Banner

The Ex 33 1/3 Years Anniversary Festival

22 december 2012, Bimhuis (Amsterdam)

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 22 december 2012

33 jaar, 25 albums, 1800 concerten, talloze nevenprojecten en still going strong. De hardst werkende en meest consistent avontuurlijke band van de Benelux doet ook in 2012 niet aan half werk. Samen met een imponerende karavaan volgelingen en creatieve partners trok het kwartet van Parijs naar Londen, Brussel en Utrecht, om uiteindelijk tot stilstand te komen in thuisstad Amsterdam. Het werd, zoals verwacht, een feest voor muzikale veelvraten.

Met meer dan tien combinaties van muzikanten op het programma rijst al snel de vrees dat het een chaotisch zootje gaat worden in het Bimhuis, maar dat valt erg goed mee. Het is een heen-en-weergeren van de zaal naar het café en terug, maar de strakke planning wordt nergens uit het oog verloren en de muzikanten spelen vooral korte sets. In het café wil dat nogal eens zorgen voor vervelende situaties -- terwijl de eerst binnengedropen geïnteresseerden aandachtig luisteren, bestellen anderen luidruchtig een biertje om van het voorgaande te bekomen. “When in Rome, do as the Romans do”, en wij dus al zwetsend van hier naar daar.

Een hyperenthousiaste Arnold de Boer wiens blijheid geen grenzen kende op deze slotavond, was MC van dienst en met een mix van afgerateld Nederlands en gebricoleerd Engels leidde hij de bezoekers door het programma. Dat begon bij hemzelf (als Zea) en klarinettist Xavier Charles. De Boers gitaar klonk vaak als de stuiterende duimpiano’s van Konono No. 1, terwijl Charles al even onconventioneel te werk ging, met inkleding die zich door de Boers songs trilde, reutelde en golfde. Een knappe versie van Leadbelly’s “Bourgeois Blues” bracht de korte set op gang, terwijl een volgende stuk een pak percussiever getint was. Met Oscar-Jan Hoogland erbij klonk het allemaal nog wat aanstekelijker.

De pianist klonk eerder ingetogen in een sobere song, maar kwam ook tot ontbolstering in “Exploding Head Syndrome”. Een paar keer gingen gitaar en klarinet bijzonder mooi samen, en wist Charles de muziek door wat accenten of cyclische patronen enorm te verrijken. Net toen het erop leek dat het concert iets te lang in een lager tempo verzeild ging raken, werd een knappe finale in elkaar gestoken, waarbij punk en Afrika in gelijke dosis rond elkaar dansten. Een knappe start.

Intussen waren Katherina Bornefeld, intussen ook bijna dertig jaar achter de drumvellen bij The Ex, en altsaxofonist Ditmer Weertman aan hun set begonnen. Ze kozen in hun compacte concert voor een vrij toegankelijk parcours, waarbij Bornefeld in de weer was met aanstekelijke, soms opzwepende ritmische patronen en repetitieve variaties en Weertman vrij spel kreeg, wat hij ook aangreep om er vurig en vloeiend op los te soleren, met nu en dan een lyrisch moment, maar vooral soulvolle expressie nooit z’n toegankelijkheid verloor.

Het derde Ex-lid dat mocht aantreden was Andy Moor, die een concert speelde met de Griekse Cyprioot Yannis Kyriakidis, met wie hij al een paar knappe platen maakte vol o.m. duchtig getransformeerde rebetika. Het zou op het podium van het Bimhuis leiden tot het eerste echte hoogtepunt van de avond. Moor kon daarbij bewijzen dat hij een bijzonder inventieve gitarist is, zowel thuis in noisy spielereien waarmee hij volk als Thurston Moore groen kan doen uitslaan van jaloezie, als door volksmuziek geïnspireerde melodieën en abstracte klankmanipulaties.

Kyriakides wisselde daarbij steeds van rol: spelend met flarden opgenomen volksmuziek, die al dan niet gemanipuleerd werd, en de stukken nu eens een traditionele hoek gaven en dan weer resoluut de weerbarstige avant-garde in duwden. Melancholische melodieën kregen soms bruuske wendingen, terwijl sudderende geruis en verstoorde radiogolven het voortrouw namen of een versmachtende drone op poten gezet werd. De samenwerking gebeurde soms verrassend subtiel, al leidde het vooral tot soms zeer intense resultaten, die gekoppeld werden aan een gespierde muur van geluid en dito volume. De zaal ging voor het eerst uit de bol, en terecht.

Meteen erna was redelijk wat volk naar voor gedrongen voor het soloconcert van Terrie Ex. Op ’s mans grijze haardoos na hebben we er niks van kunnen zien, maar we verwedden er een half maandloon op dat hij die krassende, krakende en piepende klanken vooral maakte door z’n gitaar te bewerken met de bekende drumstokken of een schroevendraaier. Het klonk in de krappe set (een minuut of tien?) wel eigenaardig, maar meer dan intrigerend werd het niet echt. Daarvoor had hij misschien een klankbord nodig gehad, zoals op de prima miniaturenplaat die hij niet zo heel lang geleden nog met Xavier Charles uitbracht.

Na vier sets van/met Ex-leden werd het podium voor het eerst volledig aan de gasten gelaten. De Boer kondigde Api Uiz aan als “probably the best band in France”, en op basis van het manische halfuurtje dat erop volgde, zijn we niet meteen geneigd om hem ongelijk te geven. Want van de eerste tot de laatste seconde bekokstoofden de drie een hyperexplosieve cocktail van hoekige punkjazz, instrumentale freakrock en belhamelhumor, vooral dan in de knetterende fysieke en muzikale performance van gitarist Ian Saboya, die het podium op- en afrende, heen-en-weer buitelde en smoelen zat te trekken zonder dat z’n spel eronder leed.

Had de ritmesectie vooral iets van George Hurley en Mike Watt bij The Minutemen (de funk, onvoorspelbaar en souplesse), dan moesten we ook even denken aan Victims Family, de complexiteit van mathrock en de tremolopartijen van de surfmuziek. Bovendien zelden een koebel zo inventief gebruikt zien worden. Het was turbomuziek die constant dreigde te verzanden in chaos, maar dat nooit deed. Het deed soms zelfs denken aan de extatische jams van Earthless, maar dan verdubbeld qua snelheid en bovendien met een focus en onwaarschijnlijke strakheid die zelfs de meest getalenteerde bands enkel bereiken na jarenlang samenspelen. Energie en virtuositeit in een set die de zaal moeiteloos op z’n hand kreeg.

Maar dan was het terug reppen naar het café, waar het gelegenheidstrio Paal Nilssen-Love (drums), Peter Evans (trompet, pockettrompet) en Raoul van der Weide (bas) z’n opwachting maakte. Nu ja, van der Weide zomaar een bassist noemen is hem eigenlijk tekortdoen, want weinig muzikanten hebben zo sterk de neiging om het instrument op ongewone manieren te bespelen. Hij liet dat onlangs nog horen op Across The Sky, z’n album met Klaus Kugel en John Dikeman (de dag ervoor nog aan de zijde van Circus Debre Berhan en nu steeds op de eerste rij terug te vinden), en ook nu was hij de weer met blokjes, kommetjes, blokjes, kettingen, soms als aanvulling bij het spel van Evans, en dan weer een knappe tegenhanger voor het voorspelbaar energieke spel van de Noor.

Evan wist zich dus regelmatig geflankeerd door twee percussionisten, wat hij de ene keer perfect wist te counteren door in te zetten op aangehouden tonen met circulaire ademhaling en later een van z’n virtuoze solo’s waarbij je enkel maar met open mond naar kan staren. Vlug en zelfverzekerd als de beste hardboptrompettisten, met een merkwaardig gevoel voor timing en, vooral, een schijnbaar onbegrensde waaier aan klankmogelijkheden, van plofjes en reutels tot schreeuwerig gepiep. Hoewel een groot stuk van de (veel te) korte set in het rood piekte, waren er ook momenten van hamerende directheid, die sober waren zonder aan impact te verliezen. Een indrukwekkende brok muziekmakerij.

En het bleef hoogtepunten regenen. De Boer kondigde rietblazer John Butcher aan met herinneringen aan diens performance op het feestje ter gelegenheid van de vijfentwintigste verjaardag van The Ex in Paradiso, en ook nu werd halsreikend uitgekeken naar de set van een muzikant wiens status elke dag nog lijkt toe te nemen. Het was mooi om te zien hoe de lege plaatsen op de eerste rijen volledig werden ingepalmd door muzikanten, waarvan je sommigen tot de wereldtop kan rekenen. En terecht, want in drie korte stukken -- twee op de tenorsax en eentje op sopraansax -- maakte Butcher z’n meesterschap duidelijk.

Het was iets toegankelijker en misschien ook iets directer dan we van hem gewoon zijn. Hoewel de Britse improvisatie nog altijd opbokst tegen een imago van hyperrationele analyse en cerebrale complexiteit, ongetwijfeld te danken aan een eeuwenoude traditie van wetenschapsfilosofie (die grappig genoeg nog eens wordt bevestigd door het feit dat Butcher ooit doctoreerde in de fysica), was dit een lesje in instrumentenanatomie waarbij je je voortdurend afvroeg hoe hij erin slaagt om die reutels en dubbelklanken uit dat instrument te persen. De wat droge akoestiek is voor deze artiest niet altijd even gunstig, maar of het nu ging of de circulaire golven, de beruchte tongue slapping of het spelen met hoornfeedback, het bleef mateloos intrigerend. Hij ziet er misschien een beetje uit als een verloren gelopen dartsspeler, maar Butcher is muzikaal en creatief gewoonweg buiten categorie.

De bezwerende harpklanken van Zerfu Demissie, van wie ook een album werd uitgegeven op Terrie’s Terp-label, waren door de extase die Butcher teweegbracht wat vreemd geplaatst. De eigenaardige, wat zeurderige klank van het instrument werd vergezeld door haast even monotoon klinkende zangpartijen. Muziek waar je je tijd voor moet nemen en die je rustig op je moet laten inwerken. Het korte kwartiertje was rond 23u een beetje miscast, al zou het op het juiste moment en in de juiste omstandigheden misschien wel voor een geslaagd trance-effect gezorgd hebben.

De feestvarkens van The Ex zorgden samen met de vijfkoppige blazerssectie Brass Unbound voor het intussen negende concert van de avond en kozen voor een eerder compacte set die werd gedomineerd door het recente Catch My Shoe (2010) en enkele bandklassiekers. Vanaf “Maybe I Was The Pilot” zat het meteen goed. De gitaren klonken misschien net wat zompiger en eenvormiger dan normaal, maar dat werd dan weer gecompenseerd door het feit dat de blazers uitstekend uitgemixt waren en nooit gereduceerd werden tot een bijkomstigheid. Het is doorgaans anders bij dergelijke concerten.

Mooi om te zien ook, hoe dat de vijf ‘helpers’ (Ken Vandermark, Mats Gustafsson, AB Baars, Wolter Wierbos, Peter Evans -- hoe cool kan je ’t krijgen?) de songs aanvulden met wellustige partijen, waarvoor Vandermark als signaalgever functioneerde. Die laatste liet zich trouwens een paar keer opmerken, o.m. met een versplijtende tenorsolo in “Double Order” en knappe klarinetstukken in “Hidegen Fújnak A Szelek”. Kers op de taart was echter een duchtig uit de band springende versie van het klassieke “State Of Shock” (nog altijd de beste rocksong uit De Lage Landen). Withete furie en hakkende ritmes, overstuurde (bariton)gitaren en donderpreken, het zat er allemaal in. Een prachtige apotheose.

De semichaos van afsluiter “24 Problems” had ook al zo’n overrompelende oerkracht, maar bisnummer “Theme From Konono” was met z’n Afrikaanse geïnspireerde en dansbare ritmes het échte sluitstuk van een set die bijna van hoogtepunt naar hoogtepunt danste. Heel even kreeg je zin om de zachte zitjes uit te breken zodat er gedanst kon worden. Helaas was het dan voor ons gedaan (er moest nog een laatste tram gehaald worden), en dat terwijl het Ethiopische Fendika nog z’n opwachting moest maken, net als het duo Jaap Blonk/Axel Dörner. Maar het was goed geweest. Misschien wel té goed, want door de razendsnelle opeenvolging van concerten kreeg je amper tijd om te bekomen van al die weelde. Maar ook dat hoort erbij en het is The Ex ten voeten uit: overgave, participatie en alles wat je hebt delen met je vrienden en collega’s. Nog eens 33 1/3 erbij is vermoedelijk wat hoog gegrepen, maar ze mogen er nog veel bij doen. Zoveel ze willen.

E-mailadres Afdrukken
 
The Ex 33 1/3 Years Anniversary Festival

Uit ons archief
Banner

TEST