leuke vondst (als in: eens kijken wat we met die oude SEGA-spullen kunnen uitvoeren), maar vergleed wel snel naar een gimmick. Dat werd wel mooi gecompenseerd door het verrassend traditionele einde, waarvoor een ballade uit de Eisler/Brecht-catalogus aan Lüdemanns eigen, op een catchy baslijn dansende “Love Confessions” geplakt werd. Het niveau lag niet altijd even hoog, maar Lüdemann zien we graag nog eens terug in deze contreien.

We zagend de Franse tuba-expert Michel Godard en zijn rechterhand Gavino Murgia (sopraansax/keelzang) dit jaar al eerder aan de zijde van Rabih Abou-Khalil, maar dit project zou eclecticisme van een heel andere aarde worden. Godard, die zich toelegde op de serpent (een voorloper van de tuba), elektrische bas en een enkele keer een klassieke tuba, had met zijn muzikanten een programma voorbereid rond de muziek van barokcomponist Claudio Monteverdi. Diens muziek zou volgens Godard veel gemeen hebben met jazz, al ontging ons regelmatig waarom. Het onsamenhangende, in behaard Engels afgehaspelde verhaal van Godard zal daar voor iets tussen gezeten hebben. Wat alleszins wel opviel, dat was dat deze muziek opvallend licht en toegankelijk klonk.

De melodieën die gespeeld werden zorgden stuk voor stuk voor een meeslepend effect, met het soort sierlijke weemoedigheid dat er als zoete koek in gaat en uitgevoerd werd op instrumenten die je dan ook weinig te zien krijgt binnen jazzcontext: de theorbe (een grotere versie van een luit) van Bruno Helstroffer en de schalmei, een hoboachtig blaasinstrument, van Katharina Bäuml. Zij bleef wel in een opvallend rigide patronen spelen, voortdurend wentelend met instrument én lichaam, terwijl Murgia uitpakte met een rijkere klankkleur en zich een grotere vrijheid permitteerde. Enkel bij hem was de link met conventionele jazz nog duidelijk. Extra opvallend was de aanwezigheid van zangeres Guillemette Laurens, een mezzosopraan met heel wat verdiensten binnen de uitvoering van Monteverdi’s muziek.

De composities waren stuk voor stuk zeer transparant en elegant, lieten toe dat er voortdurend werd gewisseld met instrumentatie, gaande van de combinaties zang/serpent tot schalmei/theorbe of het volledige kwintet. Godard had zelf wat toevoegingen gecomponeerd, plus op het einde zat er ook nog een stuk van Steve Swallow, die te horen viel op het recente album, maar er deze keer niet bij was door andere verplichtingen. Er werd gespeeld met vanzelfsprekend gemak en verfijnde klasse, al kon het niet voorkomen dat het na verloop van tijd allemaal wat eenvormig werd, wat te proper misschien, en niet tot het einde kon boeien, de prachtige toon van Godard ten spijt.

Geen band die de spirit van het festival zo goed als belichaamt als het Belgische trio Aka Moon, en het was dus gepast dat ze hier hun nieuwe project kwamen voorstellen. Met Aka Balkan Moon werd voor een keer niet uitgeweken naar Afrika of het Midden-Oosten, maar Oost-Europa. Veel volk op het Aka Moon-podium is niet ongebruikelijk, maar het was vast de eerste keer in het bijzijn van een zangeres (Tima Nedyalkov), kavalspeler (Nedyalko Nedyalkov), sopraansaxofonist (Vladimir Karparov), violist (Tcha Limberger) en percussionist (Stoyan Yankoulov), terwijl het trio er ook vaste gast/pianist Fabian Fiorini bij gehaald had.

Er zijn elementen bij Aka Moon die, ongeacht de bezetting of windhoek van de nieuwe factor, niet veranderen. Zo’n bassist als Michel Hatzigeorgiou is uit de duizenden te herkennen, met z’n swingende, maar ultrastrakke grooves, terwijl de soms wat pompeuze virtuositeit van Stéphane Galland al even bekend is. Gooi daarover nog een snelle saxslierten van Fabrizio Cassol en het is gewoon nog de vraag hoe de rest van de puzzelstukjes er in zullen passen. Dat lukte vrij goed: het samengaan van het trio met de gasten voelde organisch aan en de meanderende Oost-Europese volksmuziek zorgde voor een aangenaam hypnotiserend effect. De muzikanten waren stuk voor stuk kleppers, al werd het niet steeds nodig gevonden om daarmee uit te pakken.

Omdat ook deze keer gespeeld werd met instrumentatie kreeg de muziek veel ademruimte, nogal een verschil met enkele oudere projecten van de band, waar soms geen speld tussen te krijgen was. De langgerekte composities betekenden een paar echter ook dat de koord wat verslapte en de spanning zoek was, maar steeds opnieuw werd in een vingerknip omgeschakeld naar die bekende, hypergeconcentreerde thema’s en complexiteit, die nog steeds doen denken aan de jazzy prog van Zappa. De percussieduels waren er vooral bij voor de goede orde, vermoeden we, maar dat werd mooi gecompenseerd door de charmant ingetogen zang van Nedyalkov en de imponerende performance van Limberger, die ook een aardig stukje zong, maar vooral z’n viool machtig liet zingen.

Kortom: Aka Moon heeft na talloze samenwerkingen met muzikanten uit diverse uithoeken nog maar eens een uitdaging gevonden en die enthousiast aangepakt. Ondanks enkele flauwere momenten was dit dan ook een mooi concert, dat de bal voor een keer iets minder in het ritmische kamp legde, waardoor de lyriek en weemoed iets meer op het voorplan verschenen. Een goede zaak.

E-mailadres Afdrukken
 
Aka Balkan Moon - Tcha Limberger (Geert Vandepoele)
Jazz Brugge: Hans Lüdemann & Sébastien Boisseau + Michel Godard - A Trace of Grace + Aka Balkan Moon

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST