Banner

Jake Bugg

3 maart 2013, Botanique (Orangerie)

Toon Heylen - 04 maart 2013

De gelukkigen die de net 19 geworden Jake Bugg in de Orangerie aan het werk zagen, kregen het bewijs van al het talent dat hem volop wordt toegedicht, maar zagen ook dat deze knaap al veel van zijn jeugdige onbevangenheid kwijt lijkt te zijn.

De laatste maanden schoot de ster van Jake Bugg uit het niets naar een indrukwekkende hoogte. Met een debuutalbum dat rockabilly, country en folk van een halve eeuw geleden op een grote hoop gooit, kreeg de tiener uit Nottingham van de Britse pers snel heel straffe vergelijkingen naar het hoofd geslingerd. De ene al wat flatterender dan de andere, maar feit is dat je om de namen van Johnny Cash, Bob Dylan en diens held Woody Guthrie gewoon niet heen kan.

De singles “Two Fingers” en “Lightning Bolt” gaven Bugg ook bij ons een stevige voet aan de grond, waardoor hij de Orangerie gerust nog een paar keer had kunnen uitverkopen. Dat het publiek uit evenveel prille twintigers als late vijftigers bestond, illustreert mooi hoe ver het bereik van Buggs muzikale blend gaat.

Ondank die prille leeftijd, staat Bugg met een enorme zelfzekerheid op het podium. Het voorbije half jaar was hij quasi voortdurend op tournee. Dat heeft hem duidelijk van de onzekerheid afgeholpen waarmee hij een klein jaar geleden in het voorprogramma van Michael Kiwanuka in de AB speelde. Bugg laat aanvankelijk zijn intieme folksongs het werk doen, zegt zelfs nauwelijks een woord en lijkt onverschillig voor het -- naar Belgische normen nochtans fanatieke -- Brusselse publiek. “I’ve seen it all”, klinkt het in de gelijknamige song, en dat lijkt perfect bij zijn gemoed te passen.

Hoewel de romantische ballads op plaat soms echt naar de keel grijpen, komen ze live bij momenten wat zakelijk over. Nummers als “Simple As This” en “Country Song” raken niet de gevoelige snaar die ze op het album bewezen hebben te kunnen raken, en klinken zelfs wat saai.

Pas bij “Trouble Town”, een song over zijn geboortestad die hij naar eigen zeggen niet snel genoeg achter zich kon laten, steekt Bugg het vuur aan de lont. Het is met de stevigere nummers dat hij duidelijk maakt wat voor een enorm getalenteerd songschrijver en gitarist hij is. De pure sixtiespop van het nieuwe “Slumville Sunrise” en het meeslepende “Ballad Of Mr Jones” jagen een elektrische dosis punch door de Orangerie, waarna er bij Bugg zelf ook eindelijk een glimlach af kan.

Het echte vuur houdt Bugg voor het einde, met publiekslievelingen “Two Fingers”, “Taste It” en vooral “Lightning Bolt”, dat nog wat extra pit meekrijgt. Stuk voor stuk gebalde popsongs met een duidelijke knipoog naar zijn vaderlandse voorgangers -- van The Kinks tot Oasis -- en steeds met dat vette Noord-Engelse accent van hem. Afsluiten doet Jake Bugg met het breekbare “Broken” en een cover van “Folsom Prison Blues”, een classic die hem op het tengere lijf geschreven is.

Bugg mist voorlopig de balans om een vol uur te boeien, maar het is duidelijk dat hij over genoeg kunde beschikt om uit te groeien tot een topartiest. Aan talent en rockattitude alvast geen gebrek, maar als de podia echt groot zullen worden zal hij meer nodig hebben om overeind te blijven. Wie hem deze zomer op een festivalweide tegen het lijf loopt, heeft vooralsnog genoeg aan de laatste twintig minuten voor een aardig rockabillyfeestje.

E-mailadres Afdrukken