Banner

Death Cab For Cutie

7 maart 2006, AB

Matthieu Van Steenkiste - 08 maart 2006

"Er is een eerste keer voor alles", grinnikt Death Cab For Cutiezanger Benjamin Gibbard wanneer de security alweer een meisje van het podium haalt tijdens de bisnummers. Dat voorval zegt iets over de status die deze voormalige indiegroep heeft bereikt. En het zag er vorige zomer nochtans niet goed uit voor Belgische Death Cabfans.

De Belgische afdeling van de grote platenfirma waar Death Cab For Cutie bij had getekend voor hun vijfde album zag de groep immers niet zitten. Die zouden toch nooit genoeg verkopen, dachten ze, en dus twijfelden ze er sterk aan om de plaat hier uit te brengen. Tot vanuit Amerika het marsbevel kwam en Plans hier toch in de winkel kwam te liggen, mét de nodige promotionele steun.

Dat er wel degelijk een publiek op Death Cab zat te wachten, bewijst de vraag naar tickets, zodat de oorspronkelijk geplande AB-Box (700 personen) uitgebreid werd tot de gewone zaal (1800 personen). En dat de single "Soul Meets Body" doel heeft getroffen, eenmaal die overdag op de radio werd gedraaid, mag blijken uit de talrijke meezingers wanneer het nummer vroeg in de set passeert.

Toch lijkt de groep ondanks dat warme onthaal niet echt in vorm, recht van een tournee door Groot-Brittannië staat de vermoeidheid op de gezichten te lezen. Maar over Death Cab For Cutie wordt niet voor niets gezegd dat ze de punk terug in punctualiteit brachten: met afdoende professionalisme zetten de heren hier een meer dan degelijke set neer die een mooie dwarsdoorsnede van hun platen biedt.

"Marching Bands Of Manhattan" mag openen zoals het ook Plans aansnijdt, meteen daarna volgt het eerste nummer van voorganger Transatlanticism, "New Year". Drummer Jason McGerr mag dan vermoeid zijn, zijn drumwerk blijft secuur, en ook Gibbard — moe of niet — wiegt meteen op zijn hoogstpersoonlijke manier heen en weer.

Het zwaartepunt van de set ligt duidelijk niet bij Plans: "Soul Meets Body" passeert al snel en weet een geestdriftige reactie uit te lokken, de heerlijk poppy nieuwe single "Crooked Teeth" zit ook al in dat eerste half uur. En dat voelt goed: eindelijk probeert een groep eens niet zijn nieuwste album te pluggen, maar speelt hij gewoon een selectie uit zijn beste albums. Dus volgen ook het oudere "Photobooth" en "We Laugh Indoors".

Death Cab live rockt een stuk meer dan de platen laten vermoeden. Vooral "We Looked Like Giants" krijgt een serieuze behandeling: in de outro neemt Gibbard plots even plaats achter een inderhaast bijgezet tweede drumstel, terwijl ook McGerr harder beukt dan tevoren. Een huppelend "Sound Of Settling" volgt als laatste.

Onvermijdelijke eerste bis is het door Gibbard solo gebrachte "I Will Follow You Into The Dark". Helaas wordt het prachtig donkere liefdesliedje de vernieling ingeklapt door een puberend publiek dat de zwaarte van de tekst niet lijkt te beseffen. Een straf "Expo 86" doet het publiek helemaal uit de bol gaan: ook nu wordt uit volle borst meegezongen. Waarna de groep het publiek huiswaarts zendt met het epische "Transatlanticism" en zijn smekende "I need you so much closer/so come on".

Een open doekje van het publiek en genoeg professionalisme van een vermoeide groep om het niet te verknallen: meer is niet nodig om vanavond een half feestje te maken. Death Cab For Cutie is de oversteek naar een breder publiek duidelijk aan het maken. Deze zomer zouden er festivals volgen. Het "padapadapapa" van "Soul Meets Body" zal nog veel worden meegezongen.

E-mailadres Afdrukken
 
Death Cab For Cutie

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST